Verdienen

In de marge van het wereldnieuws proberen gewone mensen, X&Y, indruk op elkaar te maken, iets netjes op te lossen of wanhopig hun hachje te redden.

Illustratie Olivia Ettema

Veroniek en Marjolein schrokken van het bericht dat Paul terminale kanker heeft. Vorig jaar op het boekenbal had hij nog met hen geflirt, zoals hij ieder jaar met hen flirt, als je het tenminste als zodanig wilt zien. Op zachte toon, die alleen Veroniek en Marjolein kunnen horen, geeft Paul af op iedereen die in cocktailjurk of smoking voorbij komt. Al hun collega-schrijvers zijn wat hem betreft ijdel en arrogant, en de meesten zijn het onterecht. Want wat stellen hun boeken nu helemaal voor? Marjolein en Veroniek worden daarmee de enige schrijvers die het nog verdienen om mee te praten, interessant en vrij van kapsones.

Nu Paul ziek is en nog maar kort te leven heeft, overwegen Veroniek en Marjolein een bezoekje. Maar waarover praat je dan? En trouwens, zo goed kennen ze hem nu ook weer niet. Maar niets laten horen, is niet aardig. Zelf wil je ook niet vergeten worden als je kanker hebt. Ze besluiten dat Veroniek hem een mailtje stuurt. ‘We misten je op het bal’, schrijft ze. ‘Is alles goed met je?’

‘Ik had al drie maanden dood moeten zijn’, schrijft Paul terug. ‘Maar ik ben er nog. Je woont toch in de buurt? Kom anders een keertje koffie drinken.’

Zodra ze binnen zijn, begint het vertrouwde gefoeter weer. Wat een vertoning gisteren, die schrijvers op tv. Wie verzint dat daar in Hilversum? Wie nodigt er nu die ijdeltuiten uit?

Marjolein en Veroniek sturen het gesprek in een andere richting. Bewonderend praten ze over het geweldige succes van Paul destijds, memoreren de rel rondom het weigeren van een literaire prijs. Dat was ver voor hun tijd, maar ze hebben erover gehoord.

„Iedereen begint altijd maar over die rel”, zegt Paul gepikeerd. „Die rel doet er niet toe, die is totaal onbelangrijk.” En zo gaat het maar door. Veroniek en Marjolein geven hem complimenten, maar het zijn steeds de verkeerde complimenten. Uitgeput nemen ze uiteindelijk afscheid.

„Dit verdienden we niet”, zeggen Veroniek en Marjolein tegen elkaar. „We kwamen daar niet voor onszelf, we kwamen alleen om aardig te zijn.”

Paul voelt zich inmiddels zieker dan ooit. Hun belangstellende vragen, hun opzichtige lof, hun stuitende oppervlakkigheid. Een jaar geleden flirtte hij nog, verdiende hij hun aandacht. Nu enkel nog hun medelijden.