Hoe je met nostalgie alle kanten op kan

Nostalgie is een eigenschap van radicale ideologieën, nu eens totalitair, dan weer anti-totalitair. Dit idee werkte Mark Lilla, hoogleraar politieke filosofie in de VS, uit na de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs. In zijn essaybundel The Shipwrecked Mind gaat hij in op het verlangen naar een verleden dat nooit heeft bestaan. Zo hebben zowel rechtse als linkse denkers heimwee naar het middeleeuwse christendom omdat deze zou staan voor de ‘zuivere’ leer van apostel Paulus.

Lilla vindt voorbeelden van ‘heimwee’ in het werk van Michel Houellebecq en Éric Zemmour – twee denkers van wie de een op de dag van de aanslagen met de roman Onderworpen kwam, terwijl van de ander daags na de aanslagen de bestseller De Franse zelfmoord verscheen. Houellebecq schetst het verlangen in zowel het islamistische als het extreem-rechtse reactionaire denken door een scenario neer te zetten waarin een moslim-president met goedvinden van rechts Frankrijk een conservatieve samenleving nastreeft waarin de vrouw alleen nog huishoudelijke plichten heeft, zodat er voor mannen genoeg banen overblijven. Éric Zemmour, een uitgesproken rechtse journalist, beklaagt zich in zijn boek over een waslijst aan historische ontwikkelingen, van feminisme tot NAVO, het verlaten van de gouden standaard voor de munt, de euro, de privatisering van de Franse nationale industrie.

De Duitstalige filosofen Franz Rosenzweig en de later naar de VS gevluchte Eric Vögelin en Leo Strauss waren op hun manier nostalgisch. De in 1929 overleden Rosenzweig zocht een authentiek jodendom. Strauss en Vögelin zochten naar de oorzaak van Hitlers opkomst. Vögelin wilde naar het christendom van vijfhonderd jaar terug en dacht dat een spiritueel mens niet voor totalitaire verleidingen zou bezwijken. Strauss bepleitte natuurrecht in Natural Right and History. Het verwerpen van natuurrecht leidde volgens hem tot nihilisme en totalitaire ideologieën. Cultuurrelativisme past niet binnen natuurrecht dat van overal geldende regels uitgaat. Zijn navolgers in de VS namen Strauss te letterlijk voor hun agenda om democratie over de wereld te verbreiden, meent Lilla. Er ontstond een neo-conservatieve school tegen het cultuurrelativisme die na de opkomst van president Reagan grote invloed kreeg in Washington. Anders dan Strauss indertijd vindt die dat Amerika een historische missie heeft en overal democratie moet verbreiden. Neo-conservatieven adviseerden Reagan maar ook de Republikeinse en Democratische presidenten na hem, én president Obama. Bij de komende verkiezingen hebben veel neo-conservatieven partij gekozen voor de Democratische kandidaat Hillary Clinton. Lilla behandelt de denkers afzonderlijk en dat maakt het boek niet coherent. Tegelijkertijd bewijst dit dat nostalgisch radicalisme alle kanten kan uitgaan.