Emal trapte zijn ex in haar buik, maar zij daagde hem uit

Wie: Emal

Kwestie: bedreiging, mishandeling, vernieling

Waar: rechtbank Den Haag

Er zijn verdachten die zwijgen – en er zijn er die niet óphouden met praten. Daar zit hij, Emal, van 22, met het petje dat hij van de bode af moest zetten naast zich op tafel. Hij schampert, hij briest, hij is verontwaardigd, gekrenkt, jaloers en praat maar door over de „grote onrechtvaardigheid” die hem is aangedaan. „Niet zo stoer doen”, maant de rechter hem af en toe. Hij noemt zijn ex-vriendin iemand die „smacht naar geld”, hem bedriegt en voorliegt. Zegt tegen de politierechter bij herhaling „wat denkt u zelf, wat zou u dan doen?”. Het ging met haar „uit het niets uit”, na zeven jaar!

Voor Emal is de zaak helder – oké, hij had z’n ex-vriendin op dat terras niet in haar buik moeten trappen, daar heeft hij spijt van. Maar zij daagde hem uit, zij zocht contact, zij rijdt af en toe door z’n straat. Wat kan hij anders? Dat hij haar nieuwe vriend is gaan opzoeken klopt, maar hij heeft zeker niet geprobeerd hem aan te rijden. Hij stopte met z’n Audi A5 ruimschoots op tijd, weliswaar op de stoep, vlakbij hem, en hij is ’m inderdaad achterna gerend maar van doodsbedreigingen was geen sprake. Misschien straatschelden. Maar, mevrouw de rechter, zij ging vréémd. (De rechter: maar het was toch al een tijdje uit? Emal: Ik vind drie weken niet ‘een tijdje!’)

Ze had eerder op Facebook een foto gepost dat ze op het strand in Noordwijk lag, terwijl ze daar met hem nooit naartoe wilde omdat dat zo saai was. „Dat was een inwrijver – ze weet hoe ze me boos kan krijgen.”

Hevig gekrenkt

Emal (22) is marktkoopman – hij handelt in parfumartikelen en telefoonaccessoires – en is afhankelijk van zijn rijbewijs. Dat staat vandaag op het spel – de officier eist voor het geweld tegen zijn vriendin tweehonderd uur taakstraf, waarvan honderd voorwaardelijk en vier maanden geen rijbewijs.

De reclassering schrijft in haar rapport dat Emal door de relatiebreuk zich „inwisselbaar en van weinig waarde” is gaan voelen. Heftige gevoelens van krenking hebben daarna gezorgd voor een „impulsdoorbraak”. Behandeling heeft hij geweigerd – de reclassering vindt dat dat bij een eventuele volgende relatiebreuk, als hij weer zo reageert, opgelegd moet worden. Emal erkent dat hij tijdens de incidenten „niet zichzelf” was, dat het hem „zwart voor de ogen” werd.

Meteen na de incidenten kreeg hij een contact- en een gebiedsverbod, wat de officier ook wil laten verlengen. De officier vindt zijn gedrag absurd. De verdachte ontkent en legt de schuld bij een ander. Dat hij zo „bij zijn trots” blijft vindt ze zorgwekkend – Emal is „star in zijn denken”. De politierechter vraagt herhaaldelijk waarom hij zich zo gedroeg, wat hij wilde bereiken en hoe hij daartoe kwam. Maar meer dan dat hij „echt wilde praten” of dat hij „een confrontatie” zocht, kan hij niet vertellen. Steeds neemt de wrok over zijn ex het over, die hij „als de moeder van mijn kinderen” zag, maar die hij nu gestoord vindt.

Vorm van noodweer

Volgens zijn advocaat is het incident met de auto alleen te kwalificeren als bedreiging en niet als een poging tot aanrijden. Het schoppen op het terras moet gezien worden als een vorm van noodweer. Tijdens de ruzie is Emal geslagen door vriendinnen van zijn ex en door de portier in een nekklem gehouden – daarna was hij zo overstuur dat hij de grenzen van een normale verdediging overschreed. Ook wijst hij erop dat Emal voor zijn levensonderhoud van zijn rijbewijs afhankelijk is.

De rechter veroordeelt Emal ten slotte vrijwel volgens de eis van de officier: een werkstraf en een contact- en locatieverbod. Alleen van het intrekken van het rijbewijs wordt een voorwaardelijke straf gemaakt. Hij krijgt een proeftijd van twee jaar, wat volgens de rechter ‘voldoende vangnet’ moet zijn. Aan de slachtoffers moet hij in totaal ongeveer 1.000 euro smartegeld betalen.