Recensie

Vervalser ten onder aan melodrama

Een echte vermeer weeft verschillende episodes uit zijn leven slim door elkaar, maar alles verdrinkt in pathetiek. ●●

©

In lendendoek staat Han van Meegeren (Jeroen Spitzenberger) pigment te mengen; terwijl hij een fles aan de lippen zet, danst hij door zijn atelier. Geregeld zien we de meestervervalser in Een Echte Vermeer extatisch en dronken testen hoe je schilderijen veroudert. Met de boodschap ‘Een bijna-waargebeurd verhaal’ worden kijkers gewaarschuwd. Dit is een geromantiseerde versie van het leven van Nederlands meest beruchte kunstvervalser. Eentje waarin het motief van de worstelende kunstenaar gretig wordt omarmd.

Van Meegeren (1889-1947) verkocht in de jaren dertig en veertig met succes zelfgeschilderde Vermeers aan onder meer Rijksmaarschalk Hermann Göring. Na de Bevrijding moest hij bekennen dat hij Hitlers tweede man een vervalsing had bezorgd, omdat hij dreigde te worden veroordeeld voor collaboratie. De pragmaticus die in de oorlog miljoenen verdiende en deel uitmaakte van een vervalsersnetwerk, is bij Van Den Berg ondergeschikt aan de gefrustreerde eenling die de kunstwereld een hak zette. Zoals Van Meegeren zichzelf graag zag.

Verschillende episodes uit zijn leven worden slim door elkaar geweven en Spitzenberger overtuigt. Ook de pogingen Vermeers lichtinval na te bootsen zijn leuk. Tot alles begint te verdrinken in de pathetiek, vooral door Van Meegerens liefde voor de vrouw van criticus Bredius (een combinatie van reële figuren). Zoveel melodrama en slow motion is zelfs bij een extatisch kunstenaar te veel van het goede.