Minister gelast onderzoek naar ex-korpschef Bouman

Nationale Politie

Na riante declaraties van de centrale OR van de politie wil de minister weten wat de rol was van korpschef Bouman. Kocht die zo steun?

Gerard Bouman, voormalig korpschef van de Nationale Politie. Foto Robin Utrecht

Er komt een groot onafhankelijk onderzoek naar de rol die de begin dit jaar opgestapte baas van de Nationale Politie Gerard Bouman heeft gespeeld bij besluiten van de Centrale Ondernemingsraad (COR) van de politie. Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) stelt dit onderzoek in.

De besluitvorming bij het medezeggenschapsorgaan wordt nader onder de loep genomen, omdat uit een onderzoek van de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de politie naar de bestedingen van de COR is gebleken dat deze voor een belangrijk deel „onrechtmatig en ondoelmatig” waren. Het afgelopen jaar beschikte de COR over een budget van 1,6 miljoen euro.

De voorzitter van de grootste politievakbond, NPB, Jan Struijs zegt dat uit de nu bekend geworden gegevens „op zijn minst de verdenking ontstaat dat de besluitvorming over de reorganisatie van de politie is besmet”.

De vakbondsman wil weten hoe het kan „dat de top van politie en justitie instemden met de inrichtingsplannen van de Nationale Politie terwijl externe deskundigen, de vakbonden en ook de COR waarschuwden dat de reorganisatie niet goed ging”.

Het vermoeden bestaat dat Bouman met veel geld de steun van de COR heeft gekocht. Eerder werd al bekend gemaakt dat de huidige korpschef Erik Akerboom aangifte heeft gedaan tegen de inmiddels opgestapte voorzitter van de COR, Frank Giltay. „Hij smeet met geld en Bouman was daarvan op de hoogte maar deed niets”, aldus een bron rond het onderzoek.

Met het afkondigen van een eigen onderzoek hoopt de VVD naar verluidt een parlementair onderzoek naar de politiereorganisatie te voorkomen. Het Tweede Kamerlid Nine Kooiman (SP) wil weten of „het inrichtingsplan van de Nationale Politie onterecht is goedgekeurd door de COR? Welke deals hebben er mogelijk nog meer plaatsgevonden? En in hoeverre was de minister hiervan op de hoogte?”