‘Niemand houdt toezicht op sektes’

Noorse broeders

Kerkgenootschap Noorse broeders laat jongeren hard werken om geld te verdienen. Aanpakken is lastig. „Wat mij betreft is sprake van een kwaadaardige sekte.”

Een gesloten gemeenschap. Volgelingen die financiële offers brengen en charismatische leiders die er persoonlijk beter van worden. Het denken in tegenstellingen: wij tegen de buitenwereld. Het zijn zomaar wat kenmerken van sekten. Volgens een deskundige en ex-leden van de Noorse broeders kenmerken ze ook dit christelijk genootschap.

Ze reageren op de onthulling in NRC afgelopen weekend dat de Noorse broeders, met in Nederland zo’n 2.000 leden, systematisch volwassenen en kinderen aan het werk zet. De opbrengsten gaan vooral naar de kerk en naar de leiders, blijkt uit zo’n 200.000 interne e-mails en honderden vertrouwelijke documenten in bezit van de krant. De Arbeidsinspectie stelt een onderzoek in naar de kinderarbeid en naar de werktijden. Winkelketen Hema schort de samenwerking met de organisatie op.

Gesloten religieuze geloofsgemeenschappen en sekten zijn in Nederland gewoon toegestaan. Er is geen goede inventarisatie van het aantal en soort bewegingen, en niemand houdt er toezicht op. Hoe je een organisatie als de Noorse broeders kunt duiden, is volgens Fokko Oldenhuis, honorair hoogleraar religie en recht aan de Rijksuniversiteit Groningen dan ook niet zo makkelijk.

Ellen Heijmerikx groeide op bij de Noorse broeders, op haar 23e trad ze uit. Ze schreef er twee succesvolle boeken over en onderhoudt soms nog contact met „mensen in het geloof”, zoals ze dat noemt. Ze mocht geen broek dragen, haar haar bleef lang. Ze kende niemand met een televisie. Leiders bepaalden met wie ze omging. Veel is sindsdien veranderd, vertelt ze. Ook meisjes dragen broeken, luisteren naar muziek en kijken televisie.

Scherpe controle op volgelingen

Maar de controle op volgelingen werd groter. Critici werden beschimpt. En de organisatie werd commerciëler. „Vroeger gaven ze je bij wijze van spreken nog geld toe, als je maar naar de verkondiging kwam. Nu moeten leden die naar de bijeenkomsten in Noorwegen willen flink betalen voor hun verblijf in het conferentiecentrum. Een centrum waar ze door hard werken zelf aan mee hebben betaald.”

De broeders werden in eerdere publicaties ook in verband gebracht met andere misstanden, zoals kindermishandeling. Ook Heijmerikx liet weten in haar jeugd te zijn geslagen, net als haar broer, neven, vriendinnen.

Jildert de Boer maakte van 1981 tot 1996 onderdeel uit van de Noorse broeders en bleef de organisatie volgen via hun tijdschriften en sociale media. Hij ging weg vanwege „de exclusieve opstelling naar andere christenen” door de broeders. „Vroeger hadden de Noorse broeders een sektarische aanzet. Nu is het echt een sektarische beweging geworden. Een sekte.”

Ook De Boer schreef een boek over de beweging. „Er zijn wel meer heiligingsbewegingen in Nederland – bewegingen die dicht bij de Bijbel leven, streven naar reinheid en een hoge levenstandaard nastreven – maar ik ken geen andere geloofsgemeenschap die zo met werken [arbeid] en met geld bezig is.”

De Noorse broeders lijken zich meer bezig te houden met ondernemingsactiviteiten dan met het nastreven van het hogere en het liefhebben van naasten, zegt hoogleraar Oldenhuis. „Als dan ook nog sprake is van een sterke mate van hiërarchie en een nadruk op het financiële, volgelingen offers brengen en leiders er in het geheim financieel beter van worden, is wat mij betreft sprake van een kwaadaardige sekte.”

Maar, zegt hij, juridisch heb je daar niet zo veel aan. „Het woord sekte is geen rechtsbegrip, de wet zegt er niets over.”

Geen toezicht in Nederland

Uit een rapport dat hij met een collega in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken schreef, blijkt dat in Nederland eigenlijk niemand toezicht houdt op dit soort religieuze bewegingen. En als misstanden eenmaal naar buiten komen, is het moeilijk er tegen op te treden. Mensen sluiten zich vrijwillig aan, is de redenering. Ze kunnen op ieder moment opstappen. Maar dat blijkt volgens ex-leden niet zo makkelijk. Als ze het al doen is er nauwelijks geschikte hulp te vinden. Hulpverleners, zouden weinig kennis hebben van wat zich in de gemeenschappen afspeelt.

Politie en jeugdzorg kunnen alleen optreden bij strafbare feiten. Getalsmatig is de problematiek niet heel groot. Ook zijn er volgens een rapport (2013) van onderzoeksbureau Beke deskundigen die menen dat de problematiek van leden en ex-leden – manipulatie of hersenspoeling bijvoorbeeld – niet afwijkt van die in andere delen van de samenleving en dat deze dus geen aparte aanpak behoeft.

Oldenhuis: „In ons omringende landen als Duitsland, België en Frankrijk is dit allemaal beter geregeld. In België bijvoorbeeld is er een aparte instantie voor en in Frankrijk een wet die organisaties aanpakt die misbruik maken van makkelijk te beïnvloeden personen. Bij ons zegt men dat het strafrecht, zoals het nu is, toereikend is. Dat is niet zo.”

De Noorse broeders wilden niet inhoudelijk reageren.