Nul euro nu, 2 miljoen straks?

Het Scheepvaartmuseum dient deze week een nieuwe subsidieaanvraag in bij de Raad voor Cultuur. Deze keer moet het wel lukken.

fotp uit de serie Inland Shipping van Niels Helmink, nu te zien op de tentoonstelling Drijfveer in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam Foto’s Niels Helmink, Collectie Het Scheepvaartmuseum

Michael Huijser is sinds 1 juli directeur van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Maar je zou zijn nieuwe plannen voor het museum kunnen zien als een tweede sollicitatie. Het subsidieadvies van de Raad voor Cultuur, afgelopen mei, luidde ‘0 euro’, terwijl het Scheepvaartmuseum gevraagd had om 2 miljoen. Het kon nog, oordeelde de raad, maar dan moest er een beter uitgewerkte aanvraag komen. De deadline is deze week.

De nieuwe aanvraag zal grotendeels gaan over zaken als missie, doelstellingen en publieksbereik. Maar vooral: de recente geschiedenis van het museum zal er in spiegelbeeld in terug zijn te vinden. Want alles wat de afgelopen paar jaar fout ging, moet straks goed gaan.

Een „turbulente tijd” noemde de Raad voor Cultuur dit nabije verleden – en zo kun je inderdaad samenvatten wat er gebeurde sinds het Scheepvaartmuseum na een grondige verbouwing in 2011 weer openging: het museum kreeg de kritiek dat het te veel overhelde naar entertainment, de bezoekersaantallen daalden, een nieuwe directeur werd weer weggestuurd.

Veel aan de hand

Michael Huijser (49) komt van Museum het Rembrandthuis in Amsterdam, daarvoor werkte hij bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Hij kent de wereld van de maritieme musea dus, maar hier was vooral veel aan de hand. Waarom maakte hij de overstap? „Mijn handen jeukten”, zegt hij, „het zou moeilijk worden, maar het was ook een enorme kans”.

Wat die kans volgens hem inhoudt, staat straks dus in de nieuwe aanvraag. Prominent, als een van de belangrijkste doelstellingen, zal het gaan over het museum als „een werkgever die zijn medewerkers inspireert en motiveert”. Daarvan zijn er ruim honderd, en zoals het de afgelopen jaren ging, mag het niet meer gaan. Huijser: „Mensen moeten weten: wat gaan we doen, waar gaan we heen. Want als ze dat niet weten, gaan ze morren. Niet omdat ze dat nou zo graag willen, maar omdat ze zien dat het niet goed gaat en ze zich daar druk over maken.”

Helder profiel

Een helder profiel dus, dat er ongeveer zo uit moet komen te zien:

Het museum wil „een toonaangevend kenniscentrum” zijn. Daarom gaat de wereldvermaarde bibliotheek straks vijf dagen per week open, in plaats van de huidige ene dag. Collectievorming, onderzoek en tentoonstellingen zullen vaker dan nu „verbanden leggen met huidige ontwikkelingen in de samenleving”. Voor volgend jaar staat bijvoorbeeld een presentatie op stapel over vernieuwingen in de mode die op de maritieme sector zijn geïnspireerd.

Verder zullen museale en commerciële activiteiten „in balans zijn”, het percentage gasten van evenementen dat ook een bezoek aan het museum brengt of een rondleiding boekt, „is al gestegen”. En het aantal bezoekers moet omhoog. Doordat de website drastisch wordt verbeterd (Huijser: „Mijn dochter kan nu nog niet een spreekbeurt maken, als ze daar zoekt”), net als de werving via sociale media, zullen er meer scholieren komen. Ook moet het aantal bezoekers stijgen doordat in de nabije omgeving gebiedsontwikkeling gaat plaatsvinden (Marineterrein, Oosterdok) en het museum daar aansluiting bij gaat zoeken, bijvoorbeeld door buiten-evenementen.

De Raad voor Cultuur reageert half november.