Groene-columnist Marja Pruis wint Heldringprijs 2016

Literaire columns

Voor het eerst gaat de prijs voor de beste columnist niet naar een opiniemaker, maar naar een schrijver van literaire columns.

Foto Martijn Beekman

Schrijver en critica Marja Pruis heeft de Heldringprijs gekregen voor haar wekelijkse columns in De Groene Amsterdammer. Ze ontving de columnistenprijs op de jaarlijkse Nacht van NRC, zaterdag in Rotterdam. In haar dankwoord zei ze: „Ik voel me alsof ik tot ridder ben geslagen.”

Pruis is de eerste bekroonde die literaire, persoonlijke columns schrijft. Of om de jury te citeren: „Haar stukken hebben de fluwelen jas van de literatuur aangetrokken.” Tot nu toe ging de prijs naar columnisten die hun mening over het nieuws geven, zoals Sheila Sitalsing (de Volksrant), Caroline de Gruyter of Folkert Jensma (NRC). Pruis schrijft liever over goede voornemens in liefdesbrieven, over verlegen zijn, over de verraderlijke kant van nostalgie, en over welke jurk ze moet aantrekken voor het Boekenbal.

In haar dankwoord zei Pruis: „Ik denk altijd dat ik grote woorden probeer te omzeilen. Maar als ik het teruglees, zijn mijn grote woorden: liefde, angst, geluk, dood, in plaats van woorden als democratie, Europa, nationalisme en Halbe Zijlstra.” In een gesprek vult ze aan: „Over Zwarte Piet ga ik echt geen column schrijven. Niet dat ik als een wereldvreemde debiel op een eilandje zit. Maar het moet mezelf aangaan, en ik moet een verband kunnen leggen dat anderen niet leggen.”

De jury, voorgezeten door letterkundige Herman Pleij, roemt het verraderlijk terloopse van Pruis’ columns: „De aanleidingen om van wal te steken zijn herkenbaar alledaags, maar het verband daartussen blijft soms tergend lang een raadsel. Dat komt in quasi-argeloze zinnen bij de lezer aan, niet zelden begeleid door aarzelingen en voorzien van zelfspot als noodrem. [...] Onderweg begint de lezer te merken, dat de fraaie zinnen hun glamour verliezen en tandjes krijgen.”

Pruis zegt dat zij verwantschap voelt met columnisten als Frits Abrahams (NRC) en Renate Rubinstein (VN): „Ik hou van persoonlijke columns, waarin ik iemand leer kennen.” Haar columns gaan vaak over literatuur: „Toen mijn column nog in de boekenbijlage stond, nam ik vaak een boek als aanleiding. Nu ze achterin staan, zijn ze wat wereldser geworden.”

J.L. Heldring (1917-2013), naamgever van de prijs die sinds 2012 wordt uitgereikt, schreef over de toestand in de wereld. Voelt Pruis zich in zijn traditie passen? „Ik ben een heel ander soort columnist. Hoewel ik ook wel verwantschap zie. In Heldring herken ik de drang om precies te zeggen hoe het zit, en om niet bang te zijn te erkennen dat je nooit precies weet hoe het zit.”

Wat Pruis betreft verschijnen er tegenwoordig te veel columns in Nederland. „Er zijn zo veel leuke hoekjes in de kranten, dat het ten koste gaat van de feiten en analyses. Als er iets gebeurt, denk ik: o help, nu gaan we er weer dertig columns over lezen.” Ook de stelligheid van veel columns vindt ze lastig: „Al die mensen die maar zo zeker zijn van hun zaak; ik ben juist getraind om altijd naar twee kanten te kijken.”

Sinds 1998 schrijft Pruis (Amsterdam, 1959) over literatuur in De Groene Amsterdammer. Sinds acht jaar maakt ze de boekenbijlage ‘Dichters en Denkers’. Daarnaast schrijft Pruis zelf boeken. Over de vrouw van dichter Nijhoff (De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk) en over de Vlaamse schrijver Patricia de Martelaere (Als je weg bent). In 2013 kreeg ze voor haar essaybundel Kus me, straf me de Jan Hanlo Essayprijs. Ook schreef ze romans: Bloem , De vertrouweling, Atoomgeheimen, Zachte riten.