In zijn pyjama gevlucht, maar nu terug als president

Michel Aoun, nieuwe president Libanon Het kostte Libanon ruim twee jaar het eens te worden over een nieuwe president: een oud-krijgsheer trok aan het langste eind.

Foto Mohammed Zaatari/AP

Zesentwintig jaar geleden moest hij in zijn pyjama vluchten uit het presidentieel paleis in Baabda, waar hij illegaal zijn intrek had genomen. Nu kan de 81-jarige oud-generaal Michel Aoun zich eindelijk officieel president van Libanon noemen.

Het parlement hield er maandag nog even de spanning in: enkele grapjassen schreven op hun stembiljet Zorba de Griek of Myriam Klink, een Libanese popster. Maar na vier stemrondes viel de keus op Aoun en kwam er een eind aan een impasse van twee en een half jaar waarin het land zonder president zat.

Dat gebeurt in Libanon vaker: het duurde zes maanden voor president Suleiman in 2008 werd verkozen. Er is een winkeltje in de hipsterwijk Ghemmayze dat telkens korting geeft ‘tot we een nieuwe president hebben’. De vorige keer was dat ‘50 procent’, nu stond er wijselijk ‘? procent’ op de etalage.

Waarom is het zo moeilijk een president te kiezen? Volgens het Nationaal Pact uit 1943 moet de president een maronitische christen zijn (en de premier een sunniet, de parlementsvoorzitter een shi’iet). Dat was bedoeld om de achttien sekten in Libanon tevreden te houden.

Het probleem is dat de maronitische christenen sinds 2005 verdeeld zijn over de twee politieke kampen: het pro-Syrische en het anti-Syrische. Die tweespalt is in grote mate Aouns schuld. Toen de Libanezen in 2005 een eind maakten aan de Syrische bezetting van hun land, was dat goed nieuws voor de fervent anti-Syrische Aoun: hij kon na 15 jaar terugkeren uit ballingschap in Frankrijk. Maar kort daarna verbaasde hij vriend en vijand door in zee te gaan met het pro-Syrische kamp. Aoun werd de partner van Hezbollah, de shi’itische verzetsbeweging.

Dat is sindsdien het politieke landschap: sunnieten en christenen aan één kant, shi’ieten en de rest van de christenen aan de andere kant. Het leidde ertoe dat niemand het eens kon worden over een president.

De impasse werd verbroken toen Saad Hariri van de sunnitische Toekomstpartij zich achter Aoun schaarde, kandidaat van het andere kamp. In ruil mag Hariri premier worden in een nieuwe regering. Hariri’s keuze verraadt onmacht. De Hariri’s waren lang de onbetwiste leiders van de sunnitische gemeenschap. Maar het bouwbedrijf waarmee vader Rafik miljarden verdiende in Saoedi-Arabië, Saudi Oger, is in problemen doordat Riad zijn rekeningen niet betaalt. Daarbij hebben de Saoediërs hun hulp aan Libanon gestaakt omdat Iran te veel invloed in het land zou hebben.

Hariri verblijft ‘om veiligheidsredenen’ veelal in het buitenland. Dat wordt hem niet in dank afgenomen. Eerder dit jaar verloor zijn partij de lokale verkiezingen in de sunnitische stad Tripoli. Met steun aan Aoun stelt Hariri zijn positie veilig.

Aouns verkiezing toont hoezeer Libanon nog gebukt gaat onder de krijgsheren uit de burgeroorlog. Behalve Aoun waren ook Samir Geagea en Suleiman Franjieh kandidaat. Geagea was in 1978 betrokken bij de moord op de vader, moeder en zus van Franjieh. Aoun was in 1990 de laatste krijgsheer die vredesakkoorden niet wilde tekenen. Het waren Geagea’s Lebanese Forces die hem toen, met het Syrische leger, verdreven uit het presidentieel paleis.

Het presidentschap is een veelal ceremoniële functie, en de Libanezen weten dat hun politici in de eerste plaats voor zichzelf zorgen. Dat zij er na anderhalf jaar nog altijd niet in geslaagd zijn om de afvalcrisis op te lossen is daar slechts het laatste voorbeeld van. Alleen de eigenaar van het winkeltje in Ghemmayze kan weer opgelucht ademhalen.