Recensie

Ontroerend statement en nostalgische ode aan theaterhistorie

De Warme Winkel toont geraffineerd, in een prachtige imitatie, hoe de geschiedenis altijd doorwerkt in het heden.

Foto’s DPA en Kurt van der Elst

Een spetterende apotheose moest het worden, na dertig voorstellingen, hun ‘magnum opus’: de Warme Winkel speelt de Warme Winkel. De voorstelling is terugblik en beginselverklaring van het gezelschap ineen, zoals altijd ook met licht ironische toets: waar staat De Warme Winkel voor? Hoe verhoudt ze zich tot de kunstcanon? Wie zijn haar voorgangers en inspiratiebronnen? En wat laten zij zelf eigenlijk na? Het gezelschap maakt een origineel, geraffineerd en ook ontroerend statement door integraal en vrijwel exact de legendarische productie Café Müller (1978) van Pina Bausch, één van hun inspiratiebronnen, op te voeren.

Quasi-nonchalante speelstijl

data6086580

Die prachtige imitatie wordt voorafgegaan door een lange, erg grappige inleiding, die meteen als denkkader dient. Drie stagiaires vertellen, gezeten op het voortoneel, over hun samenwerking met de groep. Ze hebben precies dezelfde quasi-nonchalante speelstijl als de drie acteurs die hun grote voorbeeld zijn: Ward Weemhoff, Mara van Vlijmen en Vincent Rietveld, die zich hebben teruggetrokken op het achtertoneel. De stagiaires imiteren, maar maken zich de stijl ook echt eigen. Zo klinkt de vorige generatie door in de nieuwe; het verleden schemert door in het heden.

Vervolgens scheren de drie, Sofie Porro, Kim Karssen en Rob Smorenberg, in een geestige discussie razendsnel langs actuele vragen en dilemma’s rond plagiaat en intellectueel eigendom. Kan imiteren toch innoveren zijn? Is het begrip eigendom niet passé? Wat is überhaupt (nog) waarlijk origineel? Daarbij steken ze voortdurend ook de draak met zichzelf en hun helden, door de intellectuele aspiraties geestig te relativeren: alles is mega-meerlagig en super-meta, enzo. Dat bewijst ook meteen weer de grote kracht van De Warme Winkel: de groep is onvervalst highbrow, maar tegelijk toegankelijk en aanstekelijk, dankzij hun humor, ironie en zelfspot.

Duizelingwekkende carrousel

Gaandeweg begint op te vallen dat de Warme Winkel-acteurs hun stagiaires souffleren. Voorbeeld en epigoon versmelten in een duizelingwekkende carrousel, die algauw niet meer alleen om artistieke maar zelfs existentiële vraagstukken draait: kun je ooit jezelf zijn? Wat is dat dan: jezelf? Worden we niet altijd gesouffleerd en geregisseerd, gevormd door anderen en omstandigheden? „Is dit mijn stem?”, zegt Karssen met inderdaad haar eigen stem, maar gesouffleerd door Van Vlijmen.

De tekst gaat verder na de video

Zo toont De Warme Winkel hoe de geschiedenis altijd doorwerkt in het heden, in het leven, en in de kunst. Als de zes spelers vervolgens integraal Bausch’ Café Müller opvoeren, is dat zowel een mooie nostalgische ode aan de theaterhistorie als een troostende gedachte voor de toekomst. De voorstelling toont hoe De Warme Winkel het werk van Bausch (en anderen) voortzet, terwijl we tegelijk zien hoe De Warme Winkel zélf door zal leven in een nieuwe generatie theatermakers.

„Rituele herhaling maakt dat iets zich kan vernieuwen”, zegt Rob Smorenberg op zeker moment. Dat kun je ook zien als motto voor het theater. Ondanks het verdwijnen van voorstellingen, groepen en makers blijft het theater als ritueel behouden. En alles wat verdween, leeft voort in wat is, en wat komt.

Alles verandert, en toch verdwijnt niets écht. En dat is mooi.