Bomenbibliotheek

Flessenpost uit de VS

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Marquand Park is een prachtige negentiende-eeuwse bomentuin bij mij om de hoek. Wanneer ik met mijn hond het park binnenwandel, is het als altijd een vrolijke drukte. Kleine kinderen bakken taartjes in de zandbak, grotere rijden rondjes op driewielers.

Wanneer het begint te motregenen, raapt iedereen snel zijn spullen bij elkaar en vertrekt. Na een poosje is het park leeg en stil. Ik trek de kraag van mijn regenjas omhoog en loop mijn hond achterna.

Het park is een arboretum met meer dan 150 verschillende soorten bomen uit alle windstreken. Net als Artis is het ontworpen in de tijd van de rondreizende wetenschappers Von Humboldt en Darwin.

De trots van het park is de zeldzame Libanese ceder die heerlijk ruikt. Het park is nu op zijn mooist, met prachtige herfstkleuren. De Japanse esdoorn met zijn kronkelige stronk is felrood. Ergens achterin staat mijn lievelingsboom, de watercipres met zijn blaadjes als veren. Het is een levend fossiel, familie van de reuzenboom sequoia. Men dacht dat de boom was uitgestorven, totdat hij in 1944 in China herontdekt werd.

Wanneer het gaat gieten, besluit ik naar huis te gaan. Maar mijn hond blijft stilstaan bij een oude boomstronk. Hoe ik ook trek, ze wil niet mee. Ze gaat op haar achterpoten staan en begint te blaffen. Hier is duidelijk iets aan de hand. Een beknelde eekhoorn misschien? Tot mijn verrassing ontdek ik een deurtje in de knoest. Als ik het openmaak zie ik een jongetje, helemaal in elkaar gevouwen zit hij te lezen.

„Hi”, zeg ik.

„Hi”, zegt hij, knipperend tegen het licht.

Met zijn groene mutsje op lijkt hij een elfje. Een elfje van een jaar of zeven. Om hem heen liggen allemaal boeken.

„Wat doe jij hier?”, vraag ik.

„Ik zag deze boekenhut toen ik hier aan het spelen was. En toen klom ik erin en begon te lezen.” Hij laat me het boek zien dat hij in zijn hand houdt: Charlotte’s Web.

„Het gaat over een spin, Charlotte, en een varken, Wilbur. Het is heel mooi maar ook verdrietig. Ik wil weten hoe het afloopt.” Opeens kijkt hij verschrikt op. „Waar is iedereen?”, vraagt hij.

„Ze zijn naar huis gegaan toen het ging regenen”, antwoord ik.

„Oh”, zegt hij. Met het boek in de hand springt hij uit de boom, geeft mijn hond een aai en rent weg. Mijn hond twijfelt of hij het jongetje achterna zal rennen of de boom in zal klimmen.

Take a book, leave a book”, staat er op het boomkastje. Er ligt een foldertje bij met uitleg. Het idee van de Little Free Library, een minibibliotheekje waar je gratis boeken kunt neerleggen en meenemen, ontstond in 2009.

Todd Bol, de zoon van een lerares uit Wisconsin, maakte een miniatuur van het schooltje waar zijn moeder jarenlang had lesgegeven en zette het in zijn voortuin. Iedereen mocht de boeken meenemen.

Het werd een groot succes. Er zijn al meer dan 40.000 minibibliotheekjes, verspreid over de wereld. Ook in Nederland zijn er bijna duizend.

Inmiddels giet het pijpenstelen. Ik heb zin om in het hutje in de stronk te klimmen, lekker droog, en omringd door boeken rustig te lezen. Het lijkt me het summum van geluk.

Een bibliotheek in een boom in een park dat zelf een bibliotheek van bomen is.

Reacties naar pdejong@ias.edu