De staatsman in Rutte staat in Oekraïne-kwestie erg laat op

nrcvindt

Rijkelijk laat was er afgelopen vrijdag dan eindelijk de stevige taal van de premier toen hij het had over het per referendum wegstemmen van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. De kwestie was veel groter dan Nederland alleen, zei Rutte. Het had alles te maken met de geopolitieke verhoudingen. Vandaar zijn beroep „op alle redelijke krachten” in Nederland de mogelijkheid voor een oplossing te steunen.

Had de premier zich maar in die bewoordingen uitgelaten toen in april gestemd moest worden. Dan was hem en Europa veel ellende bespaard gebleven. Dan was er niet zeven maanden lang in de vlek gewreven die op 6 april ontstond nadat bij het raadgevend referendum met een krappe opkomst van 32 procent een meerderheid „nee” tegen het verdrag had gezegd.

Rutte speelde vrijdag de staatsman die er niet aan ontkwam verantwoordelijkheid te nemen voor het grotere belang. Hij had staatsman kunnen zijn ten tijde van het referendum, maar ontpopte zich toen als coalitiebalanceerder met alle bijbehorende omtrekkende bewegingen. En dat bleef hij.

Met de brief die Rutte en minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) maandag naar de Tweede Kamer stuurden, lijkt desalniettemin een oplossing in zicht. In het binnenland weet het kabinet zich verzekerd van steun om met de Europese partners en Oekraïne te gaan onderhandelen over een speciaal voor Nederland juridisch bindende verklaring, waarin staat hoe het associatieverdrag gelezen dient te worden. Het is de beproefde methode in de Europese Unie die zich kenmerkt door eenheid in verscheidenheid. Europese verdragsteksten staan bol van annexen en voetnoten, louter bedoeld voor binnenlands gebruik door een lidstaat.

Een tekst waarin staat dat het verdrag niet gezien mag worden als de opmaat naar een EU-lidmaatschap, geen verplichting inhoudt tot militaire samenwerking, geen verplichting is tot financiële steun en geen recht geeft op vrije toegang voor Oekraïense werknemers tot de arbeidsmarkt van de Europese Unie hoeft weinig problemen bij de andere ondertekenaars op te leveren. Het staat immers allemaal niet zo expliciet in de verdragstekst.

Als de overeenstemming er is, resteert de uitleg in het binnenland. Allereerst aan het parlement dat in een eerder stadium in grote meerderheid instemde met het verdrag. Het gaat vooral om het trotseren van de door een minderheid van het electoraat uitgedragen volkswil in een raadgevend referendum. Een volksraadpleging waarbij vraagtekens kunnen worden gezet bij de werkelijke motieven van de organisatoren. Kortom, toon moed.