Als je dit leest, ben je dood

Niemand die nu leeft zal het nieuwste verhaal van David Mitchell ooit lezen. Het verschijnt pas over honderd jaar, op papier van bomen die nu nog twijgjes in een Noors bos zijn.

Illustratie Cristina Martins / NRC

Pas op voor de jonge boompjes!” Tientallen wandelaars komen tot stilstand op een helling in Nordmarka, een natuurgebied ten noorden van Oslo. Als ze naar de grond kijken, zien ze de tengere Noorse sparren, twijgjes nog maar, verspreid over deze open plek midden in het dichte naaldwoud. Voor één exemplaar komt de waarschuwing te laat: het ligt geknakt op de bosbodem. De vrolijke rode strik, waarmee alle nieuwe boompjes hier zijn gemarkeerd, zit nog netjes om de stam gebonden.

Er is haast om die helling op te komen. Boven wacht David Mitchell. De Britse schrijver, niet te verwarren met de gelijknamige Britse komiek, is onder meer bekend van de verfilmde mozaïekroman Wolkenatlas, de roman waarmee hij in Nederland bij een breed publiek doorbrak.

In Nordmarka overhandigt hij op deze frisse zomermiddag in aanwezigheid van zijn vertalers, fans en familie een manuscript aan The Future Library (‘Framtedsbiblioteket’), een honderd jaar durend kunstproject van de Schotse kunstenares Katie Paterson (1981) dat in 2015 van start is gegaan.

Pas in 2115 openbaar

Jammer voor de fans: niemand die nu leeft zal Mitchells manuscript ooit lezen. Ook niet de mensen die een vliegreis, een metrorit van drie kwartier vanaf Oslo Sentralstasjon en een wandeltocht ervoor over hadden om bij de overhandiging te zijn. Samen met negenennegentig andere manuscripten, die tussen 2015 en 2115 jaarlijks zullen worden ingediend, zal Mitchells tekst pas in 2115 te lezen zijn. Tot die tijd liggen ze opgeslagen in een speciaal voor het project ingerichte kamer van de Deichmanske Public Library is Oslo, die in 2019 wordt opgeleverd.

Die honderd manuscripten zijn gedichten, korte verhalen of romans. Ze worden in 2115 gebundeld in een anthologie van de 21ste-eeuwse literatuur, gedrukt op papier dat zal worden gemaakt van de in totaal duizend bomen die speciaal voor The Future Library in Nordmarka zijn geplant. Of beter gezegd: de 999 bomen.

Half oktober werd bekend welke auteur in 2017 het manuscript voor de Future Library zal schrijven: de IJslander Sigurjón Birgir Sigurðsson, beter bekend als Sjón. Hij won in IJsland diverse literatuurprijzen voor zijn romans. In Nederland zijn zijn liedteksten vermoedelijk bekender, hij schreef voor zangeres Björk en hij werd genomineerd voor een Oscar voor zijn songteksten voor Lars von Triers film Dancer in the Dark.

Gaan we het wel halen?

Gaat de mensheid de volgende eeuw wél halen? En moet dat überhaupt? „The Future Library deed me denken aan The World Without Us”, zegt Mitchell in een theatercafé in Oslo, op de vrijdag voor de overhandigingsceremonie. In dat boek uit 2007 vraagt de Amerikaanse journalist Alan Weisman zich via een gedachte-experiment af wat er met de aarde en steden gebeurt als de mensheid in één klap ophoudt te bestaan.

Weismans portret van een planeet na de mensheid was ‘op een vreemde manier geruststellend’, schreef NRC in een bespreking: ‘De aarde redt zich uiteindelijk wel.’ Het drukke Manhattan zal langzaam weer in een rivier veranderen. De waterpompen die het water nu nog dagelijks uit de metro van de stad weert, komen stil te liggen. Mitchell: „Wat als laatste menselijk spoor zal overblijven zijn de radiogolven die vanaf de jaren dertig tot en met de jaren negentig van de twintigste eeuw de ruimte in zijn gestuurd. Als de aarde lang genoeg bestaat zullen die golven, vanwege de circulariteit van ons heelal, uiteindelijk op aarde terugkomen.” Hard lachend: „Dan zal een toekomstige beschaving gebombardeerd worden met afleveringen van Dallas.”

De vrees voor een mensloze aarde verklaart grotendeels Mitchells deelname aan The Future Library. Het was ook de reden voor de Canadese schrijfster Margaret Atwood (1939), in 2014 de verrassend grote eerste vangst voor het toen nog onbekende bosproject, om mee te doen. Atwood liet in 2015, toen zij als eerste auteur haar manuscript aan het project overdroeg, weten „vereerd” en „blij” te zijn dat ze aan The Future Library mocht deelnemen. Maar de vote of confidence die in het project besloten ligt, sprak haar het meest aan: „Dit project gaat ervan uit dat de mensheid over honderd jaar nog bestaat!”

Illustratie Cristina Martins / NRC

Illustratie Cristina Martins / NRC

„Als dit project goed genoeg is voor Margaret Atwood, is het goed genoeg voor mij”, zegt Mitchell met een knipoog. Hij is na Atwood de tweede eyecatcher van het Noorse kunstproject. Mitchell, die met zijn vrouw en twee kinderen in Ierland woont, ziet het project als een morele verplichting aan de erfgenamen van onze aarde”, zegt Mitchell. „Dit project gaat over een toekomst waarin Noorwegen nog bestaat, boeken nog worden gelezen, kunst nog bestaat. We lezen allemaal over klimaatverandering. Bij ieder bericht denk ik: hoe kan een rationeel mens nu niet bezorgd zijn over onze toekomst? We leven op de reserves van onze planeet. We are maxing our creditcard. Dit project is een tegengif.”

Bellen met een gletsjer

Eigenlijk is het meer dan dat. Een plan dat zich uitstrekt over een periode van honderd jaar, dat uitdijt als de ringen van een boom, dat pas af is als alle lezers van dit artikel er niet meer zijn en de staat van onze planeet in het ongewisse is. Het had zo een rol kunnen spelen in Mitchells Wolkenatlas, waarin over een tijdspanne van een paar eeuwen, van 1850 tot een post-apocalyptische toekomst, dezelfde ziel in verschillende lichamen gereïncarneerd wordt. „Als ik slimmer was geweest, had ik dit idee in een roman verwerkt”, zegt Mitchell. Hij beschouwt het project als geheel als een roman: „Ieder boek zal een hoofdstuk worden in a hundred year novel.”

Kunstenares Katie Paterson studeerde acht jaar geleden af met een project waarvoor ze een onderwatermicrofoon, versterker en mobiele telefoon in de Vatnajökull hing, een snel smeltende gletsjer in IJsland. Het telefoonnummer was in neonletters tentoongesteld in de Slade School of Fine Arts in Londen. De actie werd een succes. Volgens Paterson belden er in totaal tienduizend mensen uit 49 landen om te luisteren naar het druppelende geluid van een stervende gletsjer.

Dat was het: een ruwe schets, een vaag idee. Pessimistisch als ik ben, dacht ik: het lukt me nooit om dit te realiseren.

Het idee voor The Future Library ontstond vier jaar geleden, tijdens een treinrit naar Whitstable, een Engelse kustplaats in Kent. „In mijn opschrijfboekje begon ik boomringen te tekenen en bedacht: wat nu als iedere jaarring samengaat met een boek. In een milliseconde zag ik een aantal stappen voor me: tree rings, chapter, paper, pulp. Dat was het: een ruwe schets, een vaag idee. Pessimistisch als ik ben, dacht ik: het lukt me nooit om dit te realiseren.”

Toch lukte het haar redelijk vlot. Tijdens een conferentie in Noorwegen ontmoette ze Anne Baete Hovind, een projectleider met een, volgens Paterson, „duidelijk beeld op de kunst, en zicht op praktische kanten.” Paterson: „We hadden maar drie overleggen nodig. Je merkt dat het bos besloten zit in de psyche van de Noren.”

De locatie in Nordmarka werd door de stad Oslo aan het project van Paterson geschonken. „We vroegen of we de bomen van The Future Library mochten laten groeien in een groter bos”, zegt Paterson. „Het moest dicht bij een stad zijn, maar ver genoeg dat er een reis nodig was om er te komen.” De keuze om het project honderd jaar te laten duren, is afgestemd op de Noorse sparren. Deze boomsoort heeft honderd jaar nodig om volwassen te worden. Het gebruik van eikenbomen zou The Future Library noodgedwongen een andere tijdspanne geven, zegt Mitchell: „Een eik heeft driehonderd jaar nodig om te groeien, driehonderd jaar om te leven, en driehonderd jaar om te sterven.”

Illustratie Cristina Martins / NRC

Illustratie Cristina Martins / NRC

Op zaterdagmorgen stappen genodigden uit op Frognerseteren, de metrohalte van Nordmarka. Van daaruit lopen ze over kronkelige zandpaden en langs hoge Noorse sparren naar de plek waar Mitchell zijn manuscript aan The Future Library overhandigt. Grote pijlen op het zandpad, gemaakt van geschaafd hout, leiden de tientallen mensen de juiste kant op. Als de ceremonie even later begint, gaat het regenen. Mitchell, zichtbaar bezwaard dat hij als een van de weinigen onder een paraplu staat, leest gedichten voor van William Wordsworth en Philip Larkin. Dan overhandigt hij zijn door een houten kist beschermde manuscript aan een Noorse bibliothecaris. Alsof het zo is afgesproken, stopt de regenbui.

Ik heb iets geschreven dat ik zelf graag zou lezen

Het verhaal dat Mitchell voor The Future Library schreef heet From Me Flows What You Call Time. De titel is ontleend aan een muziekstuk van Toru Takemitsu, een componist uit Japan, het land waar Mitchell acht jaar woonde en zijn huidige vrouw leerde kennen. Een dag eerder, in de kroeg, zegt Mitchell zich tijdens het schrijven van zijn verhaal niet schuldig te hebben gemaakt aan zijn gebruikelijke „overpolijsten”.

„Ik mag natuurlijk niet vertellen waar mijn verhaal over gaat, maar ik heb iets geschreven dat ik zelf graag zou lezen. Ik ben de tekst niet gaan nalopen, zoals gebruikelijk. Niet eindeloos gaan bijschaven. Aan het laatste gedeelte van mijn manuscript begon ik een paar dagen geleden, om 01.15 ’s nachts, vlak voordat de taxi me kwam ophalen om me naar het vliegveld te brengen. Heel bevrijdend.”

Literaire cryogenetica

Denkt Mitchell in een of andere vorm bij de voltooiing van The Future Library aanwezig te zijn? Gezien zijn voorliefde voor reïncarnatie, een vaak terugkerend thema in zijn werk, zou je het kunnen vermoeden. Hij gelooft van niet, zegt hij: „Er bestaat nou eenmaal geen bewijs voor. Maar het is een elegante theorie. Een geruststellende ook, aangezien het suggereert dat we kunnen terugkeren en het dan beter kunnen doen.”

The Future Library houdt in ieder geval een garantie in. Werk van David Mitchell zal in de 22ste eeuw worden uitgegeven en gelezen. Dat vooruitzicht stemt Mitchell nederig: „Het is niet aan ons om te bepalen welke auteurs dan nog worden gelezen. Daarom zie ik dit project liever als literaire cryogenetica. Deze verhalen gaan de ijskast in. En als ze in 2115 wakker worden gemaakt, zullen sommige een heel mooi leven leiden. En andere worden aangereden door een bus.”