Column

Grijptang

Van ‘Albert Heijn Mijn Bonus’ kreeg ik zondagmiddag dit belangwekkende mailtje: „Beste Frits, heb je een lekker weekend? Hopelijk ben je weer helemaal uitgerust voor een nieuwe week. Het begint in ieder geval goed met leuke aanbiedingen en acties in je mailbox. Wij hebben weer ons best gedaan deze voor je uit te zoeken.”

Is het vreemd als ik na zo’n lief mailtje een bijna kwellend verlangen voel opkomen om onmiddellijk boodschappen te gaan doen bij Albert Heijn? Het kwam helaas wat aan de vroege kant, ik zat me nog in mijn stoel moeizaam op te laden voor een nieuwe week. Toch nam ik me alvast heilig voor mezelf de volgende dag zo snel mogelijk op te vrolijken met een bezoek aan deze hartelijke supermarkt.

Daar was het nog rustttig toen ik ’s morgens binnenstapte. Ik had stiekem gehoopt dat een van de winkelmeisjes zou roepen: „Ha, Frits, en hoe was je weekend?”, maar je kunt niet alles hebben, en zeker niet op maandagmorgen.

Ik pakte bij de ingang een mandje van de stapel en drentelde rond met een boodschappenlijstje in de aanslag. Gelukkig stond alles op zijn vaste plek. Ik wil uiteraard niets kwaads over Albert Heijn zeggen, maar het komt weleens voor dat producten om onbekende redenen van plaats verwisseld zijn, zonder dat ik daarover tevoren ben ingelicht via een monter mailtje van ‘Albert Heijn Mijn Bonus’. Dat zijn ervaringen die mij uit het lood kunnen slaan, het is alsof het leven zich plotseling vijandig tegen je keert.

Ik belandde bij de broodafdeling waar het drukker was dan elders in de winkel. Ik moest even wachten voor ik kon toetasten. Links voor mij stond een bejaarde vrouw, te midden van enkele mannen, aandachtig de verschillende broodsoorten te inspecteren. Het viel haar kennelijk moeilijk een keus te maken. Toen boog ze zich wat verder voorover en pakte voorzichtig met haar rechterhand enkele broodjes uit een bak.

Op dat moment draaide een minstens zo bejaarde man zich naar haar toe en zei: „U moet wel een tang nemen, mevrouw”. Zijn spraak was tot in de puntjes verzorgd, net als zijn kleding en zijn kapsel. Je hebt van die mannen die er ook op zeer hoge leeftijd blijven uitzien als een topdiplomaat op een receptie van de koning. De vrouw keek verbouwereerd opzij. Ze zei niets terug.

Ik had wel enig begrip voor haar vergrijp. Als niemand het kan zien, pik ik ook weleens gauw met de hand een broodje uit een bak, zonder de daarvoor bestemde grijptang te benutten. Over zo’n tang kun je de controle verliezen waarna het broodje op de grond keilt. En dan? Broodje oprapen, zelf meenemen - of ongemerkt terugleggen? Huiveringwekkend dilemma dat je liever uit de weg gaat.

Terwijl de bejaarde vrouw haar mand met boodschappen oppakte, deed de man een stap opzij, pakte de tang en ging daarmee voor haar staan. „Kijk, mevrouw, deze tang.”

De vrouw bleef oogcontact mijden terwijl ze bozig zei: „Ja, dat weet ik.” Ze rechtte haar rug en maakte zich resoluut uit de voeten. Haar lippen bewogen, maar ik hoorde geen klanken. Misschien schold ze hem binnensmonds uit. „Zak”? „Eikel”? Zoiets. Ze wist dat hij gelijk had, maar ze kon zijn triomfalisme niet uitstaan.

De man keek haar kalmpjes na. Toen legde hij de tang terug en liep weg, vermoedelijk zeer tevreden over zichzelf.

schrijft elke week een column.