Dit vinden actieve PvdA’ers van de coalitie met de VVD

PvdA-kader Ze begrijpen dat hun partij met de VVD ging regeren, maar lokale en regionale PvdA’ers worden moedeloos van de gevolgen ervan. En ze willen liever Lodewijk Asscher dan Diederik Samsom als lijsttrekker, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van NRC.

Lodewijk van Asscher en Diederik Samsom tijdens het jaarlijkse partijcongres van de PvdA in De Rijtuigenloods in Amersfoort. Foto Robin Utrecht/ANP

Het kon niet anders. Met dat berustende zinnetje kun je de gevoelens van actieve PvdA’ers over het kabinet Rutte II aardig samenvatten. Het komt telkens terug, steeds iets anders geformuleerd. „Van elk alternatief was Nederland slechter geworden.” „Zonder PvdA was een rechtser kabinet gevormd.” Een enkeling merkt op: „Het getuigt van moed.”

Onderzoeksbureau Overheid in Nederland ondervroeg de afgelopen anderhalve week PvdA’ers in lokale en regionale vertegenwoordigingen en besturen. Raadsleden, Provinciale Statenleden, wethouders en burgemeesters kregen vragen voorgelegd over de coalitie met de VVD, de PvdA-bewindslieden, partijleider Diederik Samsom en de verwachtingen voor de toekomst. Er was een respons van meer dan 40 procent.

Uit het onderzoek rijst een beeld van een PvdA-kader dat begrijpt welke keuzes de partijtop heeft gemaakt, maar moedeloos wordt van de uitvoering en gevolgen ervan.

Lijsttrekkers

Ze vinden het goed dat hun partij in 2012 verantwoordelijkheid nam door te gaan regeren met de VVD, maar willen na de volgende verkiezingen resoluut linksaf. Ze zijn best trots op wat de PvdA in Rutte II heeft bereikt, maar vindt dat partijleider Diederik Samsom die successen beroerd heeft gecommuniceerd. Ze zijn uiterst kritisch over het functioneren van Samsom, maar omarmen ook niet massaal zijn concurrent Lodewijk Asscher als de nieuwe man.

Negatief zijn de actieve PvdA’ers zeker niet alleen over de prestaties van hun partij in Rutte II. Als belangrijkste verdiensten noemen ze de aanpak van de economische crisis, de opvang van vluchtelingen, de beperking van schijnconstructies op de arbeidsmarkt en topinkomens in de publieke sector. De PvdA, zeggen ze, heeft „het beleid aanwijsbaar linkser kunnen maken”.

Te veel en te ingrijpend

Het belangrijkste onderwerp van de afgelopen jaren vinden ze, met afstand, de zorg. En daar hebben ze vaker een negatief dan een positief oordeel over. De decentralisatie van de jeugdzorg, de langdurige zorg en de huishoudelijke hulp van Rutte II vinden ze op zich niet slecht. De zorg is dichter bij mensen gebracht en bovendien is er iets gedaan aan de bureaucratie en de hoge kosten.

Maar het was allemaal te veel en te ingrijpend en het ging te snel. Een ondervraagde spreekt van „een veel te grote wending aan het stuur, die de komende jaren ongetwijfeld nog tot veel ‘voortschrijdend inzicht’ en herzieningen zal leiden”. Een ander noemt de opdracht van staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) „een hel voor de man en voor ons land”.

Over politiek leider Diederik Samsom is het partijkader heel kritisch. Ze hebben grote waardering voor hoe hij de eenheid in de coalitie heeft bewaakt en het kabinet de volle vier jaar overeind heeft gehouden. Maar ze vinden dat hij de successen van de PvdA belabberd heeft uitgedragen. „Diederik verdedigde het kabinetsbeleid en bracht niet het onversneden PvdA-geluid naar voren”, schrijft een ondervraagde. Een ander: „De PvdA weet naar buiten toe geen lol en eenheid uit te stralen.”

De PvdA’ ers willen dan ook liever de verkiezingen in met Asscher dan met Samsom: 38 tegen 26 procent. Maar je zou kunnen zeggen dat ze voor geen van die twee kandidaten écht warmlopen: samen halen Samsom en Asscher nog geen tweederde van de stemmen. En de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb krijgt steun van 15 procent van het kader, al doet hij niet eens mee aan de lijsttrekkersverkiezing. Dat kan duiden op een gebrek aan enthousiasme over het deelnemersveld, zegt Martijn Hulsen van Overheid in Nederland: „Blijkbaar vindt een deel van de PvdA’ers dat de ideale figuur er niet tussen zit.”

Lees hier het hele onderzoek:

PvdA by Billy Gentry on Scribd

Gevraagd naar de toekomst overheerst bij de PvdA’ers somberheid. Ze vrezen een ongenadige afstraffing bij de Tweede Kamerverkiezingen: bijna de helft voorziet een halvering. „Wij zijn niet van de wonderen, maar hebben die nu wel nodig”, schrijft een ondervraagde. Een enkeling wijt die somberheid aan de partijcultuur: „Geen ‘feestjes’ vieren bij behaalde resultaten maar teleurgesteld zijn ‘omdat het beter had gekund.”

Mocht de PvdA na de verkiezingen toch weer in het kabinet komen, dan wil de helft van de respondenten niet opnieuw met de VVD samenwerken. „Heeft ons als partij veel kwaad gedaan. Onverkoopbaar om dat weer vier jaar te doen.”

Negentig procent steunt de lijn van de PvdA-top om samenwerking met de PVV uit te sluiten. Toch zijn een paar respondenten het hier niet mee eens. „Als de PVV 40 zetels zou krijgen dan moeten wij voor hen open staan”, schrijft er een. „Doen we dat niet dan serveren wij die kiezers af.”