Column

Thinking Hut

CULRoosmalen 1

Ik had het kantoortje dat ik deelde opgezegd, maar ging toch buiten de deur werken. Een vriend had me gewezen op een gebouw in het centrum van Amsterdam waar je per dag een werkplek kan huren (inclusief schemerlampje, dat een medewerker er heel gewichtig op kwam zetten). Het heette Thinking Hut, de naam sprak me alvast erg aan. De voertaal was er natuurlijk Engels, want Amsterdam is een internationale stad. Of beter gezegd slecht Engels, want het meisje dat toezicht hield en dat bijhield hoe lang of je er al zat kwam uit Troyes, een stad in Frankrijk. Ze vroeg me in het Engels of ik Frans of Spaans sprak.

“Not good”, zei ik in het Engels.

Ik nam plaats achter een werkelijk schitterend bureau bij een raam.

Dat mocht niet.

Dat was voor mensen met een maandabonnement.

Upgraden kon per direct, maar daarvoor vond ik het dan nog te vroeg.

Ik vond uiteindelijk een plek op een vlonder van steigerhout, waarvoor ik een trappetje omhoog moest. Tegenover me op een zitzak kwam een meisje met een bril zitten dat steeds woester van een volkoren boterham met kaas hapte.

Ik dacht eerst dat ze gewoon boos op de wereld was, maar ze ergerde zich aan hoe hard ik typte. Ik beloofde beterschap en typte zo zacht mogelijk door, maar door de letters heen bleef ik dat boze gezicht zien. Om het ijs te breken vroeg ik wat voor een werk ze deed.

“Thinking”, zei ze.

Een volkomen logisch antwoord eigenlijk, we zaten tenslotte in The Thinking Hut.

Om de paar minuten kwamen er mensen dat trappetje op. Dan zagen ze mij en de boze boterhamkauwer en dan werd er gezucht. In meerdere talen werd ons gevraagd of we echt zaten waar we zaten en vooral wanneer of we weer gingen.

Het kwam de concentratie niet ten goede.

Toen ik naar buiten ging om even een sigaret te roken, passeerde ik allemaal bureaus waarachter ze zaten te zitten. De meesten staarden in het oneindige. Wachtend op een ingeving. Wat deden al die mensen?

“O, ik ben creatief”, zei een meisje met wie ik voor de ingang boven een zinken emmer met zand stond waarin een bordje op een stokje hing met de tekst ‘peuken/sigarets’. Ze had ook kunnen zeggen dat ze een zelfstandige zonder personeel was, maar ze verkoos de titel ‘creatief’. Creatief zijn was twintig euro per dag betalen om je te ergeren aan andere creatieven.

Terug op de vlonder was mijn plaats ingenomen door twee meisjes die beroepshalve op Facebook zitten. Ik raapte de laptop van de grond en meldde me bij het meisje uit Troyes dat keurig had bijgehouden hoe lang ik erover had gedaan om tot weinig te komen. Ik kreeg een bonnetje. ‘Thinking hours’ stond erop.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.