Wim Pijbes ontdekt ‘Afrikaanse kunst’ in Rotterdam

Niet elk werk kan op een pronkplek in het museum hangen. In de marge vind je de ‘voorbijgangers’. Wim Pijbes laat u elke maand stilstaan bij zo’n stille schat.

Synthetisch haar, metaal en textiel, te zien in het Wereldmuseum in Rotterdam Foto Merlijn Doomernik / NRC

We gaan naar Rotterdam! Daar ging ik pas weer eens naar het Wereldmuseum. Vroeger bezocht ik met regelmaat een volkenkundig museum, maar het was er al te lang niet meer van gekomen. Het Tropenmuseum in Amsterdam, het Museum voor Volkenkunde in Leiden, het Afrika Museum in Berg en Dal, het Wereldmuseum in Rotterdam, Museum Nusantara in Delft, het Museum Gerardus van der Leeuw in Groningen en zelfs het Nijmeegs Volkenkundig Museum, altijd keus te over. Laatstgenoemde drie sloten echter successievelijk hun deuren, de collecties verborgen, verdeeld en vergeten.

Fascinerende geschiedenis

Ik moest daaraan denken toen ik in het Wereldmuseum door de tentoonstelling Afrika010 wandelde. Deze laat de fascinerende geschiedenis van de lange handelsbetrekkingen tussen de Afrikaanse westkust en Rotterdam zien. Afrika010 is geen kunsttentoonstelling, maar op het einde werd ik aangenaam verrast door een zaal met wat ‘Afrikaanse kunst’ heet, een verzamelnaam die het museum zelf terecht ter discussie stelt.

Veel van de hier getoonde objecten zijn in het recente verleden verzameld als kunst

Veel van de hier getoonde objecten zijn in het recente verleden verzameld als kunst, wat bij mij een tweede gedachte opriep: de recente opkomst en bloei van kunst uit Afrika is omgekeerd evenredig verlopen met de Werdegang van de volkenkundige musea. Hoe goed bedoeld ook, kunst in een volkenkundig museum voelde lange tijd niet goed. ‘Het hangt er omdat het uit Afrika komt.’ Maar nu de wereld verandert, verandert ook het volkenkundig museum.

You have to change to stay the same! Hedendaagse kunst komt al lang niet meer exclusief uit het oude Europa of de VS en musea proberen de verschuivingen in deze nieuwe wereldorde te volgen.

Uit alle windstreken

Geen wonder dat juist het drukst bezochte museum voor hedendaagse kunst ter wereld, de Tate Modern in Londen, in de nieuwe inrichting volop aandacht schenkt aan kunstenaars uit alle windstreken en zo de kunstgeschiedenis herschrijft. Het is geen toeval dat volgend jaar een splinternieuw, ambitieus en indrukwekkend groot museum opent in Kaapstad. Er zijn verspreid over het oer-continent voortdurend levendige biennales en in de grote steden ontstaat een bruisende galerie-scene. Daarom ben ik blij met Afrika010.

Het sluitstuk van de tentoonstelling stemde me vrolijk

Het sluitstuk van de tentoonstelling stemde me zelfs vrolijk. Ik zag een fascinerende verzameling architectuurpruiken van de uit Benin afkomstige en in Rotterdam wonende Meschac Gaba (1961). Zijn werk straalt gelijktijdig in de Kunsthal Rotterdam op de tentoonstelling Making Africa. Het is me duidelijk, Afrika is eindelijk aan de beurt en een nieuwe lichting kunstenaars zet de toon.

Bizarre verzameling

In 2015 maakte Meschac Gaba foto’s van de meest iconische gebouwen van Rotterdam. In Cotonou, de grootste stad van Benin, liet hij kapsters met verschillende strengen kunsthaar deze gebouwen handmatig vlechten tot draagbare pruiken in bonte kleuren. Het resultaat is even vervreemdend als herkenbaar en ongelofelijk vrolijk.

Alles bij elkaar een bizarre verzameling, van de Euromast tot de Markthal, van de Laurenskerk tot het nieuwe Centraal Station. En ieder werk combineert fascinerende tegenstellingen: lokaal versus universeel, volksambacht versus kunst, organisch versus artificieel, traditioneel versus hedendaags; herkenning en vervreemding. Zo eindigt een tentoonstelling die begon als historisch volkenkundig verhaal uiteindelijk als een aanstekelijk feest voor het oog.

Wim Pijbes is kunsthistoricus.