‘Aanklager Strafhof richt vizier nu op Amerikanen’

Oorlogsmisdaden in Afghanistan

Net nu Afrikaanse staten het Strafhof verlaten, wil de aanklager het optreden van de VS onderzoeken, meldt een bekende publicist.

Foto Martijn Beekman / ANP

Hoofdaanklager Fatou Bensouda van het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft besloten formeel onderzoek te doen naar mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan in Afghanistan door de Talibaan, Afghaanse regeringstroepen én Amerikaanse militairen.

Met name dat laatste kan volgens waarnemers gemakkelijk leiden tot een harde confrontatie tussen het Strafhof en de Verenigde Staten. De VS zijn geen lid het Strafhof en stelden er zich onder president George W. Bush zeer vijandig tegenover op, maar gaven de laatste jaren juist steun, onder andere bij het uitleveren van verdachten.

Het besluit van de aanklager om, na een eerste verkennend vooronderzoek, de rechters van het Strafhof om toestemming te vragen voor een volledig onderzoek, zal de komende weken officieel bekend worden gemaakt. Dat schrijft de gerespecteerde Amerikaanse journalist en academicus David Bosco in het tijdschrift Foreign Policy op basis van Amerikaanse bronnen en bronnen binnen het Strafhof. Bensouda zou het nieuws naar buiten willen brengen na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van volgende week, en in elk geval voor het eind van het jaar.

Pikant moment

Bosco’s onthulling komt op een pikant moment. Juist de afgelopen week hebben drie Afrikaanse landen – Burundi, Zuid-Afrika en Gambia – hun vertrek uit het Strafhof aangekondigd omdat het hof zich eenzijdig zou richten op Afrikaanse landen en zelfs racistisch gemotiveerd zou zijn. Ook andere Afrikaanse landen zouden om die reden hun vertrek overwegen. Door nu ook onderzoek aan te kondigen in Afghanistan, met mogelijke Amerikaanse verdachten in het vizier, zal de discussie over het Strafhof in een ander daglicht komen te staan. Tot dusverre is Georgië het enige land buiten Afrika waar het Strafhof formeel onderzoek doet.

Bosco schrijft dat het onderzoek in Afrika zich vooral zal richten op misdaden begaan door de Talibaan en andere strijdgroepen, en op daden van het Afghaanse leger. Maar de aanklager heeft eerder ook gewezen op mogelijke mishandeling van gevangenen door Amerikaans personeel tussen 2003 en 2005, waartegen justitie in de VS zelf onvoldoende heeft opgetreden. Onder hen waren gevangenen die van elders in de wereld naar Afghanistan waren gebracht. Volgens de aanklager zijn er aanwijzingen dat de gevangenen op bijzonder wrede manier werden behandeld en dat hun menselijke waardigheid werd aangetast. Ook wil de aanklager nader onderzoek doen naar de Amerikaanse luchtaanval op een traumaziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in Kunduz, waarbij vorig jaar zeker 42 mensen werden gedood.

Concrete aanklachten

Overigens zal er lange tijd overheen gaan alvorens het komende onderzoek zal uitmonden in concrete aanklachten tegen verdachten. Eerst moet het bureau van de aanklager voldoende harde bewijzen zien te vergaren om tot daadwerkelijke vervolging te kunnen overgaan. Op een hulpvaardige opstelling van de Amerikanen hoeft daarbij niet te worden gerekend. In het verleden is in Washington wetgeving aangenomen die financiële hulp aan het Strafhof verbiedt, alsmede hulp bij de vervolging van Amerikaanse staatburgers.

In 2002 stelde Washington zelfs dat Amerikaanse staatsburgers als verdachten in handen van het Strafhof met alle mogelijke middelen zouden worden bevrijd. De afgelopen jaren zijn de verhoudingen een stuk beter geworden, en hebben de VS zelfs geholpen bij het overdragen van Afrikaanse verdachten.

Maar door de nieuwe aankondiging van de aanklager komt de relatie opnieuw onder druk. Amerikaanse functionarissen hebben de afgelopen tijd het Strafhof bezocht om over het onderzoek in Afghanistan te praten en om hun bezorgdheid onder woorden te brengen.

Ook in Afghanistan zelf, dat anders dan de VS wel lid is van het Strafhof, zal een nader onderzoek van het Strafhof op politieke weerstand stuiten. In 2007 nam het Afghaanse parlement een amnestiewet aan voor strijders die de wapens neerleggen. De toezegging van immuniteit gebruikt de regering als middel om vredesonderhandelingen tot stand te brengen, afgelopen september nog in een akkoord met krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar.

Los daarvan voelt de regering in Kabul ook weinig voor onderzoek waarbij misdragingen van regeringstroepen tegen het licht worden gehouden. Vorig jaar nog berichtte de aanklager over martelingen en andere misdragingen jegens duizenden gevangenen.