Sneeuw

kiest elke woensdag een gedicht bij de stemming van de dag.

Sneeuw,

gezegende sneeuw,

valt uit de lucht

als gebleekte vliegen.

De grond is niet meer naakt.

De grond heeft zijn kleren aan.

De bomen duwen in de donsdekens

en elke tak draagt de sok van God.

Er is hoop.

Er is overal hoop.

Ik bijt erin.

Iemand zei eens:

bijt niet voor je zeker weet

of het een brood of een steen is.

Ik bijt in louter brood

rijzend, gistend als een wolk.

Er is hoop.

Er is overal hoop.

Vandaag geeft God melk

en heb ik de emmer.