Recensie

Een christen-pacifist in de hel

Hacksaw Ridge vertelt het op feiten gebaseerde verhaal van soldaat Desmond Doss. De geweldadige beginscène uit Saving Private Ryan lijkt er kinderspel bij.
●●●●

Het contrast tussen de eerste en tweede helft van Mel Gibsons brute oorlogsfilm Hacksaw Ridge kon niet groter zijn. Het eerste uur is lieflijk en traditioneel, de laatste anderhalf uur doet de bloederige openingsscène van Saving Private Ryan verbleken tot kinderspel. Het is een contrast dat Gibson vol aanzet. De verzadigde kleuren van het onschuldige Amerika vóór Pearl Harbor verdwijnen als de handeling zich verplaatst naar het Japanse eiland Okinawa. Daar zijn Amerikaanse soldaten verwikkeld in heftige gevechten waarbij terreinwinst in centimeters gemeten wordt.

Hacksaw Ridge vertelt het op feiten gebaseerde verhaal van Desmond Doss, een wat naïeve jongen die zich aanmeldt bij het leger. Er is een probleempje: als zevendedagsadventist mag hij geen wapen ter hand nemen. Maar hij wil beslist meehelpen als hospik. Zijn religieuze pacifisme wordt hem niet in dank afgenomen, met pesterijtjes en een militair tribunaal tot gevolg.

Als de Slag om Okinawa eind maart 1945 losbarst, moet Doss zich dus bewijzen. Een beetje zoals Gibson zelf, die na dronken, racistische tirades en labiel gedrag zo’n tien jaar persona non grata was in Hollywood. Gibson toont die meedogenloze slag onverbloemd, met fluitende kogels, bulderend mortiervuur, helse vlammenwerpers en vlijmscherpe bajonetten. Ledematen vliegen in het rond, lichamen worden opengereten en de vijand blijft maar uit de verborgen bunkers en tunnels komen. In steeds geëxalteerdere scènes toont Gibson Doss als een man met een goddelijke missie: zoveel mogelijk gewonde kameraden van het klif takelen dat zij op de Japanners moesten veroveren. Het levert hem het levenslange respect van zijn makkers op: Doss is toch niet zo’n rare snuiter. Net als Gibson?