Eigengereide Republikein die goed ligt bij Obama

James Comey, FBI-directeur De man die Clintons mail-kwestie nieuw leven inblies, vindt het niet vervelend de boel op stelten te zetten.

Foto Pablo Martinez Monsivais/AP

Een ongeschreven regel in Washington bepaalt dat directeuren van de FBI onopvallende technocraten moeten zijn. Hoe minder ze het nieuws halen, hoe beter. James Comey (55) trekt zich niets van die regel aan. Hij trekt de aandacht door zijn lengte, ruim twee meter, maar vooral door zijn eigengereidheid.

De brief waarmee hij afgelopen vrijdag de e-mailkwestie van Hillary Clinton nieuw leven heeft ingeblazen, is daar een voorbeeld van. De FBI-directeur laat zich erop voorstaan dat hij geen politieke instincten heeft. Hij kan dus, vindt hij zelf, nooit beschuldigd worden van een politieke agenda. Hij handelt autonoom, en vindt het niet vervelend de boel op stelten te zetten.

De Democraten beschuldigen hem nu van buitensporige inmenging in de presidentsverkiezingen. De Republikeinen uitten precies dezelfde kritiek toen Comey eerder besloot Hillary Clinton niet te vervolgen om de affaire rond haar gebruik van een privé-server voor haar e-mailverkeer tijdens haar periode als minister van Buitenlandse Zaken van 2009 tot 2013.

Het was precies die eigenzinnigheid die Comey de baan van FBI-directeur bezorgde. Comey is een Republikein met een lange staat van dienst als openbaar aanklager. Obama benoemde hem in 2013 als hoofd van de Amerikaanse federale politie. De president bewonderde Comey als onafhankelijk denker, en herkende volgens betrokkenen iets van zichzelf in hem. Ze zijn leeftijdgenoten, juristen uit Chicago, en beïnvloed door de progressieve theoloog Reinhold Niebuhr.

Comey was de tweede man van het ministerie van Justitie in de jaren van president George W. Bush. Hij verzette zich fel tegen pogingen van het Witte Huis om de spionage- en afluisterpraktijken van Amerikanen op te voeren. Op 10 maart 2004 werd hij legendarisch onder Democraten. Bush wilde een afluisterprogramma van de NSA verlengen, en had daar de handtekening van de minister van Justitie voor nodig. Die minister, John Ashcroft, lag op de intensive care wegens een galblaasoperatie. Comey hoorde dat Bush mensen naar het ziekenhuis had gestuurd, maar slaagde erin net iets eerder aan te komen. Hij wist te voorkomen dat Ashcroft tekende.

Als FBI-directeur botst Comey regelmatig met de regering-Obama. Hij praat graag over de actualiteit, en houdt zijn mening niet verborgen. Tot woede van het Witte Huis keerde hij zich tegen een wet die het gebruik van minimumstraffen moet verminderen. Ook nam hij het, tot Obama’s ongemak, op tegen het technologiebedrijf Apple, omdat hij de iPhone wilde kraken van Syed Rizwan Farook, de dader van de terreuraanslag in San Bernardino, Californië, waarbij in december vorig jaar 14 mensen omkwamen en 22 anderen gewond raakten.

De manier waarop Comey vervolging van Clinton afwees, was ook eigengereid. Normaal geeft de FBI geen toelichting als dat gebeurt, maar Comey organiseerde in juli een persconferentie, waarin hij Clinton hekelde wegens „grove nalatigheid” in de manier waarop ze met haar e-mails was omgegaan. Hij trok haar beoordelingsvermogen in twijfel en sprak haar eigen verklaringen over haar gedrag tegen.

Zijn uitspraken maakten een storm van kritiek los. Naar aanleiding daarvan stuurde Comey een interne brief rond: „Wie suggereert dat we ‘politiek’ zijn, of aan een ‘complot’ meedoen, kent ons niet, of is gestoord (of misschien allebei).”