Opinie

Doodspillen, doodswetten: ons klapstuk van progressie

maximefebruari
Ooit belde iemand me op die mij helemaal niet moest hebben. Hij had het verkeerde nummer gekozen en schaamde zich daarvoor. „Bedankt voor de overlast”, zei hij. Die woorden heb ik toen lang bij me gedragen en ik heb ze regelmatig in stilte uitgesproken tegen de vrouw die me indertijd hevig deed lijden, waarvoor ik haar hoogst erkentelijk was.

Verliefd zijn is vanuit maatschappelijk oogpunt een plaag. Van liefdesverdriet kan je hart breken – in juni promoveerde een cardioloog daar nog op – en door emotionele afwezigheid ontstaat aanzienlijke economische schade. Was ik beleidsmaker, dan zou ik ertegen optreden. Ben je gewoon een mens, dan kun je al dat getob als iets dierbaars ervaren en als een zegening om te tellen. „Bedankt voor de overlast.” De oude woorden komen weer bij me boven nu ik het woord ‘last’ overal hoor noemen in verband met oud worden en ziek zijn.

Natuurlijk, het is waar dat we voortdurend last hebben van elkaars aanwezigheid en onze eigen gebrekkigheid. Dood, liefde, eenzaamheid, huilende baby’s: er is in het leven veel waarover je de pest in kunt hebben. Beleidsmakers treden er graag tegen op, en gelijk hebben ze. De regulering van het menselijk tekort gaat ze ook steeds beter af. Terwijl het op wereldschaal tobben blijft, is het leven op microniveau bijna onder controle.

Klimaat en oorlog grijnzen ons wereldwijd aan, maar we zijn wel mooi van het roken af. De aanval op eten en drinken is ingezet, foute genen worden in de kiembaan herschreven, ongeboren generaties al op voorhand genezen. Alom wordt de mens vervolmaakt. Dat ‘voltooide leven’, waar je tegenwoordig zo veel over hoort, komt niet zomaar tot stand. Het is niet anders dan een triomf van beleid.

Maar beleid maken heeft ook zijn duistere kanten. Om een beleidsontwikkelingsproces op gang te krijgen is het nodig te blijven benadrukken dat iedereen alles verkeerd doet. Of je nu kinderloos blijft of je neemt kinderen en je blijft werken: alles wat je doet, doe je fout. Alleen zo kunnen maatregelen worden gerechtvaardigd en kan het leven netjes naar zijn voltooiing vloeien. Het nare van deze manier van denken is dat die besmettelijk is: voor je het weet praat je niet alleen beleidsmatig over anderen als last voor de samenleving, maar ook privé.

Daar komt nog bij dat het beleid zich strenger richt op privégedrag dan op gedrag in de publieke ruimte. Je mag best stomdronken op een bierfiets door de hoofdstad tollen, maar thuis moet je het voorlichtingsmodel van het voedingscentrum volgen, met zijn drie koppen groene thee dagelijks. Deze nadruk op de last die je privé veroorzaakt, leidt tot de Drion-cultuur die ons in de greep houdt. Je kunt geen interview lezen met Bekende Nederlanders of ze zeggen dat ze dood willen zodra de eerste tekenen van ouderdom of ziekte zich aandienen.

Alleen maar om geen last te veroorzaken wil de beschaafde Nederlander al op voorhand doodspillen, doodsplannen, doodsbeleid en doodswetten. Met verkiezingen in aantocht duiken we op de ‘morele onderwerpen’ in een verlangen naar vooruitgang – maar waar andere landen vooruit gaan door zwarte presidenten te kiezen, vrouwelijke presidenten, lesbische presidenten, houdt Nederland het op euthanasie als klapstuk van progressie. Nederland is gidsland omdat we hier allemaal snel dood mogen.

Het gekste is nog wel dat de liberalen hierin voorop lopen; zij maken leven en lichaam zaak van de staat. Zelfs als nieuwe symboolwetten rondom sterven niet nodig zijn, komen de liberale partijen er toch mee, omdat ze het menselijk tekort willen reguleren. En zo dragen ze actief bij aan de gedachte dat ouderdom en ziekte uit het leven weggepoetst kunnen worden. Nu zou ik hier iets kunnen zeggen over D66-kamerlid Pia Dijkstra en haar grote gelijk, maar ik heb besloten bij het denken aan Pia Dijkstra en haar gelijk alleen maar heel diep te zuchten.

Nogmaals, er is niets tegen beleid. Ook niet inzake liefde en dood. Maar zodra beleidsdenken het denken volledig bepaalt, wordt alle tegenslag in het leven een kwestie. Dan doe je altijd alles fout en veroorzaak je alleen maar overlast. Maar zal ik eens wat zeggen? Sommige overlast heeft ook zo zijn charmes. Zelfs terminaal ziek zijn heeft voor jezelf en je omgeving zijn charmes.

Giet de oceaan maar leeg, schrijft W.H. Auden in zijn rouwgedicht Funeral Blues. „Pour away the ocean and sweep up the wood; For nothing now can ever come to any good.” En hij heeft gelijk. Ziekte, dood, rouw: het is allemaal fout en het komt nooit meer goed. Vanuit beleidsoogpunt is dat een reden tot zorg. Vanuit het oogpunt van het leven zelf kan de overlast een reden tot grote dankbaarheid zijn.