Column

Flikker op met je punt op de horizon

We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Toen ik nog jong was en onbedorven door jeukwoorden, zag ik in Zuid-Afrika mijn eerste horizon. Ik was toen 28. Nou ja, daarvoor had ik natuurlijk ook wel eens een horizon gezien, zo’n Hollandse grijsblauwe, met schuim op de koppen, maar deze Zuid-Afrikaanse, dát was een echte. Dat zag ik meteen. Met een okergeel aanloopje van zand, schakerend naar mokka, en daarachter wel zes, zeven, acht laagjes kleur van licht- naar donkergroen, en dán nog de lucht erboven. Van roze, violet naar paars, helemaal naar het einde. Sindsdien zijn horizonten me heilig.

Ik word dan ook altijd heel pissig als ik kantoortijgers hoor praten over de horizon, laat staan dat ze er met stiften stippen of punten op gaan zetten.

Zo heb je de „heldere stippen op de horizon die voor iedereen zichtbaar gemaakt moeten worden” – ik denk omdat je er anders dwars doorheen kijkt; zijn er „de stevige stippen op de horizon waarvan je voortdurend moet blijven controleren of ze nog goed staan”; en heb je de managers die zich afvragen „hoe we met een divers pluimage van stip naar punt op de horizon komen”, want een stip en een punt op de horizon – wist ik niet – maar dat blijken dus weer twee verschillende dingen te zijn.

161102X_japke_horizon

En dan zijn er nog de goeroes die met shovels op kantoor komen en de horizon willen „verbreden”, is er een stroming die hele „puntenwolken” op de horizon wil kalken omdat je anders „niet meer onderscheidend bent tussen al die andere punten” en las ik dat er een bureau is dat het punt op de horizon niet meer als punt wil voorstellen, maar als „plek”, want „een punt is statisch, en een plek bevrijdend”.

Jongens, flikker op. Ga lekker op een whiteboard punten zitten tekenen, maar blijf met je tengels van de horizon. Die is in Nederland al genoeg vervuild met Vinexen, Burger Kings en bedrijfsterreinen.

Wat is het púnt ook, van zo’n punt op de horizon: medailles, gladiolen, geluk? Het is het grootste brevet van onvermogen dat een manager op kantoor kan afgeven. Want dan blijkt dat je het gewoon niet weet, waar je heen wil, en áls je er bent kan het net zo goed het punt van een ander zijn, een burning platform of een pizza met extra artisjokken.

Om over alle nieuwe stippen nog maar te zwijgen die alweer opdoemen als je op de horizon bent. En dan kan je er ook allang voorbij gevaren zijn. Ik heb zelf in ieder geval een kerkhof van punten op de horizon achter me liggen.

Ja, vroeger, toen de wereld nog plat was. Toen was het stoer, zo’n punt op de horizon. Dat was een Bermudadriehoek waar je je lastige werknemers heen kon sturen en dan maar hopen dat ze van de pannenkoek af zouden vallen. Maar tegenwoordig met Google Maps is het vooral sneu. Lekker laf ook om het weer eens buiten het bedrijf te zoeken, in de verte, in plaats van nou eindelijk eens binnen spijkers met koppen te slaan. Noem het dan een pot met goud aan het einde van de regenboog, als je zo graag in sprookjes wilt geloven.

Mij lijkt het dan ook een goed idee om al die mensen die over horizonnen beginnen meteen in de auto te zetten en hop, karren maar naar het verdwijnpunt. Dan blijf ik wel achter om te kijken wanneer ze er zijn.

Kan ik eindelijk eens lekker rustig mijn werk afmaken.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked