De Formule E is een piepshow

E-racen Revolutie bij Audi: het merk dat met monsterlijke turbodiesels en hybrides dertien keer Le Mans won, gaat elektrisch racen. Maar het geluid dan? De stroomracer raakt de machokern van het jongenshart.

©

Elektrisch racen, is dat wat? Op YouTube vind je videoverslagen van de Formule E. Dat is de eerste raceklasse voor volledig elektrische auto’s, die sinds het seizoen 2014/2015 onder auspiciën van de Fédération Internationale de l’Automobile (FIA) wordt verreden in grote steden over de hele wereld. De kijk- en luisterervaring is een schok. Aan de auto’s ligt het niet, die schieten als raketten door de straten. Absurd is het geluid. Je hoort het hoogfrequente gegier van een zwerm aliens. Dit is dus wat Audi wil, een piepshow. Voorbij het dierlijke gebrul dat de autosport van oudsher zijn onweerstaanbare, viriele aura gaf. Ongemakkelijk hoe je als uitgeëmancipeerde post-macho worstelt met zo’n triviaal verlies. Je zachte krachten staken primitief onwillig. Grom dan, stomme krengen, zeurt de onderbuik.

Audi neemt geen halve maatregelen. Vanaf dit seizoen legt het zich in de voetsporen van Jaguar en Renault volledig toe op de Formule E. Het stopt met langeafstandsraces en daarmee ook met de fameuze 24 uur van Le Mans. Dat is nogal een stap: van 2006 tot en met 2014 wonnen de intimiderende TDI-turbodiesels en de latere diesel-hybrides van Audi daar bijna jaarlijks.

Audi kon om meer dan één reden niet achterblijven. De eerste is van commerciële aard. In 2018 komt Audi met zijn eerste volledig elektrische auto en in 2025 moet een op de vier Audi’s op stroom rijden. Succesvolle race-activiteiten kunnen het elektrificatieproces glans en ballen geven, zoals de geweldenaars van Le Mans in het dieseltijdperk afstraalden op de burgerdiesels. Met dieselsjans hoeft Audi na het sjoemeldieselschandaal van moederconcern VW niet meer aan te komen. De ommezwaai lijkt ook een beetje Wiedergutmachung.

Lucas di Grassi aan het stuur

Verder haken in de Formule E steeds meer fabrikanten aan, nu de transitie naar elektrisch rijden op de consumentenmarkt een uitgemaakte zaak is. DS (Citroën) en het Indiase Mahindra zijn al van de partij. BMW heeft zich verbonden aan het Andretti-team, Mercedes-Benz wil vanaf volgend seizoen deelnemen. Dan zal ook Audi met een volwaardig fabrieksteam aan de start verschijnen. Voor het huidige seizoen intensiveerde Audi de technische betrokkenheid bij het Formule E-team van ABT Schaeffler, dat afgelopen maand in Hong Kong voor het eerst aantrad met de vier ringen van het Audi-logo. Daar werd het tweede met coureur Lucas di Grassi aan het stuur.

In veel opzichten is de Formule E voor Audi een stap terug. Door hun beperkte actieradius moeten per race twee auto’s worden ingezet; de pitsstop is een overstap. De Formule E-wagens, allemaal gebouwd op één standaardchassis van de Italiaanse fabrikant Dallara, zijn lame ducks in vergelijking met de diesels van Le Mans. De elektrische racewagen van ABT Schaeffler, gebouwd met hulp van Audi’s sportafdeling, levert maximaal 270 pk; de laatste Audi R18 e-tron voor Le Mans meer dan 1.000. Om het spannender te maken, kent de Formule E de zogenaamde ‘fan boost’. Kijkers kunnen via een website voorkeursstemmen uitbrengen op hun favoriete rijders. Wie de meeste stemmen krijgt, mag eenmaal extra vermogen inzetten. En dan nog. De Formule E-auto schiet door zijn lage gewicht weliswaar in 3 seconden naar de honderd, zelfs dát deed de R18 0,6 seconden sneller. De diesel haalde een topsnelheid van 350 kilometer per uur, de stroomwagen 225.

De overeenkomst is dat ze allebei niet lekker klinken. Het donkere, onbestemde gebrom van de Le Mans-diesels deed in de verte denken aan historische toerwagens uit de jaren vijftig, maar dan verschraald tot één monotone soundbyte, een digitale sample van het origineel. Weg de fraaie ruige crescendi bij gasgeven, de opwindende boventonen. Als stoïcijns ronkende meikevers vlogen die monsters klokje rond over de baan. Maar het substantieloze gepiep van een Formule E-konvooi op een stratencircuit in Parijs of Hong Kong is erger.

En daar ligt mogelijk een probleem. Geluid is het raison d’être van de autosport. De raceliefhebber wil herrie, hysterie, gieren en brullen, bij 15.000 toeren piekende thrash metal. Met zijn onmiddellijk beschikbare trekkracht en fantastische acceleratietijden heeft de elektromotor ideale papieren voor de motorsport, maar zijn geluid neutraliseert het roeseffect van de prestaties; synthetisch en geknepen. Los van de beperkte actieradius – Le Mans zal hij voorlopig nog niet rijden – heeft de stroomracer het stigma van de ideale schoonzoon; perfect maar ondraaglijk. Hij raakt de machokern van het jongenshart.

Tolerantieslag van de petrolhead

In de eerste reacties op Twitter, de barometer van het sentiment, zijn pro’s en contra’s min of meer in evenwicht. ‘A depressing statement’. ‘Moedige en mooie stap’. ‘Bitter’. ‘Poor decision by Audi management, why are you leaving a championship and Le Mans to do E racing, no fans or support.’ ‘Just fantastic’.

De onvermurwbare petrolhead heeft een tolerantieslag gemaakt, dat blijkt. Wees er niettemin van verzekerd dat de toeschouwers zich gaan beklagen over gebrek aan beleving. Toch is dat meer hun probleem dan dat van de coureur, zegt tv-presentator, racecommentator en begenadigd amateurcoureur Rob Kamphues. „Wij coureurs proberen het geluid sowieso uit te bannen. Je rijdt met oordoppen, je draagt een helm, je wilt zo min mogelijk horen van die herrie. Voor het publiek is het natuurlijk minder.”

Kamphues probeerde al eens een elektrische racewagen uit en was enthousiast. „Die sensatie van eindeloos dooraccelereren zonder schakelen is geweldig.” Hij slikt de tol van de vooruitgang luchtigjes. „Het gezeur erover is hetzelfde gebalk als toen de stoomtrein werd vervangen door de dieseltrein. Toen ze op Le Mans met diesels gingen rijden riep ook iedereen blêh, die maakten ook helemaal geen geluid. Voor echte coureurs is er maar één vraag: word ik uitgedaagd en gaat het hard? Je wilt het monster om je heen dat alleen jij en misschien tien, twintig anderen kunnen bedienen en de rest van de wereld de stuipen op het lijf jaagt. En ik weet zeker dat ze een elektrische racewagen kunnen bouwen die zelfs Max Verstappen angst aanjaagt.”

En onder hoogspanning, ook dat.