Hier gaat Thomas Heerma van Voss heen als hij op een dood punt zit

Schrijver Thomas Heerma van Voss gaat naar het boshuisje van zijn moeder om een boek te lezen of te werken. „Geen afleiding, geen sport, geen vrienden aan de deur.”

Schrijver Thomas Heerma van Voss werkt het liefst met muziek. „Als ik er in de trein naar Egmond achterkom dat ik mijn cd’s ben vergeten, overweeg ik om terug te gaan en ze te halen.” Foto: Eddo Hartmann

Het huisje in Egmond is van mijn moeder”, zegt schrijver Thomas Heerma van Voss (26). „Zij doet in principe ook de tuin. Ik weet niet of ze er niet bovenop zit of dat dit haar stijl is, maar ik vind de wilde tuin heel prettig.” Een paar keer per maand komt hij hier om te schrijven of een boek te lezen. Alleen, met zijn vriendin of met zijn moeder.

Het bungalowpark bestaat uit meerdere kleine huisjes, voor één of twee personen. Er woont niemand, het doel is recreatief. Het bos is naast de deur, het strand tien minuten fietsen. Een woonkamer met een tafel, meer is het huis eigenlijk niet, zegt hij. Er is ook geen internet.

Chocoladerepen houdbaar tot 2002

„Als ik hier wakker word, kan ik een ommetje maken en boodschappen doen. Dat is het. Daarna meteen achter de computer. Het is er stil, zeker buiten de zomermaanden. Geen afleiding, geen sport, geen vrienden aan de deur.” Hier gaat hij efficiënt met zijn tijd om, thuis in Amsterdam „vliegen de dagen weg”.

Het aanrecht in het boshuisje is krankzinnig vol, zegt hij. „Net zo verwilderd als de tuin. Naast de gootsteen liggen boeken en pannen die niet in de kastjes kunnen omdat die vol liggen met tubes zonnebrandcrème. Als mijn moeder iets niet kan vinden, koopt ze het opnieuw. We vonden laatst soepblikken en chocoladerepen houdbaar tot 2002.”

Als Heerma van Voss met schrijven op een dood punt zit, helpt het om naar Egmond te gaan. „Daar krijg ik soms dingen gedaan die anders niet lukken. Voor mijn roman Stern heb ik zo’n 99 verschillende beginnetjes gemaakt. De meeste tijd schreef ik in Amsterdam, maar de belangrijkste knopen heb ik doorgehakt aan de keukentafel in Egmond.”

Het huis staat vol met erfstukken en meubels die zijn ouders in hun huis in Amsterdam niet kwijt kunnen. „Eigenlijk is het een vergaarbak van attributen zonder bestemming.”

Ooit een fanatieke schaker

Zo liggen het olifantje Babar en het schaakspel in de woonkamer er al sinds zijn jeugd. „Tot mijn dertiende schaakte ik fanatiek. Ik deed mee aan nationale toernooien, maar toen duidelijk werd dat ik nooit écht goed zou worden, ben ik rigoureus gestopt. Mensen die het een beetje konden, versloeg ik, maar mensen die echt goed waren, verloor ik van. Geen enkel spelletje was bevredigend. Dat dit schaakspel hier gewoon zo ligt, kenmerkt de rommeligheid van deze plek. Het ligt niet keurig in een lade met andere spelletjes; het ligt daar gewoon.”