Dood Paard bewijst speels bestaansrecht in ‘Volpone’

In een groteske speelstijl met zichtbare verkleedpartijen, een rookmachine en snelle scènewisselingen verbeelden de acteurs de machinaties rondom Volpone.

De steenrijke Venetiaanse edelman Volpone, ofwel ‘grote vos’, acteert dat hij doodgaat. Hij is kinderloos. Zijn hofhouding aast op de erfenis en paait hem met buitensporige geschenken en belachelijke vleierijen. De satirische komedie Volpone (1606) van de Britse toneelschrijver Ben Jonson, tijdgenoot van Shakespeare, krijgt door het gezelschap Dood Paard een briljant-grimmige vertolking.

Erfenis en fortuin? Nee, niets dan vogelveren dwarrelen rond op het overvolle podium. In een groteske speelstijl met zichtbare verkleedpartijen, een rookmachine en snelle scènewisselingen verbeelden de acteurs de machinaties rondom Volpone. Jorn Heijdenrijk draagt als de vos een hardroze ijsmuts. Zijn monoloog over schraapzucht zou de gieren, kraaien, vliegen en raven de ogen moeten openen, maar ze zijn blind. Jonson transformeert de menselijke hebzucht naar het dierenrijk, wat een schitterende vondst is.

De financiële toekomst van het gezelschap is ongewis. Met Volpone bewijzen Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel en Manja Topper dat een groep als Dood Paard noodzakelijk is. Als een van de weinigen laten zij zien dat theater een spel is. Heijdenrijk acteert zelfs opeens als een tovenaar door in zijn monoloog over geld met een zaklampje te spelen. Opeens brandt het, dan is het weer weg. Mooier beeld van de vluchtigheid van al het materiële is nauwelijks denkbaar.