Modekwestie: Al die gescheurde spijkerbroeken, wat is daar leuk aan?

Kapotte kleding was voor punks een manier om zich af te zetten tegen het establishment.

Elke maand beantwoordt moderedacteur Milou van Rossum een lezersvraag. Deze maand een vraag van Agnes van Duffelen:

Kunt u mij die (voor mij) onbegrijpelijke trend van kapotte spijkerbroeken uitleggen aub? Ik kan er met mijn verstand niet bij.

Foto: Flickr / Géorgia Moro  (CC BY 2.0)

Foto: Flickr / Géorgia Moro (CC BY 2.0)

Het antwoord

Zolang er jeans zijn, worden die ook versleten gedragen. Al werden kapotte exemplaren tot de jaren zeventig meestal opgelapt. De gescheurde spijkerbroek waarop u waarschijnlijk doelt, heeft zijn oorsprong in de punkbeweging. Kapotte kleding was voor punks een manier om zich af te zetten tegen het establishment.

Sindsdien is de gescheurde spijkerbroek eigenlijk niet meer weggeweest, hoewel hij tegenwoordig wel extreem populair is: bijna elke jongere lijkt van die brede horizontale scheuren over de knie te hebben. Gescheurde jeans staan dus voor rebellie. Maar bij de broeken die je tegenwoordig ‘prefab’ kapot koopt, gaat het ook om iets heel anders. In de jaren zestig en zeventig was een spijkerbroek pas gebleekt en/of kapot als je hem heel lang had gedragen, of persoonlijk in het bleekwater had gedoopt.

Dat soort tijd en aandacht hebben we allang niet meer voor onze kleding. In plaats van eens in de paar jaar een spijkerbroek te kopen, schaffen veel mensen nu jaarlijks meerdere broeken aan. Alleen kleuters, klusjesmannen en fotografen hebben nog ‘natuurlijke’ gaten in hun broek – en dus gelden beschadigingen nu als romantisch (en als luxe: met de hand gemaakte slijtages kunnen een broek, vooral bij de zogenaamde ‘premium’-merken, prijzig maken).

De trend is overigens niet alleen te zien bij spijkerbroeken; ook ‘oud’ gemaakte schoenen zijn bijvoorbeeld al jaren in de mode. Eigenlijk is het allemaal een soort nep-antiek, zou je kunnen zeggen. Kitsch.