Rutte uit ‘Catch-22’ over Oekraïne

EU-Associatieverdrag

Het kabinet ziet toch een kans om het verdrag met Oekraïne te ratificeren – in Europa én in het Nederlandse parlement.

Foto Jerry Lampen / ANP

Bijna zeven maanden zat premier Mark Rutte in het Oekraïne-dossier klem tussen Den Haag en Brussel. De Tweede Kamer eiste bij voorbaat een akkoord met de andere EU-landen. En die andere EU-landen wensten harde garanties vooraf dat het Nederlandse parlement zou instemmen. Catch-22.

Uit die patstelling heeft Rutte zich nu weten te bevrijden – op het laatste nippertje, zoals wel vaker tijdens zijn premierschap. Hij neemt zes weken extra de tijd om het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne alsnog geratificeerd te krijgen – en denkt dat hij daarin zal slagen.

Maandag lieten Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) aan de Tweede Kamer weten dat het kabinet een poging gaat doen het verdrag alsnog te ratificeren, ook al stemde bij het referendum op 6 april een ruime meerderheid van de opgekomen kiezers tegen.

Rutte en Koenders geloven bij de andere 27 EU-lidstaten steun te kunnen verwerven voor een juridisch bindende aanvulling op het verdrag, waarin tegemoet wordt gekomen aan de bezwaren van de nee-stemmers. En voor die ‘annex’ ontwaren ze weer een meerderheid in het Nederlandse parlement. Cruciaal is daarbij de opstelling van D66 en de Eerste Kamerfractie van het CDA. Het kabinet is afhankelijk van de oppositie, omdat het zelf in de senaat geen meerderheid heeft.

Half etmaal voor deadline

De mededeling van het kabinet kwam een half etmaal voor een deadline die de Tweede Kamer had gesteld. Er ging een weekend aan vooraf vol overleg om uit de impasse te geraken. Op zijn wekelijkse persconferentie, vrijdag, had Rutte de druk opgevoerd met een dramatische „hartekreet” naar de oppositie. Hij verbond het lot van het associatieverdrag aan de Russische inmenging in de burgeroorlog in Syrië.

Er is geen deal met andere partijen, benadrukt Rutte in een brief aan de Tweede Kamer. Dat klopt: publiekelijk heeft geen oppositiepartij steun uitgesproken voor de aanvullende verklaring die Rutte denkt te kunnen regelen bij de andere EU-lidstaten. Maar hij denkt nu dat er een goede kans bestaat dat Tweede én Eerste Kamer toch akkoord gaan met zo’n aanpassing.

Waar baseert Rutte dat vertrouwen op? In de eerste plaats op D66, dat dit weekend binnenskamers steun heeft toegezegd. Daarmee is het kabinet verlost van kopzorgen in de Tweede Kamer. De coalitie heeft een meerderheid van één zetel, en verwacht wordt dat in elk geval PvdA’er Jacques Monasch tegen ratificatie zal stemmen.

Cruciaal is de Eerste Kamerfractie van het CDA. D66 en CDA beschikken ruimschoots over de 17 zetels die het kabinet nodig heeft in de senaat. Het CDA stemde vóór het verdrag, maar partijleider Buma heeft sinds 6 april steeds gezegd dat het kabinet het ‘nee’ van de kiezers moet volgen, ook al ging het om een raadgevend referendum.

Signaal van Elco Brinkman

Elco Brinkman, CDA-fractieleider in de Eerste Kamer, heeft Rutte dit weekend laten weten dat zijn fractie onafhankelijk wil oordelen over het verdrag en de extra verklaring. Het kabinet put hieruit het vertrouwen dat de CDA-senatoren, onder wie een aantal uitgesproken pro-Europeanen, het verdrag zullen goedkeuren – ook als hun partij in de Tweede Kamer nee zegt. Brinkman zelf: „Zodra we aan zet zijn, zullen we een oordeel geven.” Dinsdag is Rutte met het kabinet de hele dag in de Eerste Kamer voor de Algemene Beschouwingen.

Er is nog geen formele steun vanuit Europa voor de Nederlandse toevoeging aan het verdrag, benadrukt Rutte. Ook dit is strikt genomen waar, maar ingewijden in Brussel en Den Haag zeggen dat dit geen problemen zal opleveren. In die verklaring zal onder meer staan dat het verdrag geen opmaat is naar een EU-lidmaatschap van Oekraïne, dat er geen sprake is van militaire bijstand van de EU aan het land en dat er geen extra geld naar Oekraïne gaat. Ook zou in de verklaring moeten worden bevestigd dat er geen vrij verkeer van werknemers tussen Oekraïne en de Europese Unie komt.

Het kabinet wil bij de volgende top van EU-regeringschefs, half december, een akkoord over de tekst bereiken. Oekraïne heeft al gezegd geen moeite te hebben met een extra verklaring.