Recensie

The Lion King is een visueel spektakel, maar ook wat voorspelbaar

De reprise van The Lion King is een aantrekkelijke kijkdoos, maar is niet vrij te pleiten van enige voorspelbaarheid.

©

Weinig musicals beginnen, visueel gesproken, zó mooi als The Lion King. De zon gaat op in oogstrelend geel en oranje, en dan ontwaakt het dierenrijk. De eerste leeuwen verschijnen, met maskers die bovenop het hoofd van de spelers zijn bevestigd, zodat we ook de menselijke gezichten blijven zien. De giraffen worden gevormd door steltlopers, de gazellen fungeren als hoofddeksels voor andere spelers. De vogels vliegen rond aan lange hengels. En niemand doet alsof dit echte dieren zijn. Mens en dier zijn in deze show elkaars verlengstukken.

Sterker nog: we zien van ieder dier precies hoe de suggestie wordt gewekt – hoe ingenieus de oerwoudbevolking is ontworpen op de tekentafel van regisseur Julie Taymor, die in 1997 de opdracht kreeg een theaterversie te maken van Disney’s animatiefilm The Lion King.

De tekst gaat verder na de video

In haar onverbeterlijke regie stond de voorstelling vanaf 2004 al ruim twee jaar lang in een Nederlandse versie in het Circustheater in Scheveningen, vanaf 2004. Nu brengt het theaterbedrijf Stage Entertainment een reprise, ongetwijfeld in de hoop dat het publiek opnieuw massaal zal toestromen. Aan attractiviteit heeft de productie in elk geval niet ingeboet.

Creatieve vondsten te over

Na die openingsscène volgt er immers nog meer. Een horde antilopen in een Tinguely-achtig bouwsel op wielen, een waterval vol krokodillen, het beweeglijke gras in de savanne – creatieve vondsten te over.

Hooguit kan de toeschouwer na verloop van tijd toch enigszins uitgekeken raken op deze kijkdoos. Dan beginnen de dieren een beetje op elkaar te lijken en de toneelbeelden ook. Terwijl er qua plot eigenlijk niet zo heel veel gebeurt. We volgen het leeuwenwelpje Simba, wiens vader door diens broer wordt vermoord, zodat die broer zelf de troon kan bestijgen. Ja, ook het dierenrijk kent zijn Hamlet. Maar erg verrassend is die intrige niet uitgewerkt. Van enige voorspelbaarheid is de voorstelling niet vrij te pleiten.

Hoogst bezienswaardig ensemble

Wel heeft Stage opnieuw een hoogst bezienswaardig ensemble geformeerd, met een groot aantal nieuwe Nederlandse talenten. Naidjim Severina en Gaia Aikman vormen een aantrekkelijk liefdespaar. Naast hen is Barry Beijer een vermakelijke toekan die tevens de hofnar uithangt, en Jorrit Ruijs straalt dreiging uit als moordende oom.

Bijna iedereen moet multifunctioneel zijn, als acteur, zanger, danser en poppenspeler. Hun bewegingstaal is verbluffend, met hoge sprongen, grijpende klauwen en een roofdier-achtige souplesse. Elke spier is gespannen. En hun samenzang, bij de dansbare klanken van het orkest, sluit zich daar wellustig bij aan. Elton John en Tim Rice schreven de aanstekelijke popsongs die behendig werden gecombineerd met de opzwepende ritmes van de Zuid-Afrikaanse producer en songschrijver Lebo M. De muziek komt niet alleen uit de orkestbak, maar ook uit de loges aan weerszijden van het toneel, waar de percussie – met timbalen en tamtams – welig tiert.

„Alle leven is een wankel evenwicht”, krijgt de jonge Simba van zijn vader, de goede koning, te horen. Zo zindert er ook nog, heel onnadrukkelijk, een moraaltje mee.