Interview

‘Allochtoon is géén slechte term, het punt is dat je er altijd een blijft’

Interview met Arjen Leerkes, socioloog

Het probleem met ‘allochtoon’ is dat de term achteruit- en niet vooruitblikt, zegt de Rotterdamse socioloog Arjen Leerkes.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stoppen met de termen „allochtoon” en „autochtoon”. Dat moet je niet zomaar doen, vindt socioloog Arjen Leerkes van de Erasmus Universteit Rotterdam. „De mensen om wie het gaat, moet je wel laten meepraten.”

Leerkes en zijn collega Jaco Dagevos houden daarom een peiling via internet waarin ze de drie opties voorleggen: de termen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ afschaffen, hernoemen of herdefiniëren. Daarnaast willen ze een brede discussie initiëren voordat er een definitieve keuze wordt gemaakt. „De perfecte term bestaat niet. Maar je kan zo goed mogelijk kiezen, samen met de betrokkenen.”

Wie ziet zichzelf als allochtoon?

„Uit nog niet gepubliceerde cijfers uit 2011 blijkt dat er grote verschillen zijn. Tussen eerste- en tweedegeneratieallochtonen, maar ook tussen bevolkingsgroepen. Van de Nederlandse Marokkanen die niet in Nederland zijn geboren, voelt meer dan 80 procent zich allochtoon. Van hun kinderen voelt nog steeds 70 procent zich allochtoon. Van de niet in Nederland geboren, genaturaliseerde Iraniërs voelt meer dan 40 procent zich allochtoon. Nog maar 18 procent van hun kinderen noemt zich allochtoon.

Waaróm voelen mensen zich al dan niet allochtoon?

„Uit de cijfers blijkt dat mensen zich minder vaak allochtoon noemen naarmate ze beter geïntegreerd zijn en zich thuis voelen in Nederland.”

Zien ze de woorden allochtoon als een definitiekwestie of vinden ze het een stigmatiserende term?

„Daarvoor moeten we de data verder analyseren. We weten nog niet of de mensen die zichzelf als allochtoon zien, de term omarmen of hem met tegenzin gebruiken.”

Waarom willen jullie een debat?

„Feitelijk kiezen de WRR en het CBS ervoor om de term te hernoemen. Dat is dus de tweede optie in onze peiling. Allochtonen worden dan „inwoners met een migratieachtergrond” en autochtonen „inwoners met een Nederlandse achtergrond”. Door dat zo te poneren wordt het een opgelegde beslissing. Beter lijkt het ons om met de mensen om wie het gaat te overleggen.

„Daarnaast is het voor wetenschappelijk onderzoek belangrijk dat de begrippen heel precies worden omschreven. Dat is bij hernoemen niet het geval. Een deel van de „inwoners met een Nederlandse herkomst” heeft namelijk ook een migratieachtergrond. Elk jaar immigreren er ongeveer 30.000 mensen die in Nederland zijn geboren. En er zijn jaarlijks ongeveer 50.000 immigranten die de Nederlandse nationaliteit hebben. Denk aan terugkerende expats of aan een kind van twee Nederlandse ontwikkelingswerkers dat in het buitenland wordt geboren en vervolgens naar Nederland komt. Met „inwoners met migratieachtergrond” bedoelen WRR en CBS blijkbaar mensen met een bepaalde migratieachtergrond.”

Wat heeft uw voorkeur?

„Ik ben er niet voor de termen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ af te schaffen. Het zijn geen slechte termen in de betekenis van ‘foreign born’ of ‘native born’. Het punt was vooral dat iemand een allochtoon blijft, ook als hij in Nederland is geboren maar zijn ouders niet. Een in Nederland geboren kind uit ouders die in Turkije zijn geboren, bleef een allochtoon. Ik zou zeggen: noem dat kind een eerstegeneratieautochtoon van Turkse herkomst. Zijn kinderen worden dan tweedegeneratieautochtonen van Turkse herkomst. Op die manier kijk je vooruit, in plaats van achteruit.”

Waarom zou je de term niet helemaal afschaffen?

„Het onderzoeken van vraagstukken voor migratie en integratie kan helpen om stereotypering te doorbreken. Doordat we in Nederland zo goed bijhouden waar mensen geboren zijn, kunnen we onderzoek doen naar bijvoorbeeld schoolprestaties en positie op de arbeidsmarkt van verschillende groepen. Dat kan heel nuttig zijn. Op het moment dat je gaat meten, moet je classificeren, daar ontkom je niet aan.”