Een genadeloze luchtoorlog met steun van de Britten

Wapenleveranties Saoedi-Arabië bombardeert in Jemen met westerse wapens. In het VK klinkt een oproep de miljardendeals op te schorten. Maar de zakelijke belangen zijn te groot.

©

Verschrikkelijk. Het zijn de burgers die de prijs betalen. Onafhankelijk onderzoek is vereist. Alles op alles zetten voor een staakt-het-vuren. Wie de stevige uitspraken van Britse Lagerhuisleden beluistert van hun debat vorige week over de oorlog in Jemen en de bombardementen van de Saoedische luchtmacht, denkt dat het menens is. Eén maatregel zijn de politici, zowel links als rechts, niet bereid te treffen: de stroom van Britse wapens en materiaal naar Saoedi-Arabië opschorten.

Zelfs oppositiepartij Labour, die de oorlog en de Britse betrokkenheid veroordeelt, is niet bereid te zorgen dat niet nog meer Britse wapens het conflictgebied „overspoelen” (dixit VN-chef Ban Ki-moon begin dit jaar). Schaduwminister Emily Thornberry van Buitenlandse Zaken ontweek de vraag.

„We moeten er eerst achter komen of wapens en gevechtsvliegtuigen die wij nu aan Saoedi-Arabië verkopen, volgende maand in Jemen worden gebruikt.”

Maar Human Rights Watch schreef in juli „sluitend bewijs” te hebben dat met Britse wapens burgerdoelen in Jemen zijn getroffen. Voor de mensenrechtenorganisatie en andere critici is het glashelder wat Saoedi-Arabië met onder andere Britse wapens doet: een genadeloze luchtoorlog voeren, waarbij naar schatting al 10.000 doden zijn gevallen, de meeste als gevolg van Saoedische luchtaanvallen. Afgelopen weekend was het weer raak in Jemen. Bij een Saoedische bombardement op twee gevangenissen in Hodeida, in handen van de Houthi-rebellen, zouden zestig mensen zijn gedood.

Nauwe banden

Het Britse weifelen staat in contrast met internationale oproepen. Niet alleen VN-topman Ban ki-Moon, ook ngo’s als Amnesty, HRW en Save the Children riepen de Britse regering al op dat stoppen met wapenlevering aan Saoedi-Arabië een van de beste manieren is een positieve rol te spelen in de oorlog in Jemen. De kans is klein dat de regering er gehoor aan geeft: daar zijn de banden met Saoedi-Arabië te nauw voor en de wapenakkoorden te belangrijk voor de economie.

Volgens Boris Johnson, minister van Buitenlandse Zaken, is het naïef te denken dat het stoppen met verkopen van wapentuig een verschil maakt. „Andere westerse landen zouden met plezier onze rol overnemen bij wapenlevering. Wellicht landen die niet veel waarde hechten aan mensenrechten en humanitair recht als wij”, aldus Johnson, die vorige maand een vurig pleidooi hield voor een moreel superieur VK. Maar er is veel concurrentie om Saoedi-Arabië, ’s werelds grootste olieproducent, van wapens te voorzien.

De bom die de begrafenisprocessie in Jemen trof, zou van Amerikaanse makelij zijn. Canada, Frankrijk, de VS leveren nu voor miljarden euro’s pantservoertuigen, gevechtsvliegtuigen, wapensystemen, helikopters, munitie en ander materiaal aan Saoedi-Arabië, blijkt uit een overzicht van het Stockholm International Peace Research Institute. De Nederlandse divisie van Thales, vroeger Holland Signaal, levert radarsystemen aan Saoedi-Arabië, als onderdeel van een miljardendeal tussen Frankrijk en het Arabische koninkrijk om de negenhonderdkilometer lange grens met Irak beter te bewaken.

Minister Johnson hield de oppositie voor dat de betrokkenheid van het VK als wapenhandelaar er juist voor zorgt dat naar het land geluisterd wordt in de regio. „Als wij de wapendeals opschorten, verliezen wij ogenblikkelijk diplomatieke en politieke invloed op het conflict”, aldus Johnson.

3 miljard pond aan materieel

Alleen in 2015, het jaar waarin Saoedi-Arabië zich mengde in het conflict in Jemen om de opmars van shi’itische Houthi-rebellen te stuiten, exporteerden Britse bedrijven voor een miljard pond aan bommen en raketten naar Saoedi-Arabië. Er werd voor 1,7 miljard pond aan gevechtvliegtuigen verscheept. Dat blijkt uit statistieken van de Britse export van strategische goederen, bijgehouden door de overheid. Sinds het begin van de oorlog ging vanuit het VK voor drie miljard pond militair materieel naar Saoedi-Arabië.

De innige Brits-Saoedische samenwerking was het gevolg van een afwijzing aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. In 1985 lukte het Ronald Reagan niet een wapendeal met Saoedi-Arabië door het Congres te krijgen. Margaret Thatcher sloeg snel toe en wist binnen een paar maanden een miljardendeal met de Saoediërs te sluiten om Tornado-gevechtsvliegtuigen en wapenmaterieel te leveren. Ook gingen de Britten militaire bases in het Arabische koninkrijk bouwen. De defensie-samenwerking kreeg de Arabische naam Al-Yamanah ofwel Duif, het internationale symbool voor vrede.

De deal was uiterst belangrijk voor BAE Systems, een van de grootste defensiebedrijven ter wereld (omzet 18 miljard pond in 2016, 84.000 werknemers). Saoedische prinsen en generaals werden gefêteerd tijdens hun bezoeken aan Londen om ze tevreden te stemmen, schrijft de Britse auteur Robert Lacey in Inside the Kingdom, zijn boek uit 2009 over Saoedi-Arabië.

Zo werd Al-Yamanah een verhikel voor Saoedische prinsen om de boeken van de regering te omzeilen en geld uit te geven, aldus de Britse auteur. Tientallen miljoenen werd gespendeerd aan dure Londense huizen in Holland Park, jachten in de haven van Cannes, auto’s, feesten, schrijft Lacey. De uitspattingen en corruptiezaken waren geregeld voer voor Engelse tabloids, maar de opdrachten van de Saoedischer hielden voor een aanzienlijk deel de Britse defensie-industrie in stand en tienduizenden mensen aan het werk.

Inmiddels bestaat Al Yamanah meer dan dertig jaar. Het eerste contract uit 1985 leverde 72 Tornado’s en zestig overige vliegtuigen. In 1993 werd afgesproken dat er nog eens 48 Tornado’s geleverd werd. In 2007 kocht Saoedie-Arabië nog eens 72 straaljagers, van het type Typhoon Eurofighter. De discussies over de prijs duurde nog eens zeven jaar. In 2014, na een bezoek van kroonprins Charles aan Saoedi-Arabië, spraken de twee landen af dat Saoedi-Arabië 4,4 miljard pond betaalt voor vliegtuigen en nog en voor miljarden ander wapentuig koopt.

Als het VK de laatste deal, die de Orwelliaanse bijnaam ‘Vrede’ kreeg, niet gesloten had, was het volgens defensie-experts moeilijk geweest voor BAE Systems zonder ontslagen en de sluiting van assemblagehallen als Warton in Lancashire verder te gaan. Juist daarom durft Labour de regering niet hard aan te pakken: tegen de wapendeals zijn is tegen Britse werkgelegenheid en tegen de vakbonden pleiten.

Vrede en Duif

Het opschorten van de defensie-overeenkomst zou een economische tegenvaller zijn die de regering van Theresa May slecht kan gebruiken, nu met argusogen wordt gekeken of het Verenigd Koninkrijk na de keuze uit de EU te stappen overeind blijft. Nauwere contacten met nieuwe en oude vrienden, luidt het devies van May. De Golfregio speelt daarin een belangrijke rol. Het is geen toeval dat een van de eerste reizen van de prominente Brexiteer Liam Fox als minister van Internationale Handel naar de Golf was.

Mogelijke oorlogsmisdaden met wapens deels van Britse makelij vindt het Verenigd Koninkrijk vooral een Saoedische aangelegenheid. Johnson zei erop te vertrouwen dat de Saoediërs zelf een diepgravend onderzoek naar de bombardementen in Jemen zouden uitvoeren. „De Saoedische regering benadert deze zaak zeer serieus”, aldus Johnson in het Lagerhuis vorige week.

Waar de minister vertrouwen in de Saoediërs heeft, hebben actiegroepen in het Verenigd Koninkrijk dat minder. De Commission Against Arms Trade heeft een zaak aanhangig gemaakt bij de rechter. De actiegroep eist dat de wapenhandel met Saoedi-Arabië stopt. Vanaf 7 februari zullen twee rechters drie dagen lang het wapenexportbeleid beschouwen om te kijken of miljardendeals ‘Vrede’ en ‘Duif’ in strijd zijn met het recht.