Millennials gaan de regels bepalen

Generatiewisseling De verkiezingen dit jaar zijn de laatste die worden gedomineerd door babyboomers. Jongeren stellen andere thema’s voorop.

Foto AP

Scène 1. Little Rock, Arkansas.

De William Jefferson Clinton Library is een tempel van Clinton-nostalgie, die Bill en Jean Hager met ontzag betreden. De bibliotheek is een ontzagwekkend gebouw van glas en staal, midden in het stadje Little Rock, in de zuidelijke staat Arkansas. Iedere vertrekkende president krijgt zo’n bibliotheek, en mag die zelf inrichten. Het gepensioneerde echtpaar-Hager – zij juf, hij ondernemer – staat stil bij de limousine van Bill Clinton en bewondert vitrinekasten met cadeaus van buitenlandse staatshoofden.

Ze lopen langs de Hillary Clinton-vleugel waar de voormalige First Lady wordt bewierookt, vooral haar „ongekende rol als beleidsmaker en diplomaat”. Ze kijken ontroerd naar een filmpje waarin Bill Clinton zegt: „We worden een wereldgemeenschap. Met wederzijds respect, en economische samenwerking.”

Bill en Jean Hager hebben een hele dag gereden om de bibliotheek te bezoeken. De Clinton-jaren waren goed, zegt Bill. Amerika kende een begrotingsoverschot, iedereen om hem heen had werk, er was optimisme. Bill en Hillary Clinton zijn voor hem het gezicht van die goede jaren negentig. Het ging Bill en Jean Hager die jaren voor de wind. Hij zegde zijn baan op, en begon een bouwbedrijf. Clinton had NAFTA getekend, het vrijhandelsakkoord met Canada en Mexico, waardoor Hager meer over de grens kon handelen.

„Bill en Hillary waren een goed stel”, zegt Bill Hager.

„We zeggen vaak tegen elkaar: werd het maar weer net als toen”, zegt Jean Hager.

Bill: „Mensen waren positiever in die jaren. Er werd niet geklaagd.”

Jean: „Jonge mensen nu willen alles anders. Anders, anders. Alsof anders altijd beter is.”

Hillary Clinton is hun presidentskandidaat.

De presidentsverkiezingen van 8 november zijn de bitterste, meest gepolariseerde in de recente Amerikaanse geschiedenis. Ook om een andere reden zijn de verkiezingen historisch: voor het laatst maken twintigste-eeuwers de koers uit. Amerika heeft de keuze tussen babyboomers: Donald Trump (1946) en Hillary Clinton (1947). Hun bijeenkomsten worden vooral bezocht door oudere Amerikanen. De boodschap van beide kandidaten gaat in essentie om het verleden.

Die twee dingen hebben met elkaar te maken. De verkiezingen van 2016 „ zijn in de kern een referendum over het verleden”, betoogt schrijver Robert Jones van opinieonderzoeksbureau PRRI.

„Het gaat meer over 1950 dan over 2050.”

En het oordeel van kiezers over Amerika’s geschiedenis is juist de meest polariserende kwestie van deze verkiezingen, ontdekte Jones. Hij vroeg kiezers of hun land er sinds de jaren vijftig op vooruit is gegaan. Tweederde van de Democraten zegt ja, en slechts 31 procent van de Republikeinen.

Witte evangelische kiezers en de lagere middenklasse zijn het somberst: hun gevoel van verlies is het grootst. Latino-kiezers en Afro-Amerikanen zijn het positiefst over hun veranderende land.

Yuval Levin auteur van het boek Fractured Republic, beschrijft de tijd in de ogen van babyboomers.

„De jaren vijftig, dat waren Amerika’s kinderjaren, toen alles nog eenvoudig was, en alles mogelijk. De jaren zestig zijn de tienerjaren: idealistisch, rebels. In de jaren zeventig werd alles iets cynischer, volwassener. In de jaren tachtig kregen we vaste grond onder de voeten. In de jaren negentig was alles fantastisch. En nu, in deze nieuwe eeuw, lijken we als land onze goede jaren achter de rug te hebben.”

Babyboomers domineren de verkiezingen met typische babyboomer-polemiek: naar welk tijdperk willen we terug? Hillary Clinton verkoopt heimwee naar de jaren negentig. Toen de Democraten, onder leiding van Bill, marktwerking en internationalisering omarmden. Trumps campagnemotto, Make America Great Again, is een roep om terugkeer naar de simpele jaren vijftig. Het laatste decennium van de twintigste eeuw heeft volgens hem veel kapotgemaakt.

Scène 2. Johnstown, Pennsylvania.

Als Steve Lomago aan de jaren negentig terugdenkt, dan ziet hij als eerste: aan pijnstillers verslaafde ouderen op bankjes in het park in Johnstown, in de steek gelaten door de overheid én hun eigen kinderen. De staalfabriek van het industriestadje telde in de jaren zeventig nog 25.000 arbeiders. Opziener Steve Lomago trok er in 1999 de deuren dicht. De vraag naar staal kelderde, en zijn werkgever US Steel sloot de meeste fabrieken in het noordoosten van de VS.

Je had Johnstown toen moeten zien, zegt hij. Overal op straat doelloze mannen, want stilzitten hadden ze nooit geleerd. De jongeren trokken weg, naar grote steden. De ouderen bleven.

Ook de vier kinderen van Steve Lomago trokken weg. Ze wilden studeren, en wonen nu in steden verspreid door het land. Zijn kinderen willen te veel, vindt hij. Een lichaam heeft hersenen nodig, én handen. Maar wie wil nog handen zijn? Als zijn kinderen waren gebleven hadden ze Johnstown kunnen laten herrijzen.

„Ze zijn verwend. Ze willen gratis naar de universiteit, en als de overheid het niet geeft, moeten wij betalen.”

Maar dat geld, zegt hij, heeft hij niet, met zijn pensioen.

Steve Lomago bezoekt op vrijdagmiddag voor het eerst in zijn leven een politieke bijeenkomst. Donald Trump spreekt in de sporthal. Hij belooft dat de schoorstenen van de verlaten fabrieken weer gaan roken. De banen komen terug, zegt Trump, allemaal. Lomago:

„Trump snapt wat wij doorgemaakt hebben. Iedereen doet zijn best, en je neemt de plaats in de orde in waar je hoort. Niemand krijgt meer dan hij verdient. Dat is de boodschap van Trump.”

Geen wonder, zegt Lomago, dat op deze bijeenkomst vrijwel iedereen ouder dan zestig is.

„Jonge mensen snappen dat niet. Die willen méér dan hun toekomt.”

Trump en Clinton spreken een gevoel van gemis aan onder oudere kiezers, vertelde schrijver Yuval Devin onlangs. Dat heeft alles te maken met het nieuwe Amerika. Dat begrijpen ze niet. In de twintigste eeuw, zegt Devin, „was de samenleving samenhangend, geconsolideerd, met een enorm vertrouwen in grote instituties”.

Dat vertrouwen in politiek, nationale media en grote bedrijven is weg. Amerika is nu gefragmenteerd, onoverzichtelijk. Dat is ook goed nieuws, zegt Devin. Het land is dynamischer, diverser. Maar er heerst onzekerheid. „Ons politieke systeem denkt niet na over de voor- en nadelen. We kijken niet naar de 21ste eeuw, we verlangen terug naar een andere tijd.

Geen wonder dat de verkiezingen nauwelijks leven onder kiezers tussen de 18 en 34 jaar, de Millennials. Bijna 70 miljoen Amerikanen in die leeftijdscategorie mogen stemmen. Zij vormen in theorie een machtig blok. Maar terwijl naar verwachting driekwart van de babyboomers gaat stemmen, blijft vermoedelijk meer dan de helft van de Millennials thuis.

Trumps speech in Johnstown (tekst gaat verder na de video):

Zo’n 60 procent van de jongeren die wel gaan stemmen, overweegt op een onafhankelijke kandidaat te stemmen: Gary Johnson of Jill Stein. Overigens is Hillary Clinton een stuk populairder onder jongeren dan Donald Trump. „Mijn vrienden en ik zijn niet geïnteresseerd in beide partijen”, vertelt Isabelle Button (20), student psychologie aan Georgetown University in Washington. Democraten en Republikeinen.

„We hebben allemaal hoge studieschulden, en minder kans op een baan. De economie die de generatie voor ons heeft uitgedacht, werkt niet voor ons.”

Terwijl de babyboomers, de politiek actiefste generatie, zich druk maakten over de erfenis van de twintigste eeuw, vonden jongeren andere manieren uit om politiek actief te zijn. Er ontstonden protestbewegingen buiten de politieke partijen om: Occupy Wall Street, Black Lives Matter, de Dreamers (jonge latino’s die een Amerikaans paspoort willen).

Bernie Sanders, ouder dan de babyboomers, was de enige politicus die grote groepen jongeren aansprak. Zijn agenda was niet nostalgisch, maar gericht op jonge kiezers: hij pleitte voor grotendeels gratis hoger onderwijs. Hij erkende de zorgen van jonge kiezers over studieschulden, racisme, of buitenlandse politiek. Toen hij uit de Democratische voorverkiezingen stapte, voelden veel jonge kiezers als Isabelle Button zich verweesd.

„Bernie Sanders veranderde van onderwerp, zo voelden wij dat. Het ging eindelijk eens over ons. Nu hij weg is, zijn de verkiezingen voor veel van ons voorbij.”

Scène 3. Nehalem, Oregon.

Micah White (34) is de geestelijk vader van Occupy Wall Street. Duizenden jonge mensen zetten in 2011 op zijn initiatief hun tent op in New York, en later tientallen andere steden, en eisten een eerlijke economie. De politiek van de generatie van zijn ouders werkte niet meer voor Millennials. Toen Occupy Wall Street na een paar maanden inzakte, trok White naar een dorpje aan de westkust, Nehalem. Daar ging hij nadenken, vertelt hij aan de telefoon, over het falen van zijn generatie.

„Waarom zijn we zo boos, vroeg ik me af, terwijl we niets gedaan krijgen? De babyboomers bepalen nog altijd de regels van het spel.”

Misschien, dacht White, is het probleem het ‘clicktivism’ van Millennials – een term die hij zelf heeft uitgevonden. „Jonge mensen als ik voeren graag actie, op straat of op sociale media. Maar we denken ten onrechte dat protest ons macht geeft. En de machtigen, de generaties boven ons, geven ons graag die illusie. Zolang we ons goed voelen over ons activisme, zijn we ongevaarlijk. Het gold voor Occupy Wall Street, maar ook voor Black Lives Matter. Ze lachen om ons.”

Het systeem verander je alleen van binnenuit, denkt Micah White nu.

„De oude garde kun je alleen wegkrijgen als je zelf hun plaats inneemt. Dat doen wij Millennials veel te weinig.”

White besloot onlangs een eerste stap te zetten. Zijn dorp wordt al decennia bestuurd door dezelfde grijze mannen. White heeft zich gekandideerd voor het burgemeesterschap van Nehalem, een dorp van zo’n tweehonderd inwoners. De verkiezingen zijn op 8 november, de dag van de presidentsverkiezingen. Die verkiezingen boycot White. Hillary Clinton en Donald Trump verdedigen alleen de gevestigde belangen, zegt hij, ze zijn oninteressant.

Als hij wint, wil White zijn dorp besturen met ideeën die leven onder jonge mensen: een radicalere democratie bijvoorbeeld, met referenda en directe inspraak. Nehalem moet een walhalla voor Millennials worden, zegt hij. Jonge mensen zijn de afgelopen jaren weggetrokken uit plattelandsgebieden, en concentreren zich grotendeels in de grote steden. Hij wil de jongeren teruglokken naar het platteland. „Ik wil een boodschap uitstralen naar mijn generatie”, zegt White. „We krijgen alleen macht als we ook op die macht uit zijn. Het wordt ons niet gratis gegeven. Millennials moeten ook eens vuile handen maken.