Leenstra snapt het zelf soms niet

Schaatsen

Marrit Leenstra werd zo vaak vierde, er moest iets veranderen. Ze vertrok naar Italië. Bij de KNSB Cup won ze alvast de 500 meter.

De ontboezeming is eruit voordat Marrit Leenstra er erg in heeft, na zomaar een middagtraining in de week voor de start van het nieuwe schaatsseizoen. „Toen ik in 2008 wereldkampioen junioren werd, was ik veel beter dan de rest. Ik reed een slecht weekend en won nog met drie punten voorsprong. Dan heb je wel gewonnen maar het geeft geen gevoel van ontlading. Dat wil je eigenlijk niet. Als je wint, straks, wil je ook dat het hard bevochten is.”

Met straks winnen doelde Leenstra niet op de 500 meter om de KNSB Cup, die ze zaterdag in Groningen verrassend won. En ook niet op haar geslaagde poging zich te kwalificeren voor de eerste wereldbekerwedstrijden op haar favoriete afstanden, de 1.000 en 1.500 meter. De 27-jarige Friezin mikt hoger.

Al jaren is ze een vaste waarde in de top. Technisch een van de besten, al sinds haar juniorentijd gedoodverfd kampioene van de toekomst. In 2014 won ze olympisch goud op de ploegachtervolging. Maar die grote internationale titel op ‘haar’ middenafstanden ontbreekt nog steeds. Peinzend somt ze op: „Op de WK afstanden heb ik nooit een medaille behaald, in Sotsji werd ik vierde, WK sprint vierde, WK allround vierde. Dus daar ben ik wel klaar mee.”

Goed gevoel

Tijd voor rigoureuze verandering, besloot de studente Future Planet Studies. „Ik had het gevoel dat ik een beetje stilstond.” Dus traint ze sinds afgelopen zomer in Italië, het land van haar echtgenoot Matteo Anesi, oud-schaatser, assistent-coach en zoon van de burgemeester van het schaatsdorpje Baselga di Pinè. Riskante stap, om het na tien jaar op de vertrouwde, Nederlandse manier nu totaal anders te gaan doen? „Het is spannend, maar ik heb hier echt een goed gevoel bij.”

Natuurlijk speelde mee dat haar Nederlandse ploeg Corendon stopte en dat trainer Jan van Veen bondscoach werd in Duitsland. „Gelukkig had ik de A-status van NOC*NSF, maar er waren genoeg maanden dat de uitgaven de inkomsten overschreden.” Leenstra kreeg aanbiedingen uit Nederland, kon met Van Veen naar Duitsland. Waarom Italië? „Ik heb met Matteo gesproken, met mijn ouders, met Jan ook. Maar uiteindelijk is deze keuze op gevoel gebaseerd.”

Ze wist dat de mannelijke sprinters en allrounders van de Italianen goede trainingspartners zouden zijn. Ze kende de reputatie van coach Maurizio Marchetto. Een keiharde trainer die Enrico Fabris naar succes leidde, de Rus Ivan Skobrev en de Fransman Alexis Contin op latere leeftijd progressie liet boeken en die de laatste jaren goede resultaten behaalde met de Russische vrouwenploeg. „Dat is een van de redenen om bij hem te gaan trainen. Hij gelooft onvoorwaardelijk in zijn eigen programma. ‘Als je dit doet dan ga je hard rijden op het WK’, zegt hij. Daar staat hij voor.”

Wat weet een Italiaan nou van schaatsen, klinkt dan al gauw schamper in de ‘alwetende’ schaatsnatie Nederland. Onzin, vindt Leenstra. „We hebben in Nederland veel talent. Maar als je ziet wat ze in het buitenland nog maken van de weinige talenten die ze hebben, dan moeten ze daar ook wel goed bezig zijn. Als ik achter de Italianen schaats, merk ik dat zij veel betere bochten rijden dan ik. Op de rechte stukken ben ik iets beter. Maar in de bochten rijden ze vaak bij me weg.”

Meer doen, minder rust

Het grootste verschil tussen de Italiaanse en Nederlandse aanpak? „We doen van alles meer, en dat met minder rust”, vertelt Leenstra met een lach over haar zware trainingszomer. Maar de eerste wedstrijden vielen niet mee. „Ik had gehoopt dat ik een betere drie kilometer zou rijden maar die ging net als altijd.” Maar bij de KNSB Cup opende ze op de 500 meter wel sneller dan ooit, in 10,65. „Denk ik dat ik me meer op de lange afstand richt, gaat de sprint ineens sneller. Ik snap er zelf soms niets van.”

Zoals Leenstra achteraf zelf ook niet begrijpt waarom ze vorig jaar bij de WK afstanden ineens met twee armen los de eerste anderhalve ronde reed van de 1.000 meter. „Dat doe ik normaal nooit. Ik kwam er na 600 meter achter: wat ben ik eigenlijk aan het doen? Ik voelde me echt heel goed en dacht: nu moet ik het verzilveren. Daardoor verprutste ik het juist.”

Die felbegeerde internationale titel, zal het in haar nieuwe omgeving lukken? Leenstra is niet van de grote woorden. Liever op een rustig plekje met een goed boek, dan brutaal naar sponsors zoeken voor een nieuwe auto. Ze voelt zich comfortabel bij de Italianen. Met een nieuwe privé-sponsor Enie.nl („duurzame energie ligt in het verlengde van mijn studie”) en Trentino, ook sponsor van de Italiaanse ploeg. Het geruzie in Nederland tussen schaatsers en de bond laat ze graag aan zich voorbij gaan. „Wij hebben het er aan tafel nooit over.” De maar net afgeblazen staking? „Dat had ook anders gekund.”

Dromend van die ultieme race in Pyeongchang, dit seizoen bij de WK afstanden of volgend jaar bij de Spelen. Zoals ze zich vorige week terloops al liet ontvallen.