Gazprom zit overal in Europa, maar is niet de baas

Russisch gas

Met de strategisch gelegen gasopslag aan de grens hoopt Gazprom via dochterbedrijf Wingas zijn marktaandeel in Nederland te vergroten. Hoe ver reikt de invloed van het Russische staatsbedrijf?

Foto Renée Postma

Gas is niet het eerste waar je aan denkt als je het Duitse natuurgebied net over de grens met Noord-Groningen binnenrijdt. Duurzame energie wel: de uitgestrekte weilanden staan vol windmolens. Maar onder de grond stroomt het gas volop. Alleen bij Jemgum, een dorpje langs de Ems, komen de leidingen boven de grond bij de gasopslag die er de afgelopen jaren is gemaakt in een onderliggende zoutlaag. De leidingen verbinden de opslag, waar 0,9 miljard kubieke meter gas in kan, rechtstreeks met het Noord-Duitse én met het Nederlandse netwerk.

Dit zijn de haarvaten van de Europese gasmarkt waarop het Russische staatsgasbedrijf Gazprom de hoofdrol speelt. Ongeveer eenderde van het gas dat in Europa wordt gebruikt komt van Gazprom. De gasopslag in Jemgum is van Astora, een dochteronderneming van Wingas. En Wingas is na een uitruil met BASF sinds vorig jaar voor 100 procent eigendom van Gazprom. Gazprom produceert het gas, Wingas verkoopt het in Noordwest-Europa, Tsjechië en Oostenrijk en Astora slaat het op strategische plaatsen op: in Jemgum, in het zuidelijker gelegen Rehden en in Haidach in Oostenrijk, vanwaaruit de Midden-Europese markt wordt bediend.

Uiteraard allemaal binnen de regels van de Europese energiemarkt, waarbij het transport en de opslag ook toegankelijk moeten zijn voor derden. In Jemgum kan iedereen opslag boeken, niet alleen Wingas. Het gas kan uit Rusland komen, maar ook uit Nederland of Noorwegen.

Door heel Europa zijn er vele tientallen opslagplaatsen. Die garanderen dat er altijd gas in de leidingen zit, ook als het vriest en de vraag groot is. De opslagplaatsen spelen ook een belangrijke rol in de markt: er wordt ingekocht als de gasprijs laag is en verkocht als die stijgt. De wintervoorraden worden in de regel opgeslagen in lege gasvelden, een jaarlijks terugkerend proces dat betrekkelijk traag verloopt. De opslag in de moderne zoutkoepels is veel flexibeler, de ruimtes die gevuld worden zijn kleiner en het gas kan sneller worden opgepompt. Ideaal dus om in te spelen op kortdurende fluctuaties op de markt.

Tekst loopt verder onder de graphic.
021116ECO_gas_opslag

Twee jaar ‘spoelen’

In Jemgum heeft Andreas Schulz de leiding. „De aanleg van de opslag in de zoutkoepel is in 2013 begonnen”, vertelt hij terwijl wij tussen de buizen over het terrein lopen. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk tien cavernes komen. De aanleg van de opslag heeft tot dusver ongeveer 1 miljard euro gekost. Het maken van de holtes in de zoutlaag is duur en kost tijd.

Via een waterleiding wordt het zout diep in de zoutlaag opgelost en naar boven gebracht. Zo ontstaat er een holte. Na twee jaar ‘spoelen’ heeft de caverne de juiste afmetingen. Het zoute water, dat tien keer zo zout is als het water van de Noordzee, wordt op meer dan veertig kilometer uit de kust in zee geloosd.

In de caverne wordt het gas onder het water geperst zodra er ruimte ontstaat, dan wordt het water eruit geduwd. Het gas dat via het netwerk van buiten wordt aangevoerd heeft een druk van 100 bar, compressoren voeren die op tot 200 bar, waarna het in de caverne wordt opgeslagen. Door de druk op te voeren kan er tweemaal zoveel volume in.

Bij het onttrekken van het gas wordt de omgekeerde weg gevolgd: de druk wordt weer teruggebracht tot 100 bar waarna het gas zijn weg via het netwerk vervolgt naar de uiteindelijke afnemer.

In theorie is met de opslag van gas goed geld te verdienen als er op de markt te weinig gas beschikbaar is. Maar dat is de laatste jaren niet voorgekomen. Het aanbod is groot en het gemiddelde gasgebruik neemt eerder af dan toe, beaamt Gerd Jung, bij Wingas verantwoordelijk voor de gasverkoop in de Benelux. Bovendien is er de afgelopen jaren te veel opslag aangelegd. Frank van Doorn, hoofd van de stroomhandel van concurrent Vattenfall, legt desgevraagd aan de telefoon uit dat de gasopslag het lastig heeft. „Opslag was lucratief zolang het verschil tussen de gasprijs in de winter en de zomer minstens 8 euro per MWh (megatwattuur) was. Bij opslagkosten van tussen de 4 en 5 euro per MWh kwam je dan gunstig uit. Maar het verschil is nu maar 1 tot 1,5 euro per MWh.”

Bij die marge kun je volgens Van Doorn alleen maar overleven. „Je gaat net niet dood”, zegt hij. Net als de gascentrales, die door kolencentrales uit de markt gedrukt worden, verwacht hij dat een deel van de gasopslag ook in de mottenballen gaat.

Bezwaren van Polen

In Jemgum zijn ze dat niet van plan. Gerd Jung denkt dat er op de Nederlandse markt nog ruimte is voor Wingas. Op dit moment heeft de Gazprom-dochter een marktaandeel van 5 procent in Nederland. In Duitsland is dat 20 procent. In 2015 verkocht Wingas bij elkaar 630 miljard KWh, ruim een kwart meer dan het jaar ervoor. De omzet steeg met 14 procent tot ruim 14 miljard euro. „En ook in Nederland willen we verder groeien”, zegt Jung.

Aan gas geen gebrek. Veel gas dat in Jemgum ligt opgeslagen komt via de Nord Stream-pijpleiding direct uit Rusland. De Russen willen hun leveranties om Oekraïne heen verder opvoeren. Het plan voor de aanleg van nog twee extra pijpleidingen door zee van Rusland naar Duitsland – Nord Stream II – ligt nog steeds op tafel, ondanks bezwaren van met name Polen. Nu is Polen nog een belangrijk doorvoerland van het Russische gas uit Oekraïne en Wit-Rusland maar vreest met Nord Stream II zijn invloed op de gasleveranties kwijt te raken.

Van die geopolitieke strijd is bij de opslag in Jemgum weinig te merken. Hier bepalen de Europese vrijemarktregels wie er wint en wie er verliest. Mocht Gazprom de kraan om politieke redenen ooit dichtdraaien, dan moet ‘kleindochter’ Astora op zoek naar andere klanten om te overleven.

Lees ook de ‘fact sheet’ die de EC publiceerde over het machtsmisbruik.

Lees verder op NRCQ: Nederland helpt Gazprom aan miljarden euro’s belastingvoordeel en Bluf, politiek, chantage: Gazprom doet wat het wil