D66-leider Pechtold wil nu wel eens de baas zijn

D66 gaat zich in de komende verkiezingscampagne richten op de zwijgende meerderheid. Aan het slot van het tweedaagse jubileumcongres van de Democraten in de Amsterdamse RAI zei partijleider en lijsttrekker Alexander Pechtold te gaan voor de weg „waar de zwijgende meerderheid, waar gewone redelijke Nederlanders zich het meeste thuis voelen”.

Die weg wil hij „zo breed mogelijk” maken, waardoor hij mogelijk zelf premier kan worden. Het is volgens hem tijd voor „een echte liberaal” in het Torentje. „Een sociaal-liberaal” waarmee de D66-leider op zichzelf doelde. Hij ziet het als zijn opdracht opnieuw te laten zien dat macht niet vanzelfsprekend is. Premier Rutte rekent zich volgens Pechtold ten onrechte rijk door te denken dat hij na de verkiezingen een derde kabinet kan gaan leiden.

Zelf kiest Pechtold voor „de alternatieve gulden middenweg” waarbij hij weg wil blijven van de bekende tegenstellingen. „Wij huilen niet met links, wij schreeuwen niet met rechts”, aldus Pechtold voor een zaal met 1.800 D66-leden. Met zijn woorden maakte hij duidelijk dat D66, dat dit weekeinde haar 50-jarig bestaan vierde, de voor de partij kenmerkende middenpositie ten volle wil uitspelen. „Een strijd op links, een strijd op rechts, mensen geloven het wel. De mensen zijn het zat”, zei Pechtold. Volgens hem willen de kiezers politieke leiders die inspireren.

In dit verband uitte hij kritiek op Rutte die zich in zijn ogen als premier heeft gereduceerd tot „monteur in een machinekamer”. Hij verweet Rutte zijn taak te beperken tot het oplossen van problemen. Daarmee „verschraalt” de politiek „tot een technocratisch ambt”. Pechtold: „Mensen verwachten toch dat een premier blijft nadenken over wat in de toekomst anders en beter kan”.