Wat is de werkkleding van een schrijver?

Van sjiek tot actief tot een pyamabroek: modejournalist Milou van Rossum sprak met vier schrijvers over hun werkkleding.

Esther Gerritsen werkt aan haar negende boek. Foto Daan Brand / NRC

Hoe schrijven schrijvers? Waar en in wat voor kleding? We vroegen het vier auteurs en zette ze op de foto. Niet in hun eigen kleding, wel achter hun eigen schrijftafel.

Esther Gerritsen

Schrijfplek: op de bank of in bed in het huis in Amsterdam waar ze met haar dochter woont. „Ik heb mijn bureau netjes opgeruimd toen ik aan dit boek begon, maar als ik zo rechtop aan een bureau zit, is het alsof ik veel te wakker ben om te schrijven. Ik voel te veel impulsen, te veel ongeduld, alsof je elk moment weer op kan staan.”

Het boekenweekgeschenk van afgelopen voorjaar, Broer, schreef ze in het huis van een vriendin in Frankrijk. „Daar ben ik in bed gaan liggen, met heel veel kussens, zodat ik half-liggend kon schrijven, precies goed. De ruimte tussen mij en het scherm is dan ook heel klein.”

Schrijft in: „Huiskleding: pyjamabroeken, T-shirts, blouses die niet helemaal zijn wat ik ervan had gehoopt , een oud vest van mijn vader, pantoffels – ik ben er inmiddels achter dat die van Uggs de beste zijn. Ik heb veel andere merken geprobeerd, maar de zolen slijten op mijn stenen vloer, of ik krijg er zweetvoeten in.

„Soms denk ik: ‘Ik kan er best iets frisser bijlopen.’ Maar het heeft wel iets prettigs, die ouwe zooi. Ik probeer steeds een theorie te verzinnen waarom het nou zo fijn is. Ik denk soms dat als je er niet uitziet, je de buitenwereld vergeet. Het publiek verdwijnt. Dat helpt bij het schrijven. Voor je het weet ga je anders bedenken wat er allemaal niet kan of mag. Bij columns heb ik die behoefte om me af te sluiten niet. Die kan ik gewoon in een café schrijven.”
De keuze voor huiskleding als werkkleding zorgt ervoor dat Gerritsen zich vaak omkleedt op een dag: om haar dochter weg te brengen en op te halen van de basisschool trekt ze iets gekleders aan. „Meestal kom ik haar in een heel andere outfit ophalen dan waarin ik haar heb gebracht.”

Op de foto draagt Gerritsen een jasje en pantalon in pyjamastijl en schoenen van Dries Van Noten. Haar en make-up: Jan Fuite

Raoul de Jong

Raoul de Jong schrijft aan zijn zesde boek.

Raoul de Jong schrijft aan zijn zesde boek. Foto Daan Brand / NRC

Schrijfplek: zijn eenkamer-vrijgezellenflat uit de jaren vijftig, in Rotterdam. Speciaal voor het schrijven van zijn nieuwe boek, over zijn Surinaamse voorouders, heeft hij een tweedehands bureau met opklapbaar blad aangeschaft. „Deze ruimte is mijn slaapkamer, werkkamer en huiskamer – alles loopt door elkaar. Mijn journalistieke werk doe ik aan de eettafel, het leek me goed om een aparte plaats te hebben voor dit boek. Het is fijn dat ik dit werk aan het eind van de dag letterlijk kan afsluiten.” De eerste versie schrijft hij met de hand. „Ook om het los te maken van de andere dingen die ik doe.” Als het even niet vlot, maakt hij aquarellen van de hoofdpersonen. „Ik heb heel vage foto’s van mijn voorouders. Als ik ze teken, voelt het alsof ik ze beter leer kennen.”

Schrijft in: witte kleding. Winti (de traditionele Afro-Surinaamse religie) speelt een grote rol in De Jongs familiegeschiedenis. Volgens zijn Surinaamse vader kon zijn overgrootvader zichzelf veranderen in een tijger, en er is een familieplantage „waarop ooit iets met winti is gebeurd waardoor niemand er meer naar terug heeft gedurfd”. Om uit te zoeken wat er waar was van die verhalen, verbleef De Jong vorig jaar drie maanden in Suriname.

Omdat hij niet alles kon ontrafelen, ging hij langs bij een duman [een winti-priester]. „Zij vertelde me dat ik mijn antwoorden zou kunnen vinden met behulp van een ritueel.” Terug in Nederland moest hij zich van haar onthouden van vlees, zout, alcohol en sigaretten. Verder diende hij speciale kruidenbaden te nemen, witte kleren te dragen en te mediteren. „Ik kreeg toen een naam door: Marietje van Beukel. Volgens Google leefde die in 1340 in Utrecht, maar ik had geen zin om uit te zoeken wat dat met mijn familieverhaal te maken had en heb weer sigaretten en chips gekocht. Ik besloot van het schrijfproces mijn ritueel te maken. De witte kleren ben ik blijven dragen en voor ik begin met schrijven brand ik een kaars voor mijn voorouders.”

Op de foto draagt De Jong een trui van wol met kasjmier van Uniqlo U, jeans van Levi’s, schoenen van Prada via Shoebaloo.

Niña Weijers

Niña Weijers werkt aan haar tweede boek.

Niña Weijers werkt aan haar tweede boek. Foto Daan Brand / NRC

Schrijfplek: het schrijversappartement in Amsterdam-Oost waar ze sinds een jaar verblijft. Hier mag ze in totaal vijf jaar wonen. Franca Treur en Thomas Rosenboom hebben er ook gewoond en – veel langer dan vijf jaar – Marga Minco. Wijers heeft een grote en lichte woonkamer, maar ze werkt meestal aan een bureautje in de keuken. „Blijkbaar werk ik het best op een besloten plekje; ik heb tot nu toe altijd klein gewoond. En de keuken ligt op het zuiden. In de woonkamer lees ik.”

Schrijft in: „Als ik een journalistiek stuk moet inleveren sta ik om zes uur op en typ ik het in een ochtend. Dan vind ik het fijn dat schemergebied tussen slapen en waken een beetje in stand te houden en draag ik een pyjamabroek die ik van de zomer voor 12 euro bij de Franse hypermarché Carrefour heb gekocht.

Maar het is niet goed voor mijn ziel om dat te vaak te doen. Je voelt je snel verslonsd en als ik dan ook niet naar buiten ga, word ik snel verdrietig – ik heb een neiging tot neerslachtigheid. Dus als reactie kleed ik me voor het schrijven aan mijn nieuwe roman aan alsof ik daadwerkelijk een baan heb en deelneem aan de maatschappij: een broek die hoog in de taille zit, een blouse. En schoenen.”

Op de foto draagt Weijers een blouse van Uniqlo U, broek van A. F. Vandevorst via Van Ravenstein, Amsterdam, schoenen van Niña Weijers zelf. Haar en make-up: Ingrid van Hemert

Jaap Robben

Japp Robben werkt aan zijn tiende boek.

Japp Robben werkt aan zijn tiende boek. Foto Daan Brand / NRC

Schrijfplek: meestal zijn kantoor in Nijmegen, op een kwartier rijden van zijn huis. Af en toe ook thuis, daar staan zijn boeken en een
bureau op de zolder van de voormalige schuur van de Duitse boerderij waar hij met zijn vriendin en zoontje woont. De vorige bewoners gebruikten de schuur als linedanceclub. Het bureau was ooit van zijn overgrootvader. „Hij was joods, en in de oorlog is hem alles afgenomen. Na de bevrijding heeft hij dit bureau laten maken. Hij had weverijen, eerst in Duitsland, later in Venlo en ook in Amerika. Aan deze tafel opende hij de post en schreef hij brieven. Via de oom van mijn moeder en mijn moeder is het zeven jaar geleden naar mij gegaan.”

Schrijft in: een vest of een trui, eventueel met overhemd. Sokken of pantoffels („Ik vind het niet prettig om binnen schoenen aan te hebben”). En een „echte” broek. „Schrijven is al een zo’n fysiek inactief beroep, met veel zitten en liggen denken en weinig naar buiten gaan. En als je dan ook nog een joggingbroek of een huispak draagt, voel je je extra sloom. Er moet iets actiefs in mijn kleren zitten. Maar ik zal nooit een jasje dragen bij het schrijven, dat trekt weer zo als je schrijft.”

In de heel drukke perioden wordt het schrijven overigens een stuk minder inactief. „Dan kan ik schrijfzweet krijgen, een heel ander soort zweet dan sportzweet of gewoon door-de-dag-heen zweet. Het stinkt. Door de concentratie komt er ook een verkramping in mijn lijf, alsof ik met mijn hele lichaam aan het schrijven ben. Toen ik Birk af had, moest ik naar een chiropractor omdat ik helemaal krom was.”

Op de foto draagt Jaap Robben een overhemd van hemzelf, een kasjmier trui van Extreme Cashmere, wollen pantalon met tricot banden aan de pijpen van Neil Barrett via de Bijenkorf in Amsterdam en sokken van Falke.