De taaie laatste jagers op de vlakte die de Noordzee werd

Archeologie

De prehistorische jagers die leefden op de bodem van de huidige Noordzee, bleven er nog lang wonen, terwijl het water al steeg.

Er werd flink gejaagd op de bodem van de Noordzee. Deze prehistorische edelhertkaak met nog de duidelijke resten van een pijl erin werd onlangs gevonden op het strand van Hoek van Holland. Foto’s ToonBeeld/Frans de Vries

Na de laatste ijstijd, vanaf zo’n elfduizend jaar geleden, begon het waterpeil te stijgen in wat toen nog een laagvlakte was, maar nu de Noordzee is. Doggerland wordt dat uitgestrekte gebied nu genoemd: het nu al lang verdronken landschap tussen Engeland, Nederland en Denemarken. Naar de Doggersbank, nu een zandbank en ondiepte, maar toen een soort heuvelgebied.

© Kaartjes: Fraser Sturt, Duncan Garrow & Sarah Bradley J.Arch.Sc. Nov 2013

De nog droge Noordzee rond 11.000 jaar geleden. © Kaartjes: Fraser Sturt, Duncan Garrow & Sarah Bradley J.Arch.Sc. Nov 2013

Steeds drassiger

Tot nu toe ging men ervan uit dat de prehistorische jagers-verzamelaars van het steeds drassiger wordende gebied toen snel wegtrokken. Dat blijkt niet het geval; ze bleven nog twee-, drieduizend jaar én pasten hun menu aan. Dat stelt een bonte groep Nederlandse wetenschappers en archeologen nu vast in Journal of Archaeological Science Reports (december) op basis van isotopenonderzoek aan prehistorische menselijke botten afkomstig uit wat dus nu de Noordzee is.

©

De zee rukt langszaam op, ca. 10.500 jaar geleden. Maar Doggerland ligt nog behoorlijk droog. ©

 

Al jaren worden archeologische vondsten uit de Noordzee omhoog gehaald in vissersnetten. En ze worden gevonden in opgespoten zand voor de kustbescherming en grote projecten zoals de Tweede Maasvlakte en de Zandmotor, een kunstmatig schiereiland voor de kust van Ter Heijde en Kijkduin. Veel ervan komt terecht in het Centrum voor Isotopenonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. „In het begin alleen voor dateringen”, zegt Hans van der Plicht. Hij is als bijzonder hoogleraar isotopenarcheologie verbonden aan het Centrum. „Maar de laatste jaren is het mogelijk om uit hetzelfde botcollageen dat voor de koolstof-14-dateringen wordt gebruikt ook de stabiele isotopen koolstof-13 en stikstof-15 te halen. Met die isotopen kun je iets over een dieet zeggen”.

©

10.000 jaar geleden: de stijgende zee heeft diepe inhammen geslagen. ©

 

Alle vissen hebben een hoge stikstof-15-waarde, maar je kunt dankzij koolstof-13 het verschil zien tussen zoet- en zoutwatervis. Bij zoetwatervis is het koolstof-13 lager. Als een mens bijvoorbeeld overwegend riviervis en andere zoetwaterdieren eet krijgt hij in zijn botten een hoge stikstof-15-waarde, maar wel een lagere koolstof-13-waarde dan wanneer hij zeevis eet. Van der Plicht zette daarom een studente aan het werk om dat voor de botten uit de Noordzee uit te zoeken.

©

9.000 jaar geleden: Doggerland is zo goed als in tweeën gesneden door de zee. ©

 

56 menselijke botten

„Vrijwel tegelijkertijd kwam hetzelfde idee ook bij ons op”, vertelt Luc Amkreutz. Hij is conservator prehistorie van het Rijksmuseum van Oudheden. Hij spreekt ook namens de Werkgroep Steentijd Noordzee. Dat is een onofficieel verband waarin ook archeologen zitten van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de stichting Stone, de Rijksuniversiteit Groningen, de stadsarcheologen van Rotterdam en enkele vrijwilligers in de archeologie. Met acht nieuwe botten konden in totaal 56 menselijke botten onderzocht worden.

©

8.500 jaar geleden: Doggerland is een eilandenrijk in de stijgende Noordzee. ©

 

Van die 56 bleken er 33 uit het mesolithicum, uit de periode 10.500-8.000 jaar geleden. De andere waren veel jonger. „Waarschijnlijk van vissers die in de middeleeuwen of later zijn verdronken”, aldus Van der Plicht. Er was duidelijk een verschil te zien tussen beide groepen: de niet-mesolithische botten hadden waarden die overeenkomen met mensen die aan de rand van een kust leven en een mengsel van zeevoedsel en landvoedsel eten. Bij de oudste mesolithische botten was sprake van waarden die wezen op een landmenu, terwijl bij de jongere de stikstofwaarden een stuk hoger waren, een aanwijzing voor een zoetwatermenu.

©

8.000 jaar geleden: de Noordzee is terug. Alleen de latere Doggersbank steekt nog duidelijk boven water. ©

 

Amkreutz leidt uit de uitkomsten het volgende scenario af: net na de IJstijd leefden de bewoners van het gebied nog als jagers op wild, maar in de eeuwen daarna zagen ze door de sterke waterspiegelstijging het steppelandschap en daarmee hun jachtterrein in wetlands veranderen. Ze trokken echter niet weg, maar pasten zich aan hun nieuwe omgeving aan. Voortaan stond vooral zoetwatervis, aangevuld met otters, bevers en watervogels, op het menu. Tot het water zo hoog kwam dat een zee zich begon te vormen; toen trokken ze zich terug op wat nu het vasteland is.

Onzekere dateringen

Bij de resultaten plaatsen de onderzoekers wel een kanttekening. Van der Plicht: „De dateringen zijn niet helemaal zeker. Dat komt door het reservoireffect: dieren die in zee en rivieren leven bevatten minder koolstof-14 dan die van het land en lijken daardoor ouder. Dat geldt vervolgens ook voor mensen die langdurig vissen en schaaldieren nuttigen. Voor de Noordzee is het verschil met de echte ouderdom ongeveer vierhonderd jaar, maar voor rivieren kan het soms veel meer zijn. Als de precieze context van de vondsten bekend was geweest hadden we de koolstof-14-dateringen kunnen kalibreren, maar in dit geval kon dat niet.”

Foto RMO

Dit is het Mannetje van Willemstad, gevonden bij de bouw van de Volkeraksluizen bij Willemstad. Het is 7.300 jaar oud. Foto RMO

 

Maar er was zo’n duidelijk verband tussen (ongekalibreerde) koolstof-14-datering en dieetsamenstelling dat de archeologen het toch aandurven te stellen dat het gehalte stikstof-15 in de menselijke Noordzeebotten toeneemt naarmate een bot jonger is.

De resultaten laten weer eens het belang zien van de Noordzee voor archeologisch onderzoek, stelt Amkreutz. „Wekelijks krijgen we nieuw materiaal binnen. Zelfs jongens van 13 en 14 jaar lopen bijvoorbeeld op de Zandmotor voor ons te zoeken.” De vondsten bestaan niet alleen uit botten, maar ook uit stenen werktuigen en benen spitsen. Ze vallen ook op door hun goede kwaliteit, vervolgt Amkreutz. Pas nog is bij Hoek van Holland een stuk onderkaak van een edelhert gevonden met de stenen pijlpunt er nog in; onder een microscoop was rond de punt botwoekering te zien, een teken dat het dier de aanval had overleefd.

Ondanks de mooie resultaten hebben de onderzoekers nog wensen. „Van het opgespoten zand is te achterhalen waar het uit de Noordzee is gehaald. Maar die gebieden, vol archeologische sporen uit alle steentijden, zijn nog niet beschermd”, zegt Amkreutz.

Iedereen doet het Noordzee-onderzoek naast zijn gewone werk, zonder subsidie of beurs. „Vergelijk dat eens met Engeland, waar ze in een groot academisch miljoenenproject hun deel van ‘Doggerland’ in kaart brengen. Dat zouden wij ook kunnen doen, om een archeologische context aan die vondsten te kunnen geven. Hoe anders leefden die mensen daar dan op het vasteland?”