‘Ze komen. Migranten in onze stad!’

Reportage Frankrijk

De migranten uit Calais moeten naar andere steden, en dat zorgt voor protest. In Béziers leidt de radicale burgemeester het verzet.

Volgens burgemeester Ménard zijn de Foto Pascal Guyot/AFP
Béziers

Jean-Philippe Turpin, directeur van een asielzoekerscentrum in de Zuid-Franse stad Béziers, grijpt zijn rekenmachine en begint driftig op de toetsjes te rammen. „We hebben 75.000 inwoners, komen daar 40 vluchtelingen bij, dan hebben we het over 0,05 procent van de bevolking”, rekent hij voor. „Dat is toch prima te doen? Daar merkt niemand iets van!”

Zo’n zesduizend migranten zijn vorige week vanuit Calais overgeplaatst naar elders in Frankrijk. Maar als het aan Béziers ligt, wordt daar niemand ondergebracht. De op drie na armste stad van Frankrijk wordt sinds vorig jaar bestuurd door conservatief ideoloog Robert Ménard, die met steun van het Front National werd verkozen.

Ménard, oprichter van journalistenclub Reporters Sans Frontières haalt om de paar weken het nieuws met provocerende campagnes. Die laten vaak weinig aan de verbeelding over. Toen de politie nieuwe wapens kreeg, liet hij een foto van een revolver op posterformaat afdrukken met de tekst ‘De gemeentepolitie heeft een nieuwe vriend’. En begin oktober hingen overal in Béziers opeens gemeenteaffiches met een foto van de plaatselijke kathedraal waarvoor beelden van mannen met baarden en capuchons waren gemonteerd. ‘Ça y est, Ils arrivent. Les migrants dans notre centre-ville!’, stond ernaast: ‘Daar gaan we, ze komen eraan. Migranten in ons stadscentrum!’

Bord niet leeg

„Met alle problemen hier, kan ik er geen migranten meer bij hebben”, zegt burgemeester Ménard. Hij ontvangt in het eeuwenoude Hôtel de Ville en vertelt dat „tweederde” van de leerlingen op openbare scholen moslim zou zijn. (Dat was nog een ander relletje vorig jaar: dat hij die statistieken bijhield, is verboden in Frankrijk.) „Onze kantinemedewerkers zijn geconfronteerd met kinderen die hun bord niet leegeten omdat het vlees niet halal is”, zegt hij.

Maar wat hem het meest stoort, is de wijze waarop migranten aan de stad worden „opgedrongen”. Ménard: „De staat gedraagt zich als een koning die over zijn onderdanen beslist.”

Ironisch genoeg is Ménard als burgemeester statutair voorzitter van de stichting die het andere asielzoekerscentrum van de stad runt. „Maar ik heb helaas niet het recht dat te sluiten.” Wel heeft hij toegang tot de statistieken, waaruit zou blijken dat van de 400 mensen die daar de laatste jaren zijn opgevangen, 350 mensen geen asiel hebben gekregen. „En niemand is uitgezet”, zegt Ménard. „Die blijven dus in mijn stad hangen als illegalen, met alle gevolgen van dien.”

Hij wil daarom een referendum. De vraag: ‘Bent u het eens met het vestigen van nieuwe migranten die opgedrongen zijn door de staat zonder de gemeenteraad te consulteren?’ Maar de prefect (departementaal vertegenwoordiger van de staat) heeft al laten weten dat hij dit plan, vorige week door de raad goedgekeurd, bij de rechter zal aanvechten: gemeentes gaan niet over immigratiebeleid.

De overplaatsing van de migranten uit Calais naar tijdelijke centra in de Franse provincie verliep tamelijk probleemloos, in sommige plaatsen stonden zelfs welkomstcomités (‘Bienvenue aux réfugiés’) klaar. Maar in veel andere plaatsen was in aanloop naar de ontruiming verzet tegen de opvang van migranten uit de ‘jungle’. In Bretagne en bij Parijs werden centra voor mensen uit Calais in brand gezet. Presidentskandidaat Sarkozy gooide olie op het vuur door te zeggen dat de ontmanteling van het kamp tot „mini-Calais” overal in Frankrijk zou leiden.

Maar zelden wordt het protest geleid vanuit het stadhuis zelf. „Ik weet zeker”, zegt Ménard, „dat 80 procent van de Fransen het met me eens is, andere burgemeesters inbegrepen. Maar mensen zijn bang zulke dingen te zeggen.” De omstreden affiches noemt hij „gemeentevoorlichting”.

In Béziers is de armoede haast voelbaar. De werkloosheid ligt er ver boven het toch al hoge Franse gemiddelde, er zijn opvallend veel bedelaars en tientallen winkelpanden staan leeg. Wie in het centrum informeert naar de burgemeester hoort vooral instemming. De straten zijn sinds zijn aantreden weer veilig en schoon, zeggen inwoners. „Hij gaat ver met zijn campagnes, maar hij heeft Béziers weer op de kaart gezet”, zegt de 68-jarige Madame Senaux tevreden. „Er zijn regio’s waar ze graag immigranten opvangen. Hier willen we dat niet, omdat we er al zoveel hebben.”

De oud-secretaresse, hier geboren en getogen, laat haar hondje uit bij de kathedraal. Juist daar heeft Ménard deze week een nieuw straatnaambordje onthuld. ‘Promenade Jacques Hamel’, heet het hier nu: vernoemd naar de geestelijke die in juli werd vermoord door jihadisten. ‘Priester en martelaar, vermoord door islamisten’ staat er onder zijn naam. Senaux heeft er geen moeite mee en vermoedt de hand van de zeer katholieke vrouw van Ménard, tevens hoofdredacteur van de rechtse opiniesite Boulevard Voltaire.

Oorlog tussen beschavingen

Buiten het centrum, in probleemwijk La Devèze, bestaan meer zorgen. Zo’n 40 procent van de jongeren is er werkloos. „Maar de economie lijkt niet de eerste preoccupatie van onze burgemeester”, spot Patricia Barbazange van vakbond CGT. Buurtwerker Mehdi Roland klaagt over het intrekken van subsidies aan lokale organisaties, wat volgens hem tot sociale onrust zal leiden. „Het is alsof Ménard wil laten zien dat met dit soort wijken niets te beginnen valt.” Met zijn stichting Esprit Libre heeft Roland, bekeerd tot de islam, vergeefs geprobeerd de affiches verboden te krijgen: „Ze deden me denken aan de kruistochten”, lacht hij. „Béziers was altijd een terre d’accueil, een plek waar immigranten welkom zijn.” Onder Ménard is de stad volgens hem „het front in de oorlog tussen beschavingen” geworden.

En precies dat, zegt asieldirecteur Turpin, is „het gevaarlijkst”. „De politiek van Ménard bestaat in de eerste plaats uit communicatie. Hij wil zijn eigen radicale opvattingen in Frankrijk gemeengoed maken en is die ideeënstrijd aan het winnen.”