Bussemaker: 87 miljoen euro voor gelijke onderwijskansen

Onderwijs

Het kabinet wil onder meer de overgang tussen verschillende schoolsoorten verbeteren. En er komen schakelklassen voor basis- en voorgezet onderwijs.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) willen ongelijkheid in het onderwijs bestrijden. Om ervoor te zorgen dat leerlingen van laag opgeleide ouders ook op het juiste niveau terechtkomen, maken de bewindslieden de komende drie jaar elk jaar gemiddeld 29 miljoen euro vrij. Vanaf 2020 volgt er structureel jaarlijks 26 miljoen.

Met het geld moeten onderwijsinstellingen verschillende maatregelen nemen. Zo willen de minister en de staatssecretaris dat de overgang tussen verschillende schoolsoorten verbeterd wordt. Maar ook dat scholen gaan experimenteren met extra begeleiding aan achterstandsleerlingen.

En Bussemaker en Dekker zien ook graag dat er zo’n 10.000 ouders geholpen worden. Mensen met een lage taalvaardigheid moeten een taaltraining krijgen, gecoacht worden of extra ondersteuning krijgen bij de opvoeding van hun kinderen. Daar is 2 miljoen voor beschikbaar.

Het grootste bedrag dat de komende twee jaar vrijkomt, is bijna 14,5 miljoen euro. Dat geld gaat naar schakelklassen, om de overgang tussen het basis- en het voortgezet onderwijs te versoepelen. Hierbij moeten zo’n 10.000 leerlingen per jaar voorzien worden van extra lessen. En het is de bedoeling dat leraren de kinderen ook helpen bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen en dat ze kijken naar werkhouding en motivatie. De leerlingen die in aanmerking komen, hebben thuis weinig begeleiding van hun ouders of ze hebben een taal- of leerachterstand.

In het vmbo hoopt het kabinet zo’n 5.000 leerlingen te helpen, om de overstap van vmbo naar havo of mbo te verbeteren – hier komt jaarlijks 5 miljoen structureel voor vrij. Overigens gaan er in totaal 450.000 leerlingen in het mbo.

De Onderwijsinspectie concludeerde begin dit jaar dat het verschil tussen leerlingen van laag- en hoogopgeleide ouders steeds groter wordt. Iedereen in het onderwijs is het er over eens dat er wat moet gebeuren. Toch zijn de maatregelen van Dekker en Bussemaker niet door iedereen juichend ontvangen. Sommige belangenorganisaties vinden het geld een sigaar uit eigen doos.

Zo wijst de po-raad op de 50 miljoen die er volgens hen is bezuinigd op onderwijsachterstandsmiddelen de laatste twee jaar. De vereniging van basisschoolbesturen zegt dat de bewindslieden veel nadruk leggen op de overgangen tussen de verschillende onderwijssoorten. Maar als je de kansenongelijkheid wilt aanpakken, moet je volgens de raad, al veel eerder ingrijpen. En kinderen vanaf 2 jaar oud extra ondersteuning bieden.