Profiteren van zo’n klapper is bij private-equity doodnormaal

Beloning

De onthutsend hoge opbrengst van 411 miljoen euro die directievoorzitter Rick Clemmer van NXP kan incasseren bij de overname is een klassieker van private-equity.

NXP moest onder Foto Bloomberg

Chipfabrikant NXP in Eindhoven gaat zoals ze is gekomen. Ze kwam als een onderneming waar de mores en praktijken van Amerikaanse private-equityfinanciers dominant waren. En zo vertrekt ze straks van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq na een overrompelend overnamebod van chipfabrikant Qualcomm à 43 miljard euro (inclusief schulden van NXP).

De onthutsend hoge opbrengst van 411 miljoen euro die directievoorzitter Rick Clemmer van NXP kan incasseren bij de overname is wat dat betreft een klassieker. Private-equityfinanciers kopen bedrijven bij voorkeur met een goeie dosis geleend geld, stippelen een groei- en overnamestrategie uit en stellen hun rendement veilig door dat bedrijf na vijf tot zeven jaar weer te verkopen. Kortom: ze kopen een bedrijf om het voor meer geld door te verkopen. En aan het eind van de rit blijkt wat het wordt: een financiële klapper, een echec of iets ertussenin.

Een trits hoofdzakelijk Amerikaanse private-equityfinanciers kocht NXP, toen nog de halfgeleiderdivisie van Philips, in 2006. Philips wilde ervan af omdat de resultaten op de markt voor chips te veel fluctueerden. NXP moest een paar jaar later drastisch bezuinigen en activiteiten verkopen om het hoofd boven water te houden. Ook dat is een kenmerk van doorgewinterde private-equitybeleggers: ze schakelen snel en zijn meer dan gemiddeld bedreven in het afstoten en aankopen van dochterbedrijven.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

In augustus 2010 ging NXP naar de Amerikaanse Nasdaq-beurs. De meeste private-equity-eigenaren van het eerste uur verkochten hun aandelenpakketten. NXP behield haar groeistrategie met de overname, vorig jaar, van concurrent Freescale, dat net als NXP eerder, grotendeels in handen was van private-equityfinanciers.

De private-equitycultuur verklaart waarom Clemmer nu de hoofdprijs wint. Eind 2015 was Blackstone, een Amerikaanse private-equityfinancier nog steeds de grootste aandeelhouder met bijna 10 procent van het kapitaal.

Private-equityfinanciers proberen hun belangen als eigenaren bij een financiële klapper zoveel mogelijk te koppelen aan het eigen belang van de top van het bedrijf. Zoals een van de meest succesvolle private-equityfirma’s, CVC, ooit als zijn credo formuleerde: turning managers into owners. Directeuren moeten zich niet alleen eigenaar voelen, ze moeten het ook zijn of in elk geval kunnen worden. En die top is de directie, met name de directievoorzitter, maar ook de commissarissen. In de Nederlandse filosofie is dat laatste zonderling, want commissarissen moeten de belangen van de onderneming als geheel dienen, niet met voorrang die van de eigenaren.

Lees ook het profiel van topman Rick Clemmer: De man van 10.000 euro per uur flikt het ‘m weer

En hoe zorg je voor de koppeling van financiële belangen? Door gul om te springen met aandelen- en optiebeloningen voor je topmanagers en voor je commissarissen. Opties zijn kooprechten op aandelen. Topman Clemmer bezat bijvoorbeeld eind 2015 een pakket van 4.188.683 aandelen NXP. Dat kwam overeen met 1,2 procent van het totale aandelenkapitaal.

Het contrast kon niet groter

Dat is een voor Nederlandse begrippen uitzonderlijk hoog percentage voor een topmanager. Het gros van de Nederlandse topmanagers is geen langetermijnaandeelhouder. Als zij aandelen van hun werkgever als beloning krijgen, verkopen ze die zo snel als mogelijk is.

Het contrast tussen Clemmer en de Nederlandse normen en gebruiken zou niet groter kunnen zijn. Nederland heeft wetgeving die bovenmatige beloning bij een overname afroomt. Dat moet bestuurders aansporen om niet alleen hun best te doen voor het hoogste overnamebod. Maar deze wet is op NXP niet van toepassing. NXP is wel een Nederlandse onderneming, maar de aandelen zijn genoteerd aan een Amerikaanse beurs.

De scheutige beloning met aandelen en opties zit ingebakken in de zakelijke cultuur in Silicon Valley, in de media en in de entertainmentwereld. Daarbij komt dat in de Amerikaanse zakencultuur de topman een groter deel van de winst naar zich toe kan trekken. Om het zwart-wit te zeggen: Nederland beloont de collectiviteit, de VS belonen het individu.