Meer geld voor onderwijs, maar niet iedereen staat te juichen

Actieplan Gelijke Kansen Kinderen uit lagere sociale klassen moeten meer kans in het onderwijs krijgen. Schoolbestuurders vinden het plan hiervoor te mager.

Foto ANP / Sander Koning

Ongelijke kansen in het onderwijs – sinds begin dit jaar is het een hot issue. Dankzij de Onderwijsinspectie, die het onderwerp op de kaart zette. Die concludeerde in haar jaarverslag dat de kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders steeds groter wordt. Ook al zijn de leerlingen even slim, kinderen uit de lagere sociale klasse krijgen een lager schooladvies, en sluiten hun leerperiode uiteindelijk af op een lager niveau.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) lanceren nu samen het Actieplan Gelijke Kansen, om de ongelijkheid de kop in te drukken. De bewindslieden maakten maandag bekend hiervoor de komende drie jaar jaarlijks gemiddeld 29 miljoen euro vrij te maken. Vanaf 2020 volgt dan structureel jaarlijks 26 miljoen euro.

Om de ongelijkheid terug te dringen willen de bewindslieden in ieder geval één belangrijk probleem oplossen: de overgang tussen schoolsoorten moet beter. Op alle niveaus. Want als kinderen niet naar het juiste niveau doorstromen, is de redenering, blijven talenten onbenut.

Om die overgang te verbeteren, gaat er de komende twee jaar samen bijna 14,5 miljoen euro naar zogenoemde schakelklassen. Dat worden een soort zomerscholen, verzorgd door basis- en middelbare scholen samen. Zo’n 10.000 kinderen zullen er extra lessen krijgen. Ook is het de bedoeling dat leraren de kinderen aan meer zelfvertrouwen helpen, en hun werkhouding en motivatie verbeteren als dat nodig is. Leerlingen die voor de schakelklas in aanmerking komen, krijgen thuis weinig begeleiding van hun ouders of ze hebben een taal- of leerachterstand.

Rolmodellen en coaches

Daarnaast trekken Bussemaker en Dekker geld uit om de overgang van vmbo naar havo of mbo te verbeteren, of die van mbo naar hbo. Mbo’ers die naar de pabo willen, de hbo-opleiding om leerkracht te worden, krijgen meer ondersteuning. Verder willen de bewindslieden rolmodellen en coaches, studenten van universiteit of hogeschool, die drempels wegnemen bij jongeren die van huis uit niet gewend zijn door te leren.

Ook ouders krijgen hulp. Zo’n 10.000 mensen met een lage taalvaardigheid kunnen een taaltraining krijgen, en coaching en extra ondersteuning bij de opvoeding van hun kinderen. Twintig scholen in grote steden mogen experimenteren met de begeleiding van achterstandsleerlingen door leraren vrij te roosteren.

Goed nieuws? Niet iedereen staat te juichen. Natuurlijk, scholen zijn altijd gelukkig met extra geld. Maar de bedragen zijn beperkt. En het aantal leerlingen dat bediend wordt, is niet heel groot. De VO-raad, de vereniging van middelbareschoolbesturen, wijst erop dat de 5 miljoen euro uit het actieplan om vmbo’ers te helpen doorstromen naar havo of mbo, slechts volstaat voor 5.000 leerlingen.

De PO-raad (basisschoolbesturen) is evenmin onder de indruk van de financiën. Hij noemt het een sigaar uit eigen doos. De afgelopen twee jaar bezuinigde het kabinet volgens de raad 50 miljoen op het tegengaan van onderwijsachterstanden. Dat maken de nieuwe miljoenen die de komende jaren vrijkomen niet goed.

De beide raden zijn niet ontzettend onder de indruk van het Actieplan Gelijke Kansen: ze vinden het te klein van opzet en missen zicht op de lange termijn. Wil je meer gelijke kansen bieden, zegt de PO-raad, dan moet je niet zoveel nadruk leggen op de overgang tussen onderwijssoorten, maar veel bredere en meer fundamentele veranderingen doorvoeren. Richt je bijvoorbeeld op kinderen vanaf 2 jaar. Zorg voor een goede kinderopvang en investeer dáár al in taalachterstand.

Maatschappelijk rendement

De VO-raad, onder leiding van oud-politicus Paul Rosemöller, zou graag zien dat de kwaliteit van het onderwijs ook eens op een andere manier wordt gemeten. Dat zou de ongelijkheid in het onderwijs ook kunnen tegengaan. Dan moet je scholen niet meer alleen afrekenen op prestaties, maar ook op maatschappelijk rendement. Wat goed is voor de kansen van leerlingen, zou ook positief moeten meewegen bij de beoordeling van de school.

Dekker en Bussemaker erkennen zelf ook dat de maatregelen en investeringen uit hun actieplan niet voldoende zijn. Er is meer nodig, schrijven ze. Onderzoek, en experimenten. Daarom sporen ze ouders, docenten, schoolbestuurders, onderzoekers, werkgevers en maatschappelijke instellingen aan zich te verenigen in de Gelijke Kansen Alliantie, die hun departement heeft opgezet.