Illustrator Floor Rieder vertelt Wilfried de Jong over het ambacht tekenen

Illustrator Floor Rieder vertelt Wilfried de jong over haar liefde voor haar kraspen. Foto Merlijn Doomernik / NRC

Het geluid doet denken aan een nagel over een schoolbord. Illustrator Floor Rieder (31) krast haar ontwerpen op een zwartgeverfde glasplaat. Zo tekende ze Waar is Ludwig?, het prentenboek voor de afgelopen Kinderboekenweek. Haar favoriete gereedschap is een eenvoudige kraspen.

Ogenschijnlijk gedachteloos

Haar hand zweeft boven een glasplaat. De stalen punt van de kraspen daalt langzaam op een donker vlak. Floor krast ogenschijnlijk gedachteloos, zoals iemand aan de rand van een krantenpagina een poppetje tekent. „Je moet geduldig zijn met dit werk. Eigenlijk ben ik juist onrustig, altijd met zes dingen tegelijk bezig. Dit werk is mijn uitknop. Zoals een ander zich kan verliezen in tuinieren, vissen of houthakken, zo doe ik uren achter elkaar niets anders dan krassen.”

Het opbrengen van de verf luistert heel nauw.

Haar kraspennen haalt ze bij een speciaalzaak op de Rozengracht in Amsterdam. Ze loopt blindelings naar het laatje waar ze in liggen. „Ik wil alleen dit model: een pen met een houten houder en een driehoekje als punt. Met het scherpste deel kan ik fijne lijnen maken, als ik ’m schuiner hou, kan ik hele vlakken op de glasplaat wegkrassen. Als de pen een beetje afgesleten raakt, werkt hij het lekkerst. Het is net als met een kroontjespen: je moet er een tijdje mee schrijven.”

Warm weer heeft slechte invloed

De glasplaten waarop ze tekent, verft ze zwart met gouacheverf van het merk Talens. „Die verf moet echt meteen goed dekken. Als die zwarte laag licht doorlaat, kan ik hem niet goed scannen. Het opbrengen van de verf luistert heel nauw. Ik kwam er deze zomer achter dat warm weer een slechte invloed heeft. Dan droogt de verf op het glas te strak op en gaat het schilferen tijdens het krassen.”

Tijdens haar werk komt er veel zwart gruis vrij op en rond de glasplaat. Floor kan zich uren verliezen in het maken van een illustratie en vergeten hoe smerig ze wordt. „Sinds ik me kan herinneren, heb ik vieze handen van het tekenen. Als kind al zat de zijkant van mijn hand onder de kleuren van het tekenen met stiften. Nu loopt het zwarte stuif door op mijn pols. Tijdens het werk wrijf ik regelmatig in mijn gezicht. Eigenlijk moet ik in de spiegel kijken voor ik vertrek uit mijn atelier. Als ik thuiskom – even snel boodschappen gedaan – zie ik het pas: overal zwarte vegen. Een mijnwerker. Toen ik net zwanger was, twijfelde ik of het stof giftig was. Ik heb zo’n Japans stofkapje voor mijn mond gedaan, maar dat werkte niet omdat ik constant dat schraapsel van de glasplaat moet blazen.”

Eerst een schets maken

Floor kan lang rondlopen met een idee voor een illustratie. Het krassen stelt ze graag nog even uit. Een uurtje ouwehoeren met een vriendin, het bureau opruimen, oh, het is alweer lunchtijd. „Maar als ik dan eenmaal begin, wil ik uren achtereen krassen. Het duurt lang voordat een illustratie klaar is, maar je hebt met zo’n kraspen wel snel effect; één lijn op zo’n zwart vlak vind ik al zo mooi. Wat ik doe, is het wit vrij maken. In feite teken ik in wit en blijft het zwart over. Ik weet precies wat ik doe. Van tevoren heb ik een schets gemaakt. Eigenlijk maak ik op dat glas een soort uitdraai van wat er in mijn hoofd zit.”

Eigenlijk maak ik op dat glas een soort uitdraai van wat er in mijn hoofd zit.

Zelfs als ze niet werkt, heeft Floor graag een houten pen in haar hand. Om de haverklap is ze er één kwijt. „Ik ben een druk persoon. Ik leg ze zonder nadenken ergens neer. Vaak vind ik ze terug op het toilet. Soms raken ze voorgoed zoek. Niet erg. Het is geen vulpen met een hele historie. Mijn kraspenn zijn goedkoop – ongeveer een tientje – en als ze zijn versleten, houdt het op.”

Op een lichtbak kan ze goed zien of alle gekraste vlakken en lijnen er goed uitspringen. Ze houdt van verfijning in haar werk: de ruggen van boeken in een kast tekenen, draadjes van een vloerkleed, veren met pauwenogen. De gekraste illustratie op de glasplaat wordt gescand. Op de computer werkt Floor de laatste oneffenheden bij en kleurt de illustratie in. Natuurlijk, ze zou alles op de computer kunnen doen, maar ze houdt te veel van het ouderwetse krassen met een pen. „Kijk naar Nijntje, nergens een heel strakke lijn, er zit een rafeltje in. Dat komt door het werken met de hand. Tekenen op een computer wordt niet per se lelijk, hoor. Maar je krijgt een dooie lijn. Een met de hand getekende lijn lééft.’