Cultuur

Interview

Interview

‘Ik blijf op Bonaire een makamba’

Herman Sieben (61) is verantwoordelijk voor de natuur op Bonaire. Tot zijn spijt werd het Caribische eiland niet geselecteerd voor de wedstrijd Mooiste Natuurgebied van Nederland. ‘Bonaire is eigenlijk een Waddeneiland op afstand.’

Deze week werd het mooiste natuurgebied van Nederland gekozen. Natuur is voor Nederlanders: een herfstwandeling op de Utrechtse Heuvelrug, een vaartochtje door de Biesbosch, een treinrit langs de Oostvaardersplassen, een fietstocht rond het IJsselmeer. Een heuvel met wat villaatjes ertegen, om met de dichter J.C. Bloem te spreken. Maar het populairste natuurgebied, zo blijkt uit een online-verkiezing van het ministerie van Economische Zaken, is het Waddengebied.

Waar de meeste mensen niet bij stilstaan: tot die Nederlandse natuur behoren ook flamingo’s op een uitgestrekte zoutvlakte. Koraalriffen waartussen zeepaardjes wegschieten. Zeeschildpadden die met trage slagen langs de kust zwemmen. Het Caribische eiland Saba deed weliswaar mee aan de verkiezing, maar trok nauwelijks stemmen.

Bonaire – op zo’n 800 kilometer van Saba – behoorde zelfs niet tot de dertien door een vakjury geselecteerde natuurgebieden. En dat is jammer, zegt Herman Sieben, directeur van SPINAPA, de Stichting Nationale Parken op Bonaire. De twee Nationale Parken van Bonaire zijn, sinds het eiland in 2010 een bijzondere gemeente van Nederland werd, op papier vergelijkbaar met de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug. „Of althans: dat zouden ze moeten zijn. Maar dat besef dringt moeizaam door.”

Sieben is in Nederland vanwege de wedstrijd ‘Mooiste Natuurgebied van Nederland’. De drie gebieden met de meeste stemmen – naast de Wadden ook de Veluwe en Nationaal Park Hollandse Duinen – krijgen 300.000 euro om de kwaliteit van het gebied te vergroten en het in binnen- en buitenland op de kaart te zetten.

Druipende zwembroek

Sinds januari van dit jaar is Sieben verantwoordelijk voor de natuur op Bonaire. En dat terwijl hij een jaar eerder nog nooit in de Cariben geweest was. In 2015 ging hij erheen op vakantie met zijn vrouw.

Hij nam snorkelspullen mee en een verrekijker voor de flamingo’s. Op de laatste dag van de vakantie dook hij nog één keer de azuurblauwe zee in. Terug op het strand, in zijn nog druipende zwembroek, zag hij het kantoor van STINAPA. „Ik werkte toen nog voor Staatsbosbeheer, en we hadden in het verleden weleens samengewerkt aan een internationaal project. ‘Ik loop even naar binnen’, riep ik tegen mijn vrouw.”

Binnen hoorde hij dat ze nog steeds een directeur zochten. „Hebben jullie al een nieuwe?”, vroeg Sieben spontaan. De sollicitatieprocedure liep al, maar een paar maanden later kreeg hij – allang terug in Zwolle – alsnog een e-mail: of zijn interesse in de directeurspositie serieus was. „Blijkbaar had ik een goede indruk gemaakt in mijn zwembroek.”

Sieben is nu een enthousiast voorvechter van de Caribische natuur, die van de Haagse politiek volgens hem veel te weinig aandacht krijgt. „Natuurlijk snap ik dat er keuzes gemaakt moeten worden, en dat gezondheidszorg en onderwijs voorrang krijgen. Maar om de natuur op Bonaire te negeren, dat is verkeerd. Die Nationale Parken zijn ook belangrijk voor de gezondheid, en voor de educatie. En dus moet er in geïnvesteerd worden, net zoals dat in de rest van Nederland gebeurt.” De rést van Nederland, inderdaad. Wie klakkeloos over Nederland begint, wordt door Sieben direct onderbroken: „Ho, wacht even. Hebben we het over Europees Nederland, Caribisch Nederland of heel Nederland?”

Soorten spotten is leuk, maar nog belangrijker is dat we goed voor die soorten zorgen

Flamingos vliegen bij de zuidkust van Bonaire.

Flamingos vliegen bij de zuidkust van Bonaire.
 

Bijzondere zwammen

Sieben is geen man van halve maatregelen. Als hij ergens door wordt gegrepen, dan gaat hij ervoor met heel zijn hart. Vierendertig jaar geleden kwam hij, tijdens de eerste date met het meisje dat later zijn vrouw zou worden, bij toeval een bijzondere paddestoel tegen. Diezelfde dag nog kocht hij een lijvig paddestoelenboek en daags erna meldde hij zich aan bij de Nederlandse Mycologische Vereniging. Ook nu hij een paar weken in Nederland is speurt hij, tussen de afspraken door, naar bijzondere zwammen.

„Op Bonaire heb ik tot nu toe vijf paddenstoelensoorten ontdekt. Het is makkelijk om daar nieuwe soorten voor het eiland te scoren. Ik heb ook al drie voor Bonaire onbekende vliegensoorten gevonden. Gisteren heb ik ze aan een vliegenexpert uit Leiden laten zien; hij heeft ze voor me op naam gebracht.”

Sieben klinkt als een bioloog, maar is afgestudeerd in historische sociologie. „Pim Fortuyn was mijn scriptiebegeleider. Ik schreef over het overheidsbeleid inzake natuurbescherming tussen 1900 en 1950. Dat raakvlak tussen politiek en natuur heeft altijd mijn interesse gehad. Soorten spotten is leuk, maar nog belangrijker is dat we goed voor die soorten zorgen.” En juist dat wringt op Bonaire, benadrukt hij.

Bonaire behoort niet tot een provincie. Dus wie betaalt onze natuur?

Foto Lex van Lieshout/ ANP

Het strand bij het natuurgebied, Lac Cai Park. Foto Lex van Lieshout/ ANP

 

Schuine grap

Zijn kinderen dachten dat hij een schuine grap maakte toen hij vorig jaar tijdens het kerstdiner vertelde dat hij zou gaan werken voor een openbaar lichaam – de term die wordt gebruikt voor de bestuursvorm van Bonaire. „Schuine grap of niet, feit is dat we flink met dat lichaam moeten leuren om geld en aandacht te krijgen. Sinds de overheid in 2013 de decentralisatie van het natuurbeleid heeft ingevoerd, zijn provincies verantwoordelijk voor het beheer ervan. Maar Bonaire behoort niet tot een provincie. Dus wie betaalt onze natuur?”

Natuurlijk, in 2015 kwamen er vanuit het Rijk tijdelijke projecten beschikbaar om bijvoorbeeld de geitenoverlast in het Nationaal Park Washington Slagbaai tegen te gaan, en daarmee de erosie. „En begrijp me niet verkeerd: daar zijn we blij mee. Maar wat we ook nodig hebben, is structurele subsidie. Afgelopen weekend sprak ik twee boswachters op Terschelling: die krijgen jaarlijks 1,2 miljoen euro voor het beheer van hun eiland. Per hectare duin of veen krijg je in Europees Nederland van de overheid een vast bedrag, maar per hectare koraal krijg je op Bonaire feitelijk niets.”

De gemeente Bonaire stelt zo’n 60.000 euro beschikbaar voor natuur- en milieu-educatie van de basisscholen en de junior rangers: jongeren tussen de 12 en 21 jaar die wekelijks les krijgen over de natuur op en rond hun eiland, leren duiken en helpen bij het schoonmaken van de stranden. Daarnaast zijn er inkomsten uit snorkelvergunningen (10 dollar per jaar) en duikvergunningen (25 dollar per jaar). In 2014 kwamen er ruim 280.000 toeristen naar Bonaire, en het eiland telt zo’n 19.000 inwoners. Sieben: „Maar niet iedereen schaft een vergunning aan. En de inkomsten die we daarmee genereren, zouden we eigenlijk willen investeren in de bouw van een bezoekerscentrum en in extra voorlichting.”

Je zou Bonaire als een Waddeneiland op afstand kunnen beschouwen, zegt Sieben. „Uiteraard, de natuur is er anders. Maar je hebt wel te maken met een eilandcultuur. Met bewoners die voor een groot deel afhankelijk zijn van toerisme, en tegelijkertijd hun eigen cultuur, hun eigen taal willen behouden. Op die eilanden is een dynamisch evenwicht nodig tussen natuurbeheer en toerisme, tussen bescherming en recreatie. Zoals je in de Waddenzee Rottum hebt, waar geen toeristen mogen komen, zo hebben wij Klein Bonaire, waar niet gebouwd mag worden. Daar heeft de natuur de vrije hand.

Maar op de andere Waddeneilanden, en dus ook op ‘Groot Bonaire’, moet je de bezoekers tevreden stellen. Die gaan er vaak niet zomaar voor een dagje heen. En dus wil je ze vogelexcursies kunnen aanbieden, fietstochten, lezingen… Vroeger op Ameland heb ik plaatselijke ondernemers leren vogelen, zodat zij zelf natuurexcursies konden organiseren. Iets dergelijks wil ik hier op Bonaire doen: locals opleiden tot natuurgids. Want dat is een verschil met boswachters in Nederland: die hebben al een aangeboren natuurinteresse, terwijl rangers op Bonaire soms gewoon een baan zoeken.”

Foto Lex van Lieshout/ANP

Een bezoek aan natuurgebied Lac Cai Park op Bonaire. Foto Lex van Lieshout/ANP

 

Moddervoet

Eigenlijk zou STINAPA gewoon een Bonariaan als directeur moet hebben, zegt Sieben. „Hoe hard ik ook oefen op mijn Papiaments, Ik ben en blijf een makamba – een moddervoet, letterlijk vertaald. Een scheldwoord voor Europese Nederlanders. Maar er zijn weinig mensen op Bonaire met de juiste natuurbeheerervaring die ook weten hoe het er in Nederland aan toegaat. Gelukkig hebben we Bonarianen in het bestuur, en zijn de rangers ook locals. Maar naar de managementfuncties solliciteren tot dusver vooral Nederlanders. Mijn droom is om iemand in te werken van Bonaire, die een tijdje in Wageningen heeft gestudeerd bijvoorbeeld, en is teruggekeerd naar het eiland.”

Tot het zover is, blijft hij zich inzetten voor de Nationale Parken van Bonaire. En hopen dat het eiland ooit tot Mooiste Natuurgebied van Nederland wordt verkozen. „Toegegeven, de Waddenzee is dichterbij dan de Caribische Zee. En ook bij Texel of Schiermonnikoog kun je duiken. Maar zulk prachtig koraal als bij ons vind je daar niet.”