Weer tienduizend Turkse ambtenaren ontslagen

Sinds de mislukte staatsgreep van afgelopen zomer pakt president Erdogan vermeende aanhangers van geestelijk leider Fethullah Gülen met harde hand aan.

De Turkse president Erdogan tijdens een ceremonie op de Dag van de Republiek in Turkije op 29 oktober. Foto Adem Altan/AFP

De Turkse autoriteiten hebben meer dan tienduizend Turkse ambtenaren ontslagen vanwege hun vermeende banden met de beweging van geestelijk leider Fethullah Gülen. Hij wordt door president Erdogan gezien als het brein achter de mislukte staatsgreep in Turkije deze zomer.

Duizenden wetenschappers, leraren en medewerkers in de gezondheidszorg zijn op straat komen te staan, meldt Reuters. Daarnaast zijn er vijftien mediabedrijven op last van de regering gesloten. Bijna alle media zijn gevestigd in het zuidoosten van Turkije, waar een groot deel van de bevolking van Koerdische afkomst is.

Lees ook een interview Ahmet Yavuz, een Turkse generaal buiten dienst: ‘De opruiming in Turkije is nodig’

Sinds de mislukte coup pakt president Erdogan vermeende aanhangers van Gülen met harde hand aan. Zo’n 70.000 mensen zijn in aanraking gekomen met justitie, 37.000 mensen zijn gearresteerd. Ook zijn meer dan honderdduizend medewerkers, onder wie burgemeesters en rechters, in dienst van de overheid ontslagen, net als ruim twaalfduizend agenten. Vlak na de staatsgreep werden talrijke media gesloten.

Herinvoeren doodstraf

Via een nieuw decreet dat door Erdogan is getekend onder de huidige noodtoestand mogen rectoren van Turkse universiteiten niet meer verkozen worden. Ze worden nu persoonlijk benoemd door de president. De noodtoestand is onlangs met drie maanden verlengd tot januari, allemaal onder de noemer om het gevaar van het netwerk van Gülen aan te pakken.

Zaterdag liet Erdogan weten dat zijn regering bezig is met een wetsvoorstel om de doodstraf opnieuw in te voeren. Die schafte Turkije in 2004 af in de hoop toetreding tot de EU te bewerkstelligen. Erdogan zei daarover volgens AP:

“Het gaat om wat het volk belangrijk vindt, niet wat het Westen denkt.”