Mel Gibson heeft tien jaar in de luwte vooral aan zichzelf gewerkt

Diederik van Hoogstraten ontmoet acteur-regisseur Mel Gibson, die steun vindt in zijn baard bij zijn onwennige terugkeer in de schijnwerpers met oorlogsfilm ‘Hacksaw Ridge’.

Foto Frederic J. Brown / AFP

Ooit stond de naam Mel Gibson garant voor de onvoorwaardelijke steun van een grote filmstudio, met een ruim budget en zoveel opnametijd als nodig.

Dat was ooit. In het decennium sinds Apocalypto (2006), zijn vorige film als regisseur, deed Gibson (60) dingen die in Hollywood niet heel goed vallen. Rijden onder invloed, anti-semitische tirades afsteken, exen grof beledigen. Maar daar wil Gibson het niet over hebben als we hem treffen in Beverly Hills. Ook zijn 34 jaar jongere vriendin, zwanger van zijn negende kind, blijft buiten beschouwing. „Ik heb aan mezelf gewerkt”, zegt hij, nogal new-age-achtig voor een fervente katholiek, over zijn jaren van afwezigheid met nu en dan een onopgemerkte B-film.

Constant door zijn baard strijkend oogt Gibson ongemakkelijk, terug in de schijnwerpers. Maar dat hij oorlogsfilms kan maken, blijkt opnieuw uit het Tweede Wereldoorlogsdrama Hacksaw Ridge. Afgaande op de eerste reacties in Hollywood zal de film hoge ogen gooien bij de Golden Globes en Oscars.

Liefde in de hel

Gibson vertelt dat zijn budget 45 miljoen dollar was: 20 procent minder dan Braveheart, waar hij in 1996 de Oscars voor beste film en regie mee won. De opnamen van Hacksaw Ridge duurden 59 dagen, twee keer zo kort als Braveheart. Oftewel: Gibson weet dat hij zich met deze onafhankelijk geproduceerde film opnieuw moest bewijzen. Toch twijfelde hij geen moment toen hij het scenario had gelezen, over een pacifistische soldaat die ongewapend naar het Japanse front afreist.

„Op de ellendigste plek op aarde, in de hel, wanneer de meeste mensen naar dierlijke niveaus afdalen, wilde hij liefde tentoonspreiden. De liefde die nodig is om je leven voor een ander te geven. Levens redden op de plek waar levens werden genomen: het toppunt van moed.” Zelf is hij niet erg dapper, voegt hij er gauw aan toe. „I’m a chicken.”

Gibson grijnst en aait door die baard. „Jongens, ik ben blij om weer terug te zijn”, zegt hij knikkend. „Maar ik zie dit niet als een comeback, hoor. Alleen als een goeie film.”