Van een motorbende kan de hele gemeente last hebben

Burgemeesters De overlast van motorbendes neemt toe. Soms gaat het om intimidatie en bedreiging, soms om grof geweld.

Een bewakingscamera legde de wilde schietpartij in Eindhoven in oktober 2014 vast waarbij leden van rivaliserende motorbendes betrokken waren. Foto Omroep Brabant

Een crimineel slagveld. Zo omschrijft het Openbaar Ministerie een schietpartij op 4 oktober 2014 in Eindhoven. Die zaterdagmiddag komt een groep leden van No Surrender aan bij een villa aan de Médoclaan. Op beveiligingsbeelden van de woning is te zien dat aan het hek een op het oog grimmig gesprek ontstaat tussen drie No Surrenderleden en twee mannen die uit het huis zijn gekomen. Een van hen is lid van motorclub Satudarah.

Als de bewoner en zijn vriend weglopen en een van hen een pistool trekt, volgt een wilde schietpartij. Een viertal leden van No Surrender komt uit een witte bus het erf op gestormd en er wordt van beide kanten gericht geschoten. Er vallen gewonden, al is niet precies duidelijk hoeveel. De vermoedelijke aanleiding voor de schietpartij: een conflict over verdovende middelen.

Na onderzoek van de beveiligingsbeelden meent de politie twee No Surrender-leden te herkennen: Sebastiaan ter W. en Jori Sven van Z. Zij worden gerekend tot de leiding van de motorclub die in 2013 werd opgericht door de Brabantse kamper Klaas Otto.

Buurtbewoners zijn erg geschrokken van de schietpartij, zo meldt Omroep Brabant een dag nadien, en voelen zich geïntimideerd. Sinds de komst van de nieuwe bewoner, een Satudarah-lid, was de overlast al behoorlijk toegenomen. Maar na de schietpartij houden ze de voordeur op slot en zijn ze bang om ’s avonds de hond uit te laten, uit vrees dat de leden van No Surrender nog een keer verhaal komen halen.

Lees ook het profiel van Klaas Otto: Een god met een motorclub

Dit soort intimidatie door het optreden van motorclubs komt steeds vaker voor, zo blijkt uit een enquête van EenVandaag onder 135 burgemeesters die te maken hebben met motorbendes, de zogenoemde OMG’s, outlaw motorcycle gangs. In bijna de helft van de gemeenten van de respondenten wordt overlast ervaren van motorbendes, zo stellen de burgemeesters, en die overlast is bovendien de afgelopen vijf jaar toegenomen.

De overlast van motorbendes is heel divers. Soms gaat het om openlijk uitgevochten ruzies zoals aan de Médoclaan in Eindhoven. In andere gevallen gaat het om drugshandel. Intimidatie en bedreiging lijken het meest voor te komen. Daarbij gaat het relatief vaak om groepen mannen die in hun ‘colours’ – zwarte leren jacks met het logo van de motorclub – aanwezig zijn in de horeca of bij andere openbare gelegenheden.

Ook proberen motorclubs illegaal een clubhuis in te richten of maken ze, al dan niet onder bedreiging, gebruik van een bestaande (horeca)gelegenheid voor het beleggen van bijeenkomsten. Opmerkelijk is dat 8 burgemeesters – ruim 10 procent van de 71 respondenten – stelt dat hij of zij bedreigd is geweest door leden van motorbendes. In sommige gevallen was de dreiging zo groot dat burgemeesters zich genoodzaakt voelden om zichzelf te laten beveiligen.

Als er sprake is van openlijk geweld of andere criminele activiteiten, is het strafrecht een effectief instrument. In het geval van de schietpartij in Eindhoven zijn de schutters na lang onderzoek opgepakt en veroordeeld. Sebastiaan ter W., die een ernstige verwonding bespaard bleef omdat hij een kogelwerend vest droeg, is deze zomer veroordeeld tot vier jaar cel voor zijn rol bij de schietpartij. Jori Sven van Z. is vrijgesproken omdat de rechter hem niet herkent op de beelden. Ook de bewoner van de villa en zijn metgezel krijgen vier jaar cel.

Maar tegen andere vormen van intimidatie is optreden volgens de ondervraagde burgemeesters veel moeilijker. Alleen al de „zichtbaarheid” van motorclubs in de openbare ruimte, „gaat gepaard met een gevoel van intimidatie”, zo stelt een burgemeester in de enquête. Maar omdat intimidatie lastig aantoonbaar is, is het voor bestuurders vaak moeilijk om ertegen in het geweer te komen.

Bijna driekwart van de bestuurders vindt dan ook dat het mogelijk moet worden om criminele motorbendes strafrechtelijk te kunnen verbieden. „Er zijn [nu] geen wettelijke instrumenten om tegen een motorclub als zodanig op te treden”, zegt een burgemeester. „Wettelijk gezien is er nog steeds geen verschil tussen een criminele motorbende en een lokale biljartvereniging.”