Recensie

Doodsangst benaderd met droge humor

Je me tue à le dire is een excentriek en aanstekelijk debuut van regisseur Xavier Seron. ●●●●

©

In de openingsscène van de Waalse film Je me tue à le dire gaat de bebaarde en langharige Michel (denk Jezus) in een doodskist liggen. Iets waar je in eindigt, mag je toch wel even uitproberen, net zoals je schoenen past? Eind dertiger Michel kreeg als baby lang de borst, wat hem zeer afhankelijk van zijn pamperende moeder Monique maakte.

Als Monique borstkanker krijgt, denkt de hypochondrische Michel ook een knobbeltje te voelen. Het zal toch niet kwaadaardig zijn? In een leuke, in de kleedkamer van een sportschool gesitueerde scène bevoelen alle mannen met groeiende verontrusting zijn harige borst. Intussen blijft Monique onverstoorbaar: tussen de chemokuren door drinkt ze elke dag bubbelwijn en blijft ze tot ergernis van Michel haar vijf katten vertroetelen.

Het veelbelovende debuut van scenarist-regisseur Xavier Seron, een protegé van landgenoot Bouli Lanners, is fraai gestileerd: Seron draaide Je me tue à le dire in zwart-wit en met een vrijwel statische camera. Hoofdstukjes tellen af van vijf naar nul; het leven is nu eenmaal eindig. Seron benadert de angst voor de dood met droge humor: van Michels absurdistische, infantiele gedrag via groteske verwijzingen naar christelijke iconografie tot speelse woordgrappen en beeldrijm dat bijvoorbeeld borsten vergelijkt met eierdooiers. Niet alle invallen zijn even geslaagd, veel lukt wel. De muziekkeuze, met een Italiaanse versie van I Put A Spell On You, is al even excentriek en aanstekelijk als de film zelf.