Criminelen opsporen via verkeerscontroles mag toch

De politie mag doorgaan met de opsporing van criminelen door middel van de ‘dynamische verkeerscontrole’. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag bepaald.

Jeroen Jumelet/ANP

De dynamische verkeerscontrole is losjes vermomd recherchewerk. De politie organiseert een fuik waarbij auto’s aan de kant worden gezet om de chauffeur te vragen naar rijbewijs, kenteken en de toestand van de auto. Alleen zijn de agenten niet van de verkeerspolitie, maar van de recherche en hebben ze hun uniform enkel aangetrokken om geen argwaan te wekken bij de passagiers.

Want in feite worden de auto’s niet willekeurig aangehouden om ze op verkeerstechnische kwaliteiten te beoordelen, maar doelgericht, omdat de rechercheurs vermoeden dat er criminelen in rijden. Onder het motto ‘vragen staat vrij’ beginnen de agenten dan een praatje met de inzittenden om hun nuttige informatie te ontlokken.

Het gerechtshof had in december de bestuurder van een auto met daarin één kilo wiet vrijgesproken, omdat de aanhouding bij deze verkeerscontrole volgens het hof niet terecht was. De gebruikte methode beoordeelden de rechters als détournement de pouvoir, misbruik van een bevoegdheid voor het verkeerde doel – een zogeheten vormverzuim. Het hof noemde de controles „strafvorderlijke fishing expeditions”.

De zaak moet volgens de Hoge Raad over ,,omdat de politie, anders dan het hof had geoordeeld, de bevoegdheid tot verkeerscontrole niet oneigenlijk heeft gebruikt”. De Hoge Raad oordeelt dat een verkeerscontrole aan de wettelijke eisen voldoet als hierbij daadwerkelijk het rijbewijs en de kentekenpapieren zijn gecontroleerd. Dat de verkeerscontrole wordt ingezet om opsporingshandelingen mogelijk te maken, maakt die controle nog niet onrechtmatig.

Discriminatie uitgezonderd

De Hoge Raad maakt in zijn uitspraak een uitzondering voor discriminatie, namelijk ,,als een voertuig uitsluitend of hoofdzakelijk op basis van etnische of religieuze kenmerken van de bestuurder of de inzittende voor controle wordt geselecteerd”, zoals in het persbericht staat dat de Hoge Raad dinsdag verstuurde. In deze zaak is discriminatie niet gebleken, aldus het hoogste rechtsinstituut. Het gerechtshof had in december in zijn uitspraak nadrukkelijk gewezen op de notitie van de politiemensen bij de aanhouding” van de BMW X6: „Een heel dure auto met een Oost-Europees type op de bijrijdersstoel en een Hindoestaans/Surinaamse bestuurder, een opvallende combinatie.”

De politie is zich allang welbewust van discriminatie als verschoningsgrond. In een instructieboekje dat twee Amsterdamse rechercheurs schreven over de methode werd ook jurisprudentie aangehaald, waaronder een vonnis uit 2009. Daarin had de verbaliserende politieman als reden voor de aanhouding opgegeven ,,dat de bijrijder aan de uiterlijke kenmerken voldoet van een Antilliaan” waarvan, schrijven de instructeurs, politie weet ,,dat deze veelvuldig actief zijn in de criminaliteit”. Voor de rechtbank was het reden de verdachte strafvermindering te geven.