‘Het is tijd om het over de écht gevoelige dingen te hebben’

Interview Accountants moeten de „zeer moeilijke” thema’s niet uit de weg gaan. Die zijn een deel van het probleem, zegt de onderzoekscommissie.

©

Accountants zijn het lang uit de weg gegaan, maar nu moet het er toch een keer van komen: de écht gevoelige onderwerpen ter discussie stellen. Hun verdienmodel, het partnermodel en de spanning tussen het individuele belang van hun klanten en het publieke belang: een jaarrekening waar iedereen op kan vertrouwen.

Dat is de boodschap van Ada van der Veer, de voorzitter van de Monitoring Commissie Accountancy. Deze commissie onderzoekt hoe de accountants de 53 door henzelf voorgestelde verbetermaatregelen uit 2014 invoeren en of die maatregelen wel genoeg zijn.

Dat zijn ze niet, oordeelde de commissie dinsdag in haar eerste rapport. Hoewel er „hard gewerkt” wordt en de maatregelen „positieve effecten” hebben, zijn ze „niet afdoende” om de kwaliteit naar het juiste niveau te tillen en de cultuur en het gedrag op kantoren te veranderen.

Om dat te bereiken moeten accountants eerst écht goed uitzoeken waar de problemen nou door komen – en daarbij de onderwerpen die „zeer moeilijk of niet bespreekbaar dan wel oplosbaar zijn” niet uit de weg gaan. „Wicked problems”, noemt de commissie die. Want misschien veroorzaken díé wel een deel van het probleem.

Wat zijn belangrijke ‘wicked problems’?

Ada van der Veer: „Het verdien- en businessmodel en in het verlengde daarvan het partnermodel. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat een accountant niet de goede kwaliteit kan leveren omdat het budget daar niet genoeg ruimte voor geeft, dus dat hij te weinig uren heeft voor het werk dat hij moet doen.”

Waarom vinden accountants het zo moeilijk om hierover te praten?

„Het raakt heel direct aan de personen in accountancy. Het zou bijvoorbeeld hun inkomen kunnen raken.”

Als het verdienmodel inderdaad een deel van de oorzaak is, hoe moet dat dan worden opgelost?

„Dat is niet onze taak. De accountants moeten met oplossingen komen, het is hun probleem.”

Waarom zijn deze onderwerpen niet in 2014 al aan de orde gekomen, toen de sector zelf een verbeterplan moest maken?

„Dat weet ik niet, maar ik denk dat er wel wat voortschrijdend inzicht is in de sector. De bestuursvoorzitter van KMPG heeft zich recent afgevraagd of het partnermodel nog wel past. Deloitte schrijft in zijn laatste transparantieverslag dat er een spanningsveld is tussen de diensten van accountants en adviseurs.

„Het is overigens wel interessant dat kantoren dit soort dingen in ons onderzoek vaak benoemen als sectorprobleem, maar niet specifiek voor hun eigen kantoor. Dat suggereert dat het voor een ander een probleem is, maar niet bij hen.”

In het rapport staat dat er meer „intrinsieke motivatie” nodig is. Wat bedoelt u daarmee?

„Als kantoren de maatregelen invoeren, doen ze dat met een checklistbenadering. Maar ze moeten ook de geest van de maatregelen begrijpen. Het gaat niet zozeer om nieuwe regeltjes, het gaat om de cultuur die je creëert, dat er ruimte is om fouten te maken. Buiten worden accountants meteen hard afgerekend als ze fouten maken, dus je moet daar intern goed met elkaar over kunnen praten.
„En je moet kunnen praten over dilemma’s. Bijvoorbeeld: Hoe zet je het publiek belang voorop? Als je iets signaleert wat je niet oké vindt, maar waarvan de klant zegt: ‘Ja, maar ik wil toch dat je dat niet laat meewegen’. Wat doe je dan?”

De commissie stelt geen nieuwe maatregelen voor. Waarom niet?

„Nog meer maatregelen worden nog meer checklists. Er zijn al erg veel regels afgekondigd. Meer regels zijn geen oplossing. Op dit moment. De sector moet zelf verantwoordelijkheid nemen.”

De politiek gaf de accountants in 2014 nog één kans om het zelf op te lossen. Hebben ze die nog niet verspeeld?

„Nee, dat lijkt me niet terecht. Dit heeft tijd nodig. Daar moeten we ook reëel over zijn.”