Cultuur

Interview

Interview

Bariton Raoul Steffani heeft een passie voor liederen.

Foto's Ronald Knapp

‘Ik ben gestopt met dromen’

Zondag kreeg fulltime student Raoul Steffani (24) , als eerste bariton, de Elisabeth Evertsprijs uitgereikt.

Eigenlijk is het hem allemaal een beetje te veel, bekent de Limburgse bariton Raoul Steffani (24). Hij volgt nog een fulltime-opleiding aan de Dutch National Opera Academy, maar zijn carrière is al lang begonnen. De aandacht is sinds het winnen van de Grachtenfestival Conservatorium- en Elisabeth Evertsprijs nog groter geworden. „Gelukkig zijn ze bij de opleiding vrij flexibel”, zegt Steffani, „en ik heb een hoop kleine engagementen afgezegd.”

De Elisabeth Evertsprijs werd eerder onder anderen gewonnen door Wibi Soerjadi, Hannes Minnaar en Remy van Kesteren, en is nu zondag voor het eerst uitgereikt aan een bariton. Een belangrijk moment in je carrière?

„Het is een mooi compliment: de prijs kan ook worden uitgereikt aan violisten of pianisten die al vanaf hun zesde bezig zijn. Als zanger begin je eigenlijk pas op je zeventiende, daarvóór zijn de stembanden nog enorm in ontwikkeling. Ondanks die technische achterstand heb ik kennelijk toch iets weten over te brengen.”

Heb je een idool?

„Bas-bariton Bryn Terfel vind ik fantastisch, maar er is niet één zanger die ik overal achterna reis. Ik heb twee jaar in Wenen gestudeerd, daar komen alle grote namen langs. Anna Netrebko en Anne Sofie von Otter, bijvoorbeeld, hebben een uniek geluid en fabuleuze techniek. Maar tenor Placido Domingo, inmiddels een bariton, is helaas vergane glorie.

„Wenen is de meest fascinerende stad voor een musicus: je kunt er drie keer per week naar een andere opera! Ik zag minstens zeventig producties in een jaar tijd. Die voorstellingen zijn ook altijd uitverkocht; er staan vaak mensen met kartonnen bordjes om kaarten te smeken. Vergelijk dat met een recente operapremière in Nederland, waar kortingskaarten moesten worden weggegeven om de zaal te vullen.

De tekst gaat verder na de video

“Ook de muziekopleiding in Wenen is erg serieus: ze hebben alleen al een apart gebouw voor zangstudenten, zo’n 150 in totaal. Die werken over het algemeen veel harder dan de studenten in Nederland, daar ontbreekt te vaak de gedrevenheid. Veel van mijn studiegenoten belanden na afloop van de opleiding in een zwart gat. Bovendien is het ongelooflijk moeilijk een goede zangpedagoog te vinden; de helft van de studenten is na afloop van de zangstudie slechter af dan toen ze begonnen.”

Waarom ben je toch teruggegaan naar Amsterdam?

3110culSteffani2

„Omdat ik lessen wilde blijven volgen bij Margreet Honig. Ze is een legende; gearriveerde zangers komen uit Amerika overgevlogen voor twee lessen. Sommige docenten maken van het zingen een heel ingewikkeld vak, maar Margreet houdt het simpel en intuïtief. Ze weet uit eigen ervaring hoe het is als je stem door een docent wordt verpest. Na een aantal masterclasses had ik het geluk dat ik reguliere lessen kreeg. Ik zong eerst op een verkeerde manier, zij heeft mijn natuurlijke stem ontdekt. Al val ik soms terug in oude gewoontes. ‘Dit klonk een beetje 2012’, zegt ze dan.”

Hoe zou je je eigen stem omschrijven?

„Wow, dat is een moeilijke vraag. Officieel ben ik een lyrische bariton. Maar met mijn 24 jaar ben ik ook erg jong, de spieren groeien door tot minstens je 28ste. Misschien zou ik ooit een dramatische bariton kunnen worden en de grote Verdi-rollen zingen, wie weet. Ik wil het rustig opbouwen. Voor jonge zangers, met name tenoren waar altijd een tekort aan is, blijkt het verleidelijk om snel carrière te maken. Het leven is veel gejaagder dan vijftig jaar geleden, toen zangers aan een vast operahuis rustig repertoire opbouwden.”

Zing je liever opera of liederen?

„Ik hou erg van opera maar heb een passie voor liederen, waarbij de laat-romantiek mijn grote voorliefde heeft. De teksten zijn over het algemeen veel beter dan bij opera, waar de muziek soms op een haastig geschreven libretto is gezet. Hoe lekker het ook is om grote emoties in de opera uit te zingen, met je stem kun je in een lied meer kleuren maken, en veel zachter zijn. Bij opera zit je vast in een groot kader waar ook orkest en dirigent deel van uitmaken. Maar het lied is óók eenzaam, je hebt alleen je pianist, terwijl een operaproductie zomaar een team van honderd man vraagt. En sinds Elly Ameling is het niemand in Nederland meer gelukt om een carrière te bouwen op het lied.”

De tekst gaat verder na de video

Welke wensen heb je voor de toekomst?

„Ik heb geleerd om vertrouwen te hebben in mezelf, en ben gestopt met dromen. Ooit dacht ik: als ik één keer in het Concertgebouw mag zingen, ben ik heel blij. Nu mag ik er inmiddels al driemaal zingen, onder meer met een rolletje in een Prokofjev-opera in de ZaterdagMatinee. Met Thomas Hampson, een ander groot voorbeeld, heb ik regelmatig mailcontact. In 2018 reis ik namens Dutch Classical Talent door het land, bovendien met nieuwe liederen van Nico Muhly. Het is gelukkig nog lang geen versteende kunstvorm.”

Je hebt een mooie achternaam voor een zanger.

„Mee eens, haha, terwijl je in mijn familie een heel eind terug moet gaan om nog enig Italiaans bloed te vinden. Limburg is nu eenmaal een bij elkaar geraapt zooitje, de provincie was steeds in andere Duitse, Franse of Nederlandse handen. In het buitenland is het ook wel handig om geen al te Hollandse naam te hebben.”

Raoul Steffani in Semyon Kotko van Prokofjev: 26/11 Concertgebouw Amsterdam. Inl: raoulsteffani.nl